

Maandag, 17 januari 2011, Barbados, Carlisle Bay.
Ontbijt met pannenkoeken in de kuip, lekkere kop koffie erbij. Er zijn hier
piepkleine golfjes, Ha Ha. Het water is heldergroen, de huizen waar we op
kijken hebben allerhande kleuren, het strand is echt stralend wit. Relax.
We zitten nog aan de 1e kop koffie, komt er toch een bui opzetten met een
puist wind. Wat is dit? Hee, kijk eens goed, het anker is los!!!! We gaan hard
achteruit. We driften naar achter als een gek. Snel de motor aan, koffie in de
gootsteenbak, anker op en in de gierende wind/ regen opnieuw ankeren.

En dan weer door met ons ontbijtje, iets minder ontspannen weliswaar. Net als
bij de Canarische Eilanden kunnen hier plostseling gierende winden opkomen.
We liggen nu wel goed vast, maar niet op zo'n leuke plek. We kijken tegen een
afbraak aan, er wonen hier mensen tussen de oliedrums. Kortom we gaan
nogmaals ankerop en na lang speuren vinden we een idyllisch plekje met
uitzicht op het strand en de Boatyard Beachbar. Ik ga een begin maken met de
achterstallige website verhalen in de computer te zetten, Roderick gaat de
rubberboot uitpakken en oppompen, dat is ons vervoermiddel hier. Maar eerst
wil ik even zwemmen, wauw dat is heerlijk. Ik denk dat het water meer dan 26
graden is. Na de regen is er direct weer volop zon en het is rond de 30 graden.

We gaan eerst even de baai verkennnen met de dinghy, voor een eerste indruk
en ,dan kunnen we meteen zien of het anker goed houdt, daarna varen we via
het Careenage kanaal de stad in, daar zet ik Roderick af, die gaat de boel
onderzoeken en ik vaar terug naar het schip, hij heeft de handheld marifoon bij
zich om me op te kunnen roepen. Na een uur is het zover, ik hoor hem mij luid
en duidelijk oproepen, maar wanneer ik hem antwoord schijnt dat niet door te
komen. H'm dat schiet niet op. We blijven proberen, want ik moet hem ergens
oppikken, maar steeds hetzelfde resultaat. Dan zegt hij: als je me hoort, ik sta
op het strand, ik ga naar buiten en kan hem via zwaaien antwoord geven. Of ik
hem op kom halen bij de Boatyard Beachbar. Dus ik in de dinghy daar naar toe.
Hij droeg al een toegangs polsbandje om zijn arm. Dus wij op luie ligbedden op
een wonderschoon strand met een rumpunch in de hand naar ons eigen
scheepje liggen kijken, dat zo mooi in de baai ligt te dobberen. Dit begint er op
te lijken...


We hebben nu Barbados dollars, dus die gaan we laten rollen ook. We nemen
nog een rumpunch. We raken met een Engels echtpaar in gesprek, krijgen een
wolkbreuk op ons kop, dus iedereen naar binnen in de bar. Nog steeds onze 2
schepen in de gaten houdend, 1 grote buiten in de baai en onze rubberboot aan
de andere kant aan de steiger in zee. Daarna overheerlijke Phillies Sandwich
gegeten.

Intussen is het stikdonker geworden, niet aan gedacht, we hebben geen
zaklantaarn of zo bij ons, dit was helemaal niet het plan. Wij naar de
rubberboot, die staat behoorlijk vol water, het is eb geworden. We moeten
vanaf de steiger zeker 1,50 meter naar beneden stappen/ zakken, in de
rubberboot die met iedere golf vooruit schiet. We worden wel lenig, dan in het
pikkedonker naar de Happy Bird varen. Dat lukt zonder ongelukken, dan de
hele boel nog op slot zetten voor de nacht, buitenboordmotor op slot, ketting
op de rubberboot. Het is net als een fiets in Amsterdam. En dan rollen we in
ons bedje. De volgende dagen herhaalt dit stramien zich, compleet met
hoosbuien, regenboog, hitte, zwemmen, zwoegen, luieren en drank, af en toe
vervangen we de rumpunch voor een pina colada.
De boot is ondanks de nieuwe anti-fouling aangegroeid met miljoenen
eendemossels. Die gaan we al snorkelend er met een krabber af steken.

Barbados is echt een andere wereld. Natuurlijk heel veel Rastafarians, met
toeters haar, enorme mutsen en petten op, en vlechtjes in alle vormen. Er
heerst een relaxte sfeer. De mensen zijn keurig gekleed, nette lange broeken
en bloesjes.De stad is kleurrijk, ze zijn erg gelovig, we zagen een huis met op
de buitengevel in krijt een stichtelijke boodschap geschreven. Mensen lopen
veel te zingen, zijn erg vriendelijk en behulpzaam.



Hierboven ligt onze dinghy in de stad afgemeerd en zo is het leven in de baai:



En tot slot presenteer ik hier met trots: De nieuwe Roderick, 25 kilo lichter, bij
vertrek uit Nederland al hiermee begonnen. Gaaf he, wat een hunk!

Zondag, 23 januari 2011, Barbados, Carlislebay.
Tja en vandaag is het dan zover, Yvonne is jarig! Notabene 60 geworden, ik
kan het zelf nog haast niet geloven. Roderick heeft het schip gepavoiseerd met
rood wit blauwe vlaggetjes, vanmiddag hebben we een paar andere cruisers
uitgenodigd voor een borrel. Erik en Margreet van de Liberty, en Kathlijn en
Erwin van de Ech'o. Zo werd het toch nog gezellig. Mirel stuurde al om half zes
een SMS-je op ons Barbados telefoonnummer. Geen email helaas, juist deze
dag lag Internet eruit, snik, maar de volgende dag heb ik genoten van alle lieve
emailtjes.


Hier in de baai kunnen we het doen en laten van de vissers goed volgen. Ze
komen in het water speurend, rondjes varend langstuffen op zoek naar de
kooi die ze ergens neergelaten hebben. Gevonden, dan wordt deze handmatig
omhoog gehesen, het is een gespartel van jewelste, de vissen worden met een
bezem naar de opening geveegd, daarna uitgezocht in plastic tasjes gedaan,
vervolgens op zoek naar de volgende kooi. Wij hebben van hen ook 4 vissen
gekocht voor 10 Barbados dollar, geen idee of dit duur of goedkoop is, ze
waren in ieder geval heerlijk.

Ook worden hier in de baai regelmatig de renpaarden "uitgelaten", ze gaan
daar mee zwemmen. Het laatste wat je hier verwacht tegen te komen, is een
zwemmend paard. Leuk om te zien.

Woensdag, 26 januari 2011, Barbados, Bathsheba, Speightstown.
Vandaag gaan we het eiland per bus verkennen. Bathsheba aan de oostkust is
ons eerste doel. Dus nette kleren aan, (dan ben je al binnen 30 seconden
doorweekt van het zweet), dan in de rubberboot, (overnieuw nat door het
opspattend zeewater) dan naar de stad, de rubberboot goed vastleggen, slot
er om, het is net als met een fiets in Amsterdam. Over een paar uur moet hij
hier nog wel liggen, het is ons vervoermiddel van en naar het schip. Ik vind het
altijd moeilijk op zo'n dag, in de baai laten we ons grote schip voor anker
liggen en in de stad onze dinghy met buitenboordmotor en al. Nou daar gaan
we. Eerst een plaatje van die schitterende boom, waar we al honderd keer
langs gelopen zijn.
en dan naar het busstation. De bus gaat ons 2 BDollar p.p. kosten. 0,75
eurocent ongeveer, hindert niet waar je heen gaat, als je uitgestapt bent,
vervalt het kaartje en moet je opnieuw betalen. De buschauffeur gaat er
stevig tegen aan, tjonge, wat kan die scheuren, over wegen iets breder als een
fietspad bij ons, bochten, steile hellingen, hij neemt alles vol gas en luid
toeterend. Een rollercoaster-ride van 1 uur, voor dat geld. We gaan dwars over
het eiland, door kleine dorpjes, hier groeien alle planten, die bij ons op de
vensterbank in potjes stonden, meters groot in het wild.


Uiteindelijk komen wij aan bij een schitterende Oceaankust met licht roze
strand, palmen en uitgeslepen rotsformaties, Bathsheba dus, wauw, wat is dit
mooi.


Grote woeste golven, een bijna verlaten strand... Ongekend.


In de rotsten zie je ook nog overblijfselen van koraal. We wandelen een stukje
langs de kust, na eerst onze dorst gelest te hebben met een verse kokosnoot
bij een stalletje.
Geen wonder dat hier overal kokospalmen groeien, ze spoelen vanzelf aan.
Hier een foto van onze eigen Mr Wilson uit de film Cast Away.

We gaan via een klein paadje om de berg heen en komen bij een bootyard.
Verderop staat een luxe hotel, zullen we wat gaan eten? Nou nee, liever bij iets
kleins, dus wandelen we nu een stuk de berg op. Nou dat merk je wel in deze
hitte.

Onderweg zien we ook aapjes in het wild.

Alle planten groeien hier uitbundig, we zien bananen, papaya's, broodvruchten.
Af en toe klamp ik een locale dame aan en vraag hoe deze vruchten heten en
hoe ze te bereiden. Succes verzekerd. Bij de supermarkt halen ze meteen uit
mijn karretje, wat ik niet moet nemen en stoppen er in wat volgens hen wel
goed is. Dus hebben we al okra gegeten en is van de week de broodvrucht aan
de beurt, die groeit hier ook overal aan de "breadfruittree".

Bij de Andromedagardens boven op de berg is een restaurantje, daar kunnen
we het broodnodige vocht weer aanvullen. We kiezen ook voor een klein hapje
te eten, Bajan Fishcakes. Gloeiend hete oliebollen met wat stukjes vis en een
pittige Bajan saus. Daarna gaan we snel naar de bushalte om de bus naar
Speightstown te nemen.


We gaan eerst nog een stuk over de oostelijke kustweg naar het noorden en
dan over een andere weg dwars over het eiland naar de westkust. Nou deze
chauffeur had duidelijk dezelfde opleiding gevolgd. Scheuren met die hap. In
Speightstown aangekomen besluiten we om de eerste bus verder naar
Bridgetown te nemen, anders komen we straks in het donker terug. Of dit nou
een slimme keus was? Om 15.00 uur gaan hier de scholen uit, het busstation
is overvol scholieren in keurige uniforms, de bussen mudvol, wij hebben het
hele uur gestaan in een evenzo crossende en scheurende bus, gelukkig hadden
wij al een Atlantische Oceaan ervaring, die hadden we nodig ook. Met deze bus
hebben we weer een uur van Noord naar Zuid langs de Westkust gereden,
waarmee we een aardige indruk van het eiland opgedaan hebben. De gewone
"Bajans" wonen in kleine houten huisjes, bontgekleurd, dicht op elkaar
gebouwd met onverharde paden ertussen, de rijkere mensen in stenen huizen.
Bij de resorts aan de kust zit uiteraard het geld. De meeste mensen zijn
keurig gekleed, schone kleding, nette haren. De scholieren allemaal in uniform,
gedragen zich ook heel gedisciplineerd. De dames zijn hier of Big Mamma's met
grote konten, of maatje 36 in een getailleerd mantelpakje met enorm hoge
hakken. De kleine jongetjes en meisjes, 1 en 2 jaar, zijn allemaal om op te
vreten, vlechtjes, petjes, zonnebrillen, grote schoenen. De maat hierop van 3
jaar en zo, hebben we niet gezien, die zal al wel naar school zijn. Bekaf
wandelen we weer naar de Bridge, waar onze dinghy gelukkig op ons ligt te
wachten en dan naar de Happy Bird, die ook nog netjes op zijn plaatsje ligt,
ondanks de stomme Franse buren, die proberend te ankeren, met hun anker
over de grond slepend, dwars op de wind gaan varen, net zolang tot hun anker
blijft hangen en daarbij dwars over onze ankerlijn gingen..... Sukkels. Gelukkig
zat ons anker goed ingegraven.


Langs het chique gedeelte van de Careenage, Bridgetown, waar ook de
toeristencatamarans liggen met de toffe naam Cool Runnings. Hier is het
toeristengedeelte gebaseerd op de Amerikaanse toeristen, die met de grote
cruiseschepen arriveren, met hun US dollars; Tax free shops, supergroot en
superduur met alle bekende couturier merken, diamanten, dure zonnebrillen
enzovoort. Daar zijn wij dus snel uitgekeken, wijzelf krijgen trouwens wel veel
bekijks als we met ons rubberbootje met tasjes boodschappen voorbij
pruttelen.
De temperatuur van het zeewater is inmiddels opgelopen naar 28 graden!
Informatie voor cruisers: Inklaren hoefden we niet te betalen, cruising permit
ook niet, voor het uitklaren moesten we in totaal 100 Barbados Dollars betalen,
ongeveer 40 euro.
Donderdag, 27 januari 2011, van Carlisle Bay, Barbados naar Saint Lucia.
Vaarwel Barbados, we hebben hier een erg leuke en aangename tijd gehad.
Maar het is tijd om weer eens een eiland verderop te gaan. Saint Lucia, in
totaal 120 Nm varen, een dag en een nacht dus. Vanmiddag vertrekken we
tegen 13.00 uur en dan komen we morgen in principe rond deze tijd aan.
Roderick is vanochtend al vroeg met de dinghy vertrokken om uit te klaren bij
de douane en immigratie, we weten niet precies hoeveel we moeten betalen,
dus als hij nog wat BDollars overheeft, zal hij die ook nog wel verbrassen (in
de supermarkt waarschijnlijk).
Verder naar Saint Lucia