

Woensdag, 01 juni 2011, van Grenada naar Bonaire.
Donderdag, 02 juni 2011
Vandaag vertrekken we naar Bonaire, een tocht van ongeveer 3,5 dagen en
nachten. Om 16.00 uur hebben we afgesproken met de Rosemary om af te
varen, dan kunnen we ook nog foto's maken van elkaars schip onder zeil. We
hebben er zin in. De eerste uren koersen we noordwaarts tot 12 graden 20
minuten NB daarna wordt de koers pal west.
We willen uit de buurt van de kust en de eilanden van Venezuela blijven, die
staan niet goed aangeschreven, er vinden af en toe piraterij en overvallen
plaats (dat kan ik nu wel vertellen). Maar willen we verder dan moeten we toch
op een gegeven moment door zo'n gebied heen. In principe willen we niet
onder de 12.20 graden komen, dat lijkt ons een veilige marge. Nina en Lennert
varen met hun schip Rosemary met ons op, maar we gaan zeker niet naast
elkaar varen of zo, dat is niet te doen. We varen ieder onze eigen koers en
naar eigen kunnen, wel houden we contact via de marifoon op vaste tijden. Zo
gezegd, zo gedaan. Hier dan alvast die mooie plaatjes.
Happy Bird Rosemary

Ik zag tegen de eerste nacht op, omdat het nieuwe maan is. De nachten zijn al
zo lang hier, dan ook nog geen maan en het is de hele dag al bewolkt ook.
Maar het valt alleszins mee, de lucht trekt wat open en daardoor krijgen we
toch een sterrenhemel. De temperatuur is heerlijk, kortom een prima start.
Het is altijd heel bijzonder om in die verstilde wereld te varen, helemaal alleen
onder die flonkerende sterrenhemel, alleen het geruis van de zee en de wind in
de zeilen. Doordat het echt donker is kun je ook de zeevonk goed zien,
sprankelende sterretjes, die door de beweging van het water opgewekt
worden. Ik heb wacht van 3uur tot 6 uur en ga dan naar bed. De accu-energie
is al wat laag, maar het is nog zo prettig zo, straks even de motor aan en dan
is dat ook weer opgelost. Een half uurtje later gaat het 12 volts alarm af, okay,
dan direct de motor aan. Die start, loopt en stopt. Shit, wat gebeurt er hier.
Nog eens proberen, en nog eens, en nog eens. Shit, shit, dit is niet goed.
Roderick gaat rigoureuzere maatregelen nemen, filter los, slangetje los, dit
proberen, dat proberen, olie aanzuigen, olie knoeien, alles meurt naar de diesel,
maar de motor loopt nog steeds niet. Shit, shit, shit en dubbelshit. Nu hebben
we een probleem, de accuspanning is veel te laag, daardoor kunnen we de
navigatie apparatuur niet meer gebruiken, de koelkast zetten we uit ik ga met
de hand sturen, Roderick blijft het proberen. Af en toe komt hij even buiten
zitten om bij te tanken, lost mij dan even af met sturen. Je kunt namelijk het
stuurwiel geen paar seconden loslaten, door de golven en de stroming wordt
het schip continue van koers gezet. Om 7.00 uur sta ik al het vlees te bakken
anders kunnen we dat direct weggooien.

De hele dag modderen we door, dit proberen, dat proberen, nadenken hoe we
het in de nacht gaan doen zonder de apparatuur, alle mogelijkheden en
onmogelijkheden nemen we in overweging, dan gaan we de nacht in. En die
ging wonderwel, we zijn wel moe, maar we draaien ieder eigenlijk zonder
problemen onze wachten.
Vrijdag, 03 juni 2011, 2e dag onderweg naar Bonaire.
Zodra het licht is zetten we onze grote gennaker. Er is niet veel wind en door
dit extra grote zeil te zetten, maken we toch nog wat voortgang.

We zeilen rustig door en proberen wat rust te nemen om de beurt, net zolang\
totdat Roderick weer een brainwave krijgt en opnieuw gaat sleutelen. Alle
spullen weer uit de hut naar de grote kajuit, de helft valt weer om, je kunt je
kont niet keren, Roderick ligt in een bocht om een hoekje te werken, het is
bloedheet, hij zweet zich rot, door zijn gladde handen valt er nog wel eens iets,
starten, Nee, weer iets anders proberen, starten, Nee, kortom frustratie ten
top. Voor de nacht de spullen weer in de hutten mikken, het grote gennakerzeil
binnen halen en wegbergen, de andere zeilen zetten en door gaan we. Om
20.00 uur roept Lennart ons weer op, zij zijn een stuk verder en keren om
naar ons terug. Ze willen ons niet in de steek laten. Hartstikke lief en welkom
natuurlijk, maar in wezen kunnen ze niet veel uitrichten, maar het voelt goed.
Ergens midden in de]nacht in het donker, sta ik net weer heel geconcentreerd
te luisteren om ieder geluid van de wind en de zee te kunnen horen, te horizon
af te speuren naar grote schepen, om niet overvaren te worden en passant
goed oplettend dat er geen onverlaten in een donker onverlicht visserbootje in
de buurt zijn, valt er ineens een grote donkere schaduw over me heen. Nou
dan komt er een zeer ondamesachtige kreet uit mijn mond. Een grote jonge
fregatvogel probeert op onze zonnepanelen te landen, ik zeg nog dat hij dat
niet moet doen, maar hij blijft toch mooi tot de volgende ochtend zitten. Ik had
zowat een hartverzakking. Daarna mag ik weer een paar uurtjes naar bed.
Zaterdag, 04 juni 2011, 3e dag onderweg naar Bonaire
Tijdens mijn 2e wacht om 3.00 uur 's nachts is het nog donkerder, je kunt echt
geen hand voor ogen zien. Je staat voortdurend te stuntelen met een
zaklantaarn, een hand GPS om de positie op de kaart te plotten, het schip
danst heen en weer, je moet je ook nog goed vasthouden en de wind valt
helemaal weg, het schip rolt als een gek van links naar rechts, het grootzeil
wordt gezekerd met een bulletalie, de zeilen klappen, de stagen dreunen er
van, alles kraakt, kreunt en maakt herrie maar voortgang Ho maar! Dan komt
er een zuchtje wind, ineens van de andere kant, dus ik maak de bulletalie los
en laat het grootzeil naar de andere kant overgaan, dat gebeurt met een zeer
ondeskundige flinke klap, want de wind kwam er ineens achter. Maar dat was
nog niet het ergste, de lijn van de bulletalie was niet goed los en was blijven
hangen aan de grootschoot, de andere kant haakte achter de scepter van de
zeerailing, die door het geweld helemaal kromgetrokken is. Grrrr K... en nog
veel meer. De volgende ochtend bij het marifooncontact zeggen wij dat de
Rosemary gewoon door moet gaan en dat wij wel zeilend aankomen, alleen
wat later. We redden ons wel. Na wat tegensputteren zien zij ook wel dat ze
niet veel kunnen doen. Overdag varen we de hele tijd met alleen het grootzeil
wijd uit en langzaam en gestaag gaan we door. Af en toe is de wind weer
helemaal verdwenen, dan dobberen we in 1 uur tijd met volle zeilen 2 Nmijl
naar achter en 1 Nmijl opzij. We krijgen het schip gewoon niet op koers, de
stroming werkt ons zo opzij. En zo ploeteren wij door onder het genot van een
warme cola, een glaasje warm water en 's middags een biertje van 33 graden
celsius. Vandaag krijgen we nieuwe lifters, Bruine Genten (Booby's), boven op
de kop van onze mascotte Number One, die keek na afloop ook niet meer blij.
Terwijl de ene gent daar zit, probeert een ander op onze windmolen te landen.
Het is in ieder geval een leuk schouwspel.

Zondag, 05 juni 2011, 4e dag oversteek Bonaire.
Onze zoon Ivar is vandaag jarig, natuurlijk denken we daaraan en ik baal dat ik
geen felicitatie SMS kan verzenden. We zitten zover op zee, dat we geen
telefoonbereik hebben en de SSB zender kunnen wegens gebrek aan
electriciteit ook niet gebruiken. Deze dag zullen we niet licht vergeten. We
dobberen nog steeds voor de eilanden van de Venezolaanse kust. Er is geen
beweging in het schip te krijgen. Je kunt geen hand voor ogen zien. De
stroming die hier zuidwest hoort te gaan, gaat nu een heel andere kant op en
we komen gevaarlijk dicht bij de kust. We lopen nu zelfs het gevaar om binnen
een paar uur op de kust te stranden. Wat nu. We kunnen een noodoproep
doen, maar daar voelen we niet veel voor om in dit gebied over de radio om te
roepen, dat we helemaal alleen zijn, ons schip onbestuurbaar is en dat we
richting kust driften. Dat voelt als een uitnodiging van: Kom het maar halen...
Daarbij willen we het zelf doen en dat gaan we dus ook. We gaan de
buitenboordmotor van de rubberboot inzetten. De rubberboot moet nu
opgepompt worden met de voetpomp, die we al jaren niet gebruikt hebben.
Dus waar is dat ding ook alweer? Bakskist leeg halen in het donker, pomp
gevonden, maar waar is de slang die er aan hoort? Niet te vinden, dan maar
van de 12 volts pomp de slang afgesloopt en gemodificeerd op de voetpomp.
Vervolgens gaat Roderick op een springend voordek in het donker de boot op
staan pompen, dan moet hij nog te water gelaten worden, naar achteren
brengen en dan met zijn twee de buitenboordmotor er op laten zakken. Klinkt
simpel maar is het niet. Het grote schip ligt te stampen en te rollen en de
rubberboot er achter danst op zijn eigen wijze. Donker, donker, donker. We
mogen de motor niet laten vallen, er mag nu niemand in het water vallen, er
mag niemand beklemd raken en onderhand blijven we maar naar de kust
drijven. Maar het is duidelijk dat het gelukt is, daarna heeft Roderick de
rubberboot achter langszij aan het grote schip bevestigd. Hij blijft in de
rubberboot en ik op het grote schip. Buitenboordmotortje (4 PK) starten, gas
geven en ik boven sturen. En ja het lukt! Met een snelheid van 180 meter per
uur gaan we vooruit. Yes! Eenmaal op gang gaan we zelfs 1,8 kilometer per
uur. Wij blij. Na een uur zijn we uit de gevarenzone en komt Roderick weer aan
boord. Er komt een zuchtje wind en heel langszaam gaan we in een goede
richting. We zijn de uitputting nabij en om de beurt pakken we een uurtje rust,
we zijn er nog niet. De volgende stap is tussen het meest westelijke eiland van
Los Aves en Bonaire door te varen en niet op de ver doorlopende riffen verzeild
te raken. Met flink wat nerveuze spanning komen we daar ook goed doorheen.
Maandag, 06 juni 2011, 5e dag oversteek naar Bonaire
Laat in de nacht gaat de wind blazen, he lekker, we zeilen weer. Bonaire here
we come! We beginnen ons al illusies te maken dat we vandaag nog aan zullen
komen. Bij het ochtendgloren zien we de oostkust van Bonaire voor ons. We
zeilen een paar uur door, daardoor vullen de accu's ook weer wat bij, we laten
de systemen uit staan, alleen de stuurautomaat kan nu af en toe een uurtje
aan. Dat geeft al weer wat rust. Maar niet te vroeg gejuichd, vanaf 10.00 uur
stopt de wind accuut en dobberen we weer. We balen natuurlijk, maar op dit
punt is het niet echt gevaarlijk, dus we maken er het beste van. Ik ga maar
weer eens een brood bakken. Goed gelukt, je kon er prima mee discuswerpen
en hij bleef ook heel lang drijven, maar daar is dan ook alles mee gezegd. Ik
kan het toch niet uitstaan, dus nog een keer proberen. Weer al die meelzooi en
afwas en wederom een mislukt brood. Ik snap er niets van. Dan ga ik
pannenkoeken bakken en dat kan ik als de beste. Overheerlijk zijn ze.
We hebben weer een nieuwe passagier, dit keer een klein moe schatje.

Dutch Antilles Coastguard
Het zonnetje schijnt en we krijgen zo'n beetje alle afleveringen van Jean
Jacques Cousteau live voorgeschoteld. Tientallen dolfijnen komen langszij
meezwemmen, maken hoge sprongen, er komt een walvis vlak langs,
merendeels onderwater, maar toch super. Honderden genten en sterns,
jagend, duikend, vechtend, samen met de dolfijnen jagend. Heel gaaf. En als
laatste raken we verzeild in een enorme school jagende bonito's, een klein
soort tonijn. Die springen als duveltjes uit een doosje hoog uit het water, met
honderden tegelijk. Alsof je naar een tekenfilm zit te kijken. Overal om ons
heen schieten ze te voorschijn met sprongen van een meter hoog en wel 5
meter ver. Echt zo'n pinballmachine, Ploink, Ploink, Ploink. De Dutch Antilles
Coastguard (de kustwacht) komt nog recht op ons aanvliegen, we zwaaien dat
het goed gaat en dan vliegen ze weer verder. Deze dag dobberen was zeker
geen straf. Er komt een klein zuchtje wind en met de gennaker op, komt er
zowaar weer wat beweging in. We gaan weer een stukje verder op naar
Bonaire. In de ondergaande zon kunnen we het eiland goed zien liggen.


Een kwartiertje later is het dan weer pikdonker. We laten de gennaker staan,
iedere meter voortgang is meegenomen. We koersen nu af op de zuidpunt van
het eiland, uren en uren zien we het rode licht van de Willemstoren en het witte
flashlight (Flash 9 sec) ervoor. Plots komt er uit het niets een wind van een
dikke 24 knopen aanzetten. Dat is te veel voor de gennaker, die moet dus naar
beneden, maar niet hier, vlak voordat we de punt ronden. Ook hier ligt er een
rif op het uiteinde. Dus moeten we noodgedwongen weer naar buiten varen om
de gennaker weg te halen en de zeilen te zetten. Dat is zeker geen sinecure in
het donker. Afijn de zeilen staan, koers terug, wind weg. Ja, zo kan ie wel
weer. Over de laatste 13 Nmijl hebben we nog 8 uur gedaan.
Dinsdag, 07 juni 2011, 6e dag oversteek naar Bonaire.
We gaan heel langzaam langs de kust nu weer naar boven, deze keer aan de
bewoonde kant met overal lichtjes. We moeten heel nauwkeurig varen en goed
bijhouden op de kaart waar we nu zitten. Je mag hier nergens ankeren, dit is
een beschermd gebied, een zogeheten Marine Park. Er is een veld met
mooring- boeien voor Kralendijk tussen Bonaire en het eilandje Klein Bonaire.
Maar nu moeten we dit gebied eerst zien te vinden. Als we vlak in de buurt zijn
moeten we gijpen, we komen te dicht bij Klein Bonaire, als we gedraaid zijn
levert dit weinig op, we drijven nu met onze achterkant naar Klein Bonaire. Tijd
voor de truc met de rubberboot en de buitenboord motor. We tuffen naar het
ankergebied op zoek naar een mooring boei. We maken zachtjes voortgang,
maar kunnen dus niet remmen. We hebben ogen op steeltjes, want er liggen
hier overal onverlichte boten. We maken eerst maar eens een rondje erlangs.
om te ontdekken hoe de moorings er uit zien. Uiteindelijk zien we er een, waar
we kunnen aanleggen, maar nu moeten we hem nog vangen. We hebben een
prima strategie uitgedacht, we varen de boei om bakboord aan, dan kan
Roderick de lijn oppikken, alleen moet ik heel dicht onze buurboot naderen
voordat ik bakboord uit kan gaan. Spannend! Het lukt allemaal prima en om
4.00 uur liggen we vast aan de mooring, stuiterend van de adrenaline en
apetrots op onszelf. We blijven op tot zonsopgang. We horen papagaaien
kwetteren en als de zon dan opgaat: Wauw, we liggen in een aquarium! Het
helderste water, wat je maar kunt denken, met honderden vissen. Nu wil ik
eerst zwemmen. Zo gaaf! Uit enthousiasme bruis ik weer van de energie en
begin een twintigtal putsen met water op te hijsen om de kuipvloer te spoelen,
die vol troep ligt. En dan de verrassing, we liggen tussen allemaal Nederlandse
schepen, waarvan we de meeste kennen en op dit eiland spreken ze gewoon
accentloos Nederlands. Dan gaan we toch echt naar bed, we zijn afgepeigerd.

woensdag, 08 juni tm woensdag 15 juni 2011, Bonaire.
We liggen dus voor anker op de rede van Kralendijk. We gaan eerst naar de
customs en de immigrations, onderhand zwaaiend bij het passeren van de
Hollandse boten. Wat leuk. 's Avonds krijgen we een SMS-je van Barbara en
Henk van de Rapy, of we wat komen drinken bij Karels Place. Zij hadden ook al
naar ons uit lopen kijken en snapten niet waar we bleven. We hadden net
besloten dat we het schip af gingen sluiten voor de nacht, we waren nog zo
moe, net de buitenboordmotor op het grote schip gehesen toen hun SMS-je
kwam. Maar dit is wel heel gezellig, dus hup, de buitenboordmotor weer op de
rubberboot gezet en naar de wal. Verder liggen hier de Victory, de Luna Verde,
de Waterman, Dual Dragons, de Calamares en de Seaquest.

Direct gebeld voor een monteur voor de motor. Kon dezelfde middag om half
vier. Roderick blij, al wie er komt geen monteur. Dat is dan weer zo'n domper.
Meteen donderdag een telefoon gekocht, daar hebben we de hele morgen over
gedaan, iedere keer weer van het kastje naar de muur en het is bloedje heet,
doorvermoeiend, vervolgens de monteur gebeld, wat bleek, hij had op de
steiger staan wachten en Roderick aan boord. Goed vandaag nog een keer,
duidelijke afspraak gemaakt. Roderick ligt in de rubberboot aan de ene steiger
te wachten en ik zie de monteur op de andere steiger staan wachten. Roderick
stapt de steiger op om verder op te kijken, de monteur loopt net de straat in.
Ik kreeg er een sik van. Uiteindelijk hebben ze elkaar toch gevonden. Alles
nagelopen, de motor provisorisch kortgesloten, en hij loopt weer. Het probleem
zat toch in dat rare filter, er zat een klein scheurtje in het glas, waardoor er
lucht in de leidingen kwam. Roderick besteld direct een nieuw filter, dat meteen
op een simpel te bereiken plaats moet komen. Morgen komt Lex, de monteur
alles aansluiten. Hij vermoedt dat het een uurtje werk zal zijn. Niet dus, na de
montage is de motor niet meer aan de praat te krijgen, hij is er 4,5 uur mee
bezig geweest. Roderick ziet grauw van ellende. Maar nu doet alles het weer.
De volgende dagen Kralendijk verkend, vertrouwd Hollands met een Caribische
touch. Straten met namen van Hollanders, een gedenkbank voor Koningin
Wilhelmina, de sleepboten van Smit Tak, leuke winkels en iedereen spreekt dus
Hollands, daar moeten we nog het meest aan wennen.
Gedenkbank Koningin Wilhelmina

de slepers van Smit

Honderd keer gesnorkeld, met de rubberboot naar het Plaza resort geweest,
daar nog even langs de Rapy geweest en ook daar gesnorkeld. Nou dat is echt
subliem. Grote felgekleurde vissen van wel 50 cm, zoveel en zo onbevreesd. Ze
zwemmen vlak onder je, naast je, tussen je benen door. Af en toe ga ik wel
even naar de kant, ze zijn met zo veel. Toen ik net het water inging, zwom ik
meteen al oog in oog met een Barracuda. Ook 2 grote French Angelfishes
gezien. Het is echt heel bijzonder. Foto's zijn uit het boekje Fishes of the
Caribbean Reefs.
Stoplight Parrotfish vrouwtje Stoplight Parrotfish mannetje

Honey Damselfish Ocean Surgeon

Red Hint Coney

Smallmouth Grunt French Angelfish

Verder hebben we aan diverse buuurboten een bezoek gebracht en hebben wij
Jeroen en Wilma, vrienden van Rene D. bij ons aan boord uitgenodigd. We
hebben uiteraard schoon schip moeten maken, met tassen wasgoed op het
fietsje naar de wasserij. Ik was ook nog een dagje alleen de stad in en heb 2,5
uur met een oude Indische Nederlander in een winkeltje staan praten, zo leuk.
Het klikte echt. Ook nog even langs de kapper, dus ik ben weer helemaal kort.
Bonaire is echt leuk, heel gemoedelijk ook. Morgen, dinsdag, gaan we nog met
de fiets naar het Plaza resort, daar is een barbecue met een steelband, Walter
en Emmy van de Calamares gaan ook met ons mee en dan vertrekken we
woensdag naar Curacao. We hebben nog steeds geen antwoord van de werf.
We hebben diverse slaapplekken aangeboden gekregen voor in Nederland,
hartelijk dank daarvoor, we willen daar een combinatie van maken, maar
moeten eerst de afspraken met de werf in Curacao rondmaken.

We hebben een vlucht geboekt, vertrek op woensdag 22 juni naar Amsterdam,
terug op donderdag 21 juli naar Curacao , we hebben uiteindelijk gekozen voor
4 weken, we hebben zoveel op het programma staan. Dinsdag middag ,gingen
we ook nog even langs de marina-office, daarna even gekeken bij het
shoppingcentre daar in de buurt, laten ze daar nu een echte DA drogist hebben.
Meteen shampoo en scheermesjes ingeslagen voor de rest van het jaar en
een zak zoute drop gekocht. Mjammie. Toen we terugkwamen hadden ze een
verrassing voor ons in petto, alle hekken afgesloten en onze rubberboot
onbereikbaar. Eerst aan alle kanten rondgelopen en een oplossing gezocht. Ten
einde raad zijn we beide in limbo stijl onder het hek doorgekropen.

Gelukt, dan tegen de wind terug naar het schip, we zijn doornat tot op onze
kruin. Omkleden en dan de fietsjes de rubberboot in. Aan de wal de fietsen
uitgevouwen, dan eerst naar de douane om vast uit te klaren. Dan door naar
het Plaza resort. Voor we onze fietsjes op slot konden zetten, stonden er al
een paar ijskoude biertjes voor ons klaar van Henk en Barbara, vervolgens een
rondje van Walter, een rondje van Arnold, een rondje van ons. Tjee, dit gaat
wel heel hard.

Het eten was heerlijk, mooie salades, lekker vlees, heerlijke sausjes, de
steelband speelde ook allemaal filmmuziek, onze tafelgenoten waren heel
gezellig en de locatie fantastisch. Kortom een heel geslaagde avond.
Curacao
Woensdag, 15 juni 2011, vertrek naar Curacao.
Het schip eerst wijzigen van woonboot naar zeilboot en dan gooien we om 8,30
uur los. Er staat een lekker windje. Wind achter en stroom mee. Wind pal
achter zeilt niet plezierig en schiet ook niet zo lekker op, daarbij gaat het schip
erg rollen, daarom gaan we afkruizen. Iets schuiner op de wind varen, dat is
een stuk comfortabeler. Om 15.00 uur naderen we Curacao. Het eerste stuk
lijkt net Texel, een grasbegroeide dijk met water er om heen. Een stukje
verderop wordt het interessanter,

Achter het resort is het toegangskanaal tot het Spaanse Water. De vaarweg is
behoorlijk smal en gaat langs allerhande ondieptes. We gaan er heel rustig
doorheen. Er liggen honderden boten voor anker, waaronder veel
Nederlanders. We vinden nog een mooi klein plekje voor ons. Om 17.00 uur ligt
het anker vast. Als we om ons heen kijken, zien we dat we recht achter de
Rosemary liggen. Lennert en Nina komen dan ook even later wat drinken en de
foto's uitwisselen.

Er ligt een boorplatform afgemeerd, dat 's avonds feeeriek verlicht is. Onze
eigen kerstboom voor de deur.

Donderdag, 16 juni 2011, Willemstad, Curacao.
Om 8.00 uur gaan we alweer ankerop. Willemstad is dichtbij, een uurtje of 2
varen. De zee is behoorlijk woelig, behoorlijk hoge golven. We hebben geen
detailkaarten van dit gebied en ook geen pilot (vaarwijzer), dat is heel lastig.
Anders lezen we eerst alles over het gebied waar we terecht willen komen,
maar er is niet aan te komen. Tussen 2 forten ligt de ingang van de Annabaai.
Dan komen we de eerste te verwachten hindernis tegen, de Queen Emma
Floating Pontoon Bridge. De Koningin Emma brug, een brug drijvend op
pontoons. 's Werelds oudste draaibrug, daterend uit 1888. De brug ligt
uiteraard dwars over de rivier, maar als er een schip doorheen moet, en er
moeten regelmatig grote jongens doorheen, marineschepen, vrachtschepen,
tankers, dan wordt de hele brug parallel aan de oever gedraaid, gewoon met
behulp van een buitenboord motor. In 2 minuten is de hele lange brug
weggedraaid. Willemstad is een grote wereldhaven.
Dan gaan we langs het beroemde stadsgezicht van Willemstad, dat staat op de
Werelderfgoedlijst.

Dan verder onder de Koningin Julianabrug door, een grote stalen brug van 57
meter hoog, 3400 ton zwaar, met 4 rijstroken, die de wijken Punda en
Otrabanda met elkaar verbindt. Deze voorziet duidelijk in een behoefte, druk
verkeer raast er overheen door.

Dan verder de baai door, overal liggen grote zeeslepers, knotsen van
marineschepen, joekels van vrachtschepen, in het water is het ook een drukte
van belang. Dan gaan we de hoek om, de Schottegatbaai in, door het
havengebied met olieopslagtanks en dan eindelijk zien we de Marine Curacao.
Nog even in verwarring door een rij tonnen, die dwars op het water ligt. Die
zullen er vast niet voor niets liggen, dus daar gaan we met een grote boog
omheen. Maar goed ook, er ligt daar een rotsplateau tot op een halve meter
onder water. Nu nog een plekje in de Marina vinden. Volgens ons ligt alles vol.
Maar Hidde van de Waterman, die hier ook al ligt, roept ons en wijst op een
plek. Een nauwe plek en we hebben flink last van de wind, maar van alle
kanten komt hulp aangeschoten en met vereende krachten liggen we vast aan
de steiger. Tjee, wat is het hier heet, zo uit de wind. Nog wat extra lijnen
gezet, dan gaat Roderick direct naar het havenkantoor om in te checken en te
bespreken, wanneer we er uit gehaald kunnen worden. Tja, dat gaat zo maar
niet! Eerst moet u ingeklaard zijn bij de douane. Okay, waar is dat? Aan het
begin van de stad, daar bent u met de boot voorbij gevaren...Ja, dat moet je
dan wel weten. Kan ik daar met de fiets naar toe? Nee! Gaat er een bus? Nee!
U moet een auto hebben, zal ik een taxi bellen? Nee, laat maar. We maken de
rubberboot in orde en gaan terug naar het begin, langs de grote schepen, het
water is zo druk, dat we niet eens naar de overkant kunnen komen. Reuze
zeeslepers passeren in volle vaart ons kleine rubberbootje, we hotsebotsen
over de golven. Na een half uur zijn we bij het douanegebouw aangeland, maar
waar laten we nu de dinghy? Nergens een aanlegsteiger. Langs de kant overal
verboden aan te leggen, kan ook trouwens moeilijk met deze golfslag.
Uiteindelijk knopen we de dinghy vast tussen 2 grote Venezolaanse
vissersschepen met vele starende mannen erop. Ik lag de schipper vriendelijk
toe en vraag in het Spaans of dit geen probleem is, hij geeft in gebarentaal
aan, dat hij er wel een oogje op zal houden. Dan de douane, in Bonaire keurig
en voorkomend, hier een beetje een rommeltje. We worden een kamer
binnengelaten met een aantal bureau's, op een liggen massa's stempels, op
tafel staat een TV aan op volle sterkte met een Sambadansshow, er komt
niemand naar ons toe, dus we spreken maar een heer aan, in douane uniform
met een prive leren jack erover, hand in de zakken, stevig kauwgom kauwend.
Roderick krijgt een stapel papieren om in te vullen en dan gaat hij weer bij zijn
eigen bureau staan rommelen en wat TV kijken. Later stuurt hij dan een
collega, een aardige man trouwens. Okay, dat is geregeld, dan naar
Immigratie, dat gevestigd is aan de andere kant van de baai in Otrabanda. We
steken met de veerpont over en moeten een flinke tippel maken.

We weten ongeveer waar het is, maar kunnen nergens de kade op komen. Wat
blijkt, we moeten langs de bewaking, daar krijgen we een officieel pasje, wat
we bij terugkomst moeten inleveren met een stempel van Immigratie erop, als
bewijs dat we daar naar toe geweest zijn. Langs de kade worden net allemaal
pallets met voer voor de soldaten gelost. Erwtjes met worst en zo.
Vrachtwagens worden op de marineschepen gehesen, je moet nog goed
uitkijken waar je loopt. Na wat zoeken Immigratie gevonden, daar krijgt
Roderick zijn volgende lading formulieren in te vullen.
Hierna naar de Haven Security, je moet hier een anchoring permit hebben. Je
moet precies aangeven welke dagen je op welke ankerplaats bent, maar dat
weten we zelf nog niet. Hun computer is stuk, dus het maakt niet uit, we
moeten gewoon morgen terugkomen. Voor iedere ankerplaats moeten we
opnieuw permissie aanvragen a raison van 10 USdollar. Nou dank u wel
mevrouw, we komen nog wel terug. Dan het hele eind weer terug, pasje
inleveren, bij een open deur gluurt Roderick naar binnen: Kijk nou, een oude
filmprojector. Dat is leuk! Dan weer verder, op zoek naar een Tourist
Information, daar worden we ook niet veel wijzer, maar in ieder geval hebben
we nu een plattegrond. Op zoek naar een pinautomaat. We moeten nu weer
Antilliaanse Guldens hebben. Eindelijk gevonden, het geld lijkt op onze oude
gulden biljetten. Vervolgens naar de drijvende markt, waar we eindelijk weer
eens voor weinig geld heerlijke meloen kunnen kopen. We zijn nu weer bij ons
rubberbootje, maar eigenlijk hebben we hartstikke honger, we hebben vrijwel
niets gegeten, alleen om 6.00 uur een paar broodjes. Wij op zoek naar een
eettentje en we boffen, Roderick zijn speurbril vindt altijd alleen maar Chineze
restaurantjes. Het is een onooglijk pandje, maar we gaan het toch proberen.
Een oud sloffend krom Chinees vrouwtje stopt ons een smoezelige menukaart
toe. Tafeltjes met doorzichtig plastic over de kleedjes, met overal briefjes erop
in het Papiamentu en Spaans, iets van meegebrachte drankjes mogen hier niet
genuttigd worden. Roderick wilde naar het toilet, die was op slot, dan komt zij
met een grote sleutel, doet het lichtje aan en als hij dan geweest is, komt zij
weer direct alles op slot zetten. Toen ik naar de wc moest natuurlijk het zelfde
ritueel, alleen kreeg ik nog 2 kleine servetjes in handen gestopt als wc papier.
Daar kwam Roderick zijn soep, zal ons benieuwen. Een grote kom, boordevol
mie, vlees, kip garnalen en een geur, zo heerlijk. Daarna ons andere eten, zalig
gewoon. We zijn al een stuk meer gecharmeerd van Curacao. Daarna het hele
eind weer terug met de dinghy, we moeten opschieten, dat we wel voor donker
van dit water af zijn. Bekaf zijn we.

Vrijdag, 17 juni 2011, Curacao Marine, Willemstad.
Eindelijk de zaken op kantoor geregeld, maandag worden we op het droge
gezet. Nu hard aan de slag, het is hier hartstikke warm, dus er treedt snel
schimmel op. Roderick gaat de hele boot staan schrobben, ik ben op jacht naar
een vaarwijzer van Curacao. Bij de scheepshandel hier kunnen ze hem ook al
niet leveren. Van de Waterman mag ik hem lenen, ik lees hem helemaal door
en teken de bladzijden aan met belangrijke informatie. Nu nog iemand die dit
voor me kan kopieren. Bij het havenkantoor is het okay, maar dan is het
meisje er niet, de volgende keer wordt het te duur voor mij, ga maar naar een
Copyshop. Okay, prima, zij uitgelegd, ik met mijn fietsje op pad. Nou dat is niet
simpel. Op dit eiland wordt niet gefietst en eigenlijk is het levensgevaarlijk.
Gedeeltelijk gelopen, bergop en bergaf, over ruwe bermen, bij stoplichten als
voetganger naar de overkant gesjeesd. En dat in die hitte. Na 4 verkeerde
pogingen de Copyshop gevonden, morgen klaar. Ja meneer dat kan niet, want
ik heb dit boek geleend en morgen vertrekken de mensen. Goed over een paar
uur klaar. Dan ga ik in die tijd op zoek naar Albert Heijn, die een wijk verderop
moet zitten. Ik heb me suf gefietst in de hitte, ik begrijp niet, dat ik niet
onderhand graatmager ben. Albert Heijn gevonden, gaaf, gewoon net als bij
ons, alles hebben ze en dan ook nog een portie Amerikaanse producten en bij
de groente afdeling liggen naast de bloemkolen en voorgesneden groenten ook
kouseband en cassave. Eerst 2 gevulde koeken en een stuk oude kaas, dan
goed nadenken, want ik moet het hele eind nog terugfietsen, dus het moet wel
in mijn rugzak passen. Diep in gedachten loop ik te regelen, komt Bep van de
buurboot de Waterman met een winkelwagentje om de hoek van de stelling.
Die zijn met de auto en willen mijn niet bederfelijke boodschappen wel in de
auto meenemen. Oh, wacht even, dan sjees ik nog een rondje door de winkel.
Afrekenen in NAF's, ik weet nog niet precies hoeveel deze waard zijn. In
Bonaire, Nederlandse Gemeente, betaal je trouwens met Amerikaanse Dollars.
Wederom afgepeigerd deze dag.
Zaterdag, 18 juni 2011, Willemstad.
En weer een dag van poetsen, bakskisten leeghalen, sorteren,
schoonschrobben, alles wat met zout in aanraking is geweest, bijna alles dus,
met zoet water spoelen, rugzakken wassen, alle ritsen rotten vast, schoenen
spoelen, kasten soppen enzovoort.
Intussen wilde ik mijn donkere korte haar even een tintje oplichten. In
Martinique had ik haarverf voor blond haar op de kop getikt. Ik smeer het in
mijn haar en dat wordt toch donkerrood. Ik schrok me rot, maar uiteindelijk is
het een aardig rossigblond kleurtje geworden, weliswaar niet wat ik bedoelde,
maar alla. Van Bep en Hidde een lekkere stapel Hollandse boeken gekregen,
daar zijn we heel blij mee.

En zo moeten we nog even doorzwoegen, maandag gaat het schip eruit, dan
moet de buitenkant nog helemaal schoongemaakt, dinsdag inpakken voor
Nederland, eerst moet ik die warme kleren nog uitgraven, woensdag om
12.00 uur naar het vliegveld om 17.00 vertrekken we en dan komen we als
het goed is donderdag om 10.00 uur aan op Schiphol. Druk, druk, druk dus.
Wat wel heel jammer is hier in de haven is eigenlijk niets, we liggen vlak bij
Willemstad, maar er is geen openbaar vervoer, je kunt vrijwel niet fietsen, je
kunt niet met de rubberboot, je moet voor alles een auto hebben of een dure
taxi nemen. Dat was op Bonaire een stuk makkelijker. We dachten dan
huren we een dag een auto, moet dat weer voor 5 dagen. Je kunt hier niet
zwemmen, dat mis ik als een gek. Het centrum van Willemstad vond ik wel
heel leuk. Maar wie weet wat de rest van het eiland voor ons in petto heeft. We
zullen wel zien.
Maandag, 20 juni 2011, Curacao Marine.
Vandaag wordt het schip op de kant gezet. Altijd weer spannend. Natuurlijk is
het hun dagelijks werk, maar het is maar 1 dag mijn schip. Hier wordt het schip
als het ware uit het water geschept en dan op de kant getrokken met een
grote tractor. Maar dan moet de hele handel de schuine helling opgetrokken
worden, mag de kiel de grond niet raken, het schip niet wankelen. Daarna moet
het schip naar haar plaats gebracht en opgebokt worden.



Woensdag, 22 juni 2011, naar Nederland.
Poetsen, ruimen, dweilen, sjouwen, poetsen, ruimen, dweilen, sjouwen,
poetsen, inpakken, sjouwen, poetsen. Heet, heet, heet! Om 11 uur laten we de
loodzware tassen over de ladder naar beneden zakken. Nog de laatste dingen
controleren. We hebben alle medicijnen in plastic bakken in dubbele plastic
zakken verpakt en in de koelkast gelegd. Die laten we op een heel laag pitje
aan. Het is 's ochtends al 32 graden C, alle luiken moeten dicht blijven, dus
binnen no-time is het 45 graden binnen. Als we alle spullen op de grond onder
het schip hebben staan, gaat Roderick nogmaals de ladder op, hij gaat het hele
schip met anti muggespul spuiten. Om 13.00 uur rijdt de taxi precies op tijd
voor. Mooie gele taxi bus, donkere chauffeur met een geel pak en een gele pet
op. Iets voor 2 staan we bij het vliegveld. Een half uurtje later gaat de incheck
balie open, dan zijn we in ieder geval van de grote tassen af. We hebben bij
Arkefly een vlucht geboekt in de Comfortklasse. Voor een toeslag van 20 euro
per persoon hebben we 10 cm meer beenruimte en mogen we 10 kilo meer
bagage meenemen. In totaal op de vlucht van en naar de ABC eilanden 35 kilo
ruimbagage, dan ook nog 2x handbagage en 2 laptops. We eten nog een
hamburger en gaan dan naar de vertrekhal. Zonde van mijn blikjes drinken, die
kunnen we nu niet meer opdrinken. Nou natuurlijk wel. Ik meld de bewaking
dat ik nog drinken bij me heb, geen probleem. Verder zitten we wel in een
risicovlucht. Als we eindelijk na 4 uur gaan boarden, moeten we alle
handbagage links in de hal zetten en zelf aan de rechterkant gaan staan. Dan
komen de grote drugshonden voorbij van 2 kanten. Dan mogen we het
vliegtuig in. Om 17.45 vertrekken we. We hebben een lange (9 uur) maar
eigenlijk heel comfortabele vlucht. Er is flink wind mee, af en toe zelfs 187 km
per uur, het vliegtuig gaat dan ook meer dan 1000 km per uur. We komen ruim
een uur te vroeg aan en krijgen geen toestemming om te landen, er worden
dus nog 2 rondjes Zeeland gemaakt. Om half 10 (donderdag) krijgen we
permissie om te landen. Eenmaal door de wolken komen we terecht in een
natte miezerige wereld. We staan helemaal aan het eind van Schiphol, dus een
flinke tippel te gaan. Maar bij het uitstappen van het vliegtuig worden we per
20 mensen tegen gehouden door de bewakingsdienst. Iedereen aan de
rechterkant van de slurf. Nu komen de Hollandse drugshonden de boel
inspecteren. Dan met het paspoort langs de bewakingsdienst, die nog een
aantal vragen heeft, volgende horde de handbagage wederom door de scanner,
langs de officiele paspoortcontrole en dan mogen we zowaar naar de
bagageband. Deze is rondom helemaal afgescherm met manshoge
douanepanelen, er is een ingang met bewakers, dus je kunt niet zijdelings
wegglippen met je tas. Hordes bewakers overal.
Eindlelijk komen onze tassen, die hebben bovenop gelegen op de bagagewagen
buiten en zijn zeiknat van de regen. Tassen allemaal op de trolley gestapeld,
he, he, we zijn er. Ja, dat hadden we gedacht. Weer een paspoortcontrole.
Iedereen weer in de rij, na een half uur zijn wij aan de beurt. Wilt u alle bagage
op de band van de scanner zetten. Alles dus weer afladen, weer op een andere
band tillen en door de scanner, ook de handbagage weer. Dan komt Meneer
Douane vragen: Mijnheer is die tas van U? Nee meneer, die is van mijn vrouw.
We wisten al wat er komen ging. We hadden voor de familie als aardigheidje
een aantal flesjes nutmeg syrup (nootmuskaatsiroop) vanaf het eiland
Grenada meegenomen. Goed ingepakt in een sporttas en dan in het geheel in
de rugzak. Zeer verdacht dus. "Mevrouw weet u zeker dat u niets aan te geven
heeft?" Ja meneer, maar ik denk wel dat ik weet, wat u wilt zien. Rugzak
uitpakken dus, die helemaal afgestopt is met pyama's, ondergoed en sokken
om de flesjes heel te houden.
We waren heus niet de enige, alle tafels lagen vol met leeggehaalde koffers.
Anderhalf uur later stonden we eindelijk buiten. Mirella kwam ons ophalen en
had weer een paar lekkere bruine boterhammen kaas meegenomen. Dan de
spullen in huis slepen, alle verregende tassen leegmaken, de kleding erin was
ook al nat geworden, kadootjes uitpakken, die vielen in goede aarde. Ook wij
werden verwent, wij kregen een mooie onderwatercamera van Mirella, Pascal
en Bart. Roderick is meteen 2 telefoonkaarten gaan kopen en 's avonds
hadden ze heerlijk gekookt. Ivar kwam er ook bij. Vroeg naar bed, we hebben
in het vliegtuig hooguit 2x een uurtje geslapen. Helaas kon ik ook hier niet
meer slapen en heb ik tot 4 uur in mijn eentje beneden gezeten.
Vrijdag, 24 juni 2011, Amstelveen.
We maken een vliegende start, tassen weer sorteren, alles wat droog is weer
wegbergen, naar de stad een fotograaf zoeken voor pasfoto's. Van mij heeft
hij er een flink aantal moeten maken, iedere keer zag je een piepklein stukje
van mijn uitstekende tand en dat mag niet. De lippen moeten 100% gesloten
zijn. Dan is er eindelijk een goed, is het een draak van een foto. Dus weer
overnieuw. Het zijn heel aardige foto's geworden. Dan direct naar het
gemeente huis. Allervriendelijkst geholpen, over 5 dagen is ons nieuwe
paspoort klaar. Zo dat gaat als de gesmeerde bliksem. Even terug naar huis en
dan de volgende onderdelen van het programma. Opnieuw naar het centrum,
het Stadshart, voor wat specifieke aankopen, wachtend op een telefoontje van
de Rabobank, wat niet komt. Onderhand staan we ineens voor het gebouw van
de bank, dus Roderick nog maar eens bellen. Iedereen druk, druk, druk, maar
Roderick weet er toch een afspraak voor direct uit te persen. We hebben weer
problemen met onze passen. We worden prima geholpen en hopen dat we daar
volgende week de resultaten van zullen ervaren. En weer verder, voor
Roderick een paar nieuwe broeken en een colbert geshopt en talloze andere
zaken. We gaan echt hard. Bij Mirel en Pas weer overheerlijk gegeten,
maiskolven met gegrilde karbonades en pofaardappelen. Mjammie. Dan
natuurlijk nog een spelletje Kapers op de Kust met Bart en de hele familie
spelen, dan is de dag al weer om.
Voor zaterdag hebben we vroeg een afspraak gemaakt met iemand in de
Midden Beemster, die net terug is van een wereldreis en zijn zeekaarten te
koop aanbiedt. Voor het vervolg van de trip hebben we er nog heel wat nodig.
We hebben 187 kaarten gekocht van de Pacific en de Indische Oceaan en alle
eilanden daar, plus een aantal pilots. Dat wordt sjouwen op de terugreis.
Daarna hebben we Netty nog een bezoekje gebracht in het ziekenhuis in
Alkmaar, die heeft drie dagen geleden een nieuwe knie gekregen en loopt al
weer rond op krukken. Nu bivakkeren we in Rene's huis in Ermelo.