

Dinsdag, 22 maart 2011, van Martinique naar Dominica, 15.16NB x 061.22WL
Om 5.00 gaat de wekker en om 6.00 uur gaan we ankerop. De afstand naar
Dominica is 51 Nm, ongeveer 10 uur varen, we willen voor donker aankomen
en om 18.30 uur is het hier al stikdonker. We hebben er zin in, eerst een
lekkere zeiltocht en dan verwachten we een heel mooi eiland. Dominica is 46
km lang en 26 km breed en bestaat voor 75 % uit regenwoud. Niet te
verwarren met de Dominicaanse Republiek. Zodra de zon op is, is het hier al
lekker warm, er staat een pittige wind, die bij het eind van het eiland
Martinique nog extra doorzet, vanwege het tunneleffect tussen de eilanden.

Hierboven zie je de gastlandvlag van Dominica, alleen al om deze vlag te
voeren is het eiland al een bezoekje waard. We hebben een voorspoedige
tocht, flink wat wind en ook nog een paar knopen stroom mee.
Zwermen vliegende vissen springen voor de boeg weg en zweven tientallen
meters over het water, een spectaculair gezicht. Om 16.00 uur varen
we de baai van Roseau binnen. De bootboys komen al meteen aangescheurd
om hun mooring te verhuren. We nemen de eerste de beste, we weten toch
niet waar we goed aan doen. Hier in de baai lig je in volle zee voor anker voor
de kust, het blijft erg lang diep en er is veel beweging, daarom kiezen wij
ervoor om aan een mooring te liggen. Deze zijn met dikke lijn aan een groot
blok beton bevestigd, waardoor je in principe op de plaats blijft liggen, alleen
draai je voortdurend door stroming, wind en getij rond. Wij hebben een
mooring bij Pancho, zij helpen aanleggen en brengen Roderick (tegen betaling
uiteraard) met hun snelle boot naar de douane, dan hoeft hij niet te zoeken en
zijn we mooi voor donker klaar. En snel dat ze gingen....

En daar liggen we dan in de baai met schitterend uitzicht op het eiland.
Prachtige bergen, van onder tot boven begroeid met zoveel verschillende
bomen. Werkelijk alle tinten groen. Donkerblauw water, prachtig!
En dan komt weer het luxe gevoel naar boven: Wauw dat wij dit mogen
doen.De volgende ochtend ontbijten we buiten en er komt een grote schildpad
(70 cm) langszwemmen. Eerst komt er een periscoop met een koppie er op en
dan daarachter een berg schild. Leuk gezicht. Omdat de boot veel in beweging
is, kijk je het ene moment op de Caribische Zee en het andere moment op het
eiland. Kop koffie erbij, puur genieten!
We gaan eerst met de rubberboot de baai verkennen, de stad Roseau is niet
zo ver weg, maar je kunt de dinghy niet vlakbij aan een steiger laten liggen. Er
liggen 2 grote cruiseschepen op de rede. We varen een stuk terug en laten de
rubberboot aan de steiger bij Pancho liggen. Daar ligt hij safe. Dan gaan we
met een minibus naar de stad. We moeten weer even omschakelen, hier wordt
weer Engels en Creools gesproken, het verkeer rijdt weer links, we betalen
hier weer in East Caribbean Dollars (ongeveer 3,5 EC voor 1 Euro). De prijzen
zijn hier aangegeven met het dollarteken, maar de Amerikanen van het
cruiseschip laten ze graag in US Dollars betalen, zonder iets aan de
hoeveelheid te veranderen. 2,5 EC=1US dollar. Die betalen zo ongemerkt 2,5
keer zoveel. Je moet hier dus ook weer goed opletten of ze de prijs in EC of US
zeggen. Dat was op de andere eilanden ook al zo. En die Amerikanen betalen
wel... De stad is levendig, veel kleuren, de mensen zijn ook vriendelijk en
beleefd. Er is een soort toeristenmarkt. Leuke kleding, ook weer heel kleurig,
vrolijk, mooi handwerk. Een totaal ander aanbod van producten.

We slenteren de stad door om een beetje indruk te krijgen. We voelen ons hier
heel prettig. De laatste weken in Martinique hebben er best wel ingehakt.
En raad eens wat we tegenkomen? Juist daar op de eerste verdieping, een
Chinese lampion op de waranda. Yes, een Chinees Restaurant. Nou daar
kunnen we vandaag echt niet aan voorbij gaan. Roderick begint al direct de
handgeschreven menukaart te bestuderen.

Hier kunnen we geen weerstand aan bieden, gauw naar boven. En het eten
was echt SUPER HEERLlJK. Biefreepjes met groene uien en gember.

Daarna nog op zoek naar een supermarkt en weer met de minibus terug naar
de rubberboot. Vervolgens naar de Happy Bird gevaren, moe en zeer voldaan.
Toetje: een prachtig avondrood.

Donderdag, 24 maart 2011, Baai van Roseau, Dominica, Regenwoud.
Voor vandaag staat er een tocht naar het regenwoud op het programma. We
gaan samen met 2 Noren en 2 Fransen met een gids een tour over het eiland
maken. Om 9 uur worden we met de speedboot opgehaald. Vanaf het eerste
moment is het mooi. We gaan direct al hoog de bergen in, over een heel nauwe
steile weg. De gids, Mr Jones, geeft continue tekst en uitleg. Zet de auto stil,
trekt een pol gras uit de grond,: Ruik dit is citroengras, plukt wat blaadjes:
Moet je ruiken, dit is van de kaneelboom. De hele weg door. Hartstikke leuk.
Dit eiland is zo uitbundig begroeid, met zo'n verscheidenheid aan planten. Je
kijkt echt je ogen uit. Plantjes die wij op de vensterbank hadden staan, maar
dan nu metershoog. Bloeiende Crotons, huizenhoge ficussen, varens zo hoog
als een palmboom.

Hoog op de berg via smalle bochtige weggetjes langs zeer diepe dalen is ons
eerste uitstappuntbij het Fresh Water Lake. We gaan een kloof bekijken. Hier
op het eiland zijn grote delen van de film Pirates of the Caribbean opgenomen.
Het stortregent intussen. Het heet hier tenslotte niet voor niets regenwoud!
We blijven eerst nog een poos in het busje zitten. Het water gutst de berg af.
Terwijl we zitten te wachten zien we allemaal krabben vanuit een klein
stroompje naast de weg omhoog kruipen. Ze kruipen en kroelen over de weg
door de plassen. En dat op 1800 meter hoogte. Volgens de locals zijn het Black
Crabs, een lekkernij.

Dan gaan we op pad. Voor mijn enkel draag ik mijn hoge bergschoenen, toen
we weggingen met stralend heet weer, was ik jaloers op de anderen, die op
slippertjes liepen, maar wat ben ik nu blij met mijn stevige stappers. Het pad
is een glibberige blubberzooi. Maar ik loop te genieten, zo gaaf allemaal.
Onder die hoge bomen, langs kronkelpaadjes, over een loopbrug over de
diepte. Roderick is niet echt blij, maar mijn held stapt stevig door.


Dan weer de bus in op weg naar de volgende stop. Hier groeit werkelijk alles,
we zien papaya bomen, avocado struiken, bananenbomen, kokospalmen,
kaneelbomen, koffiestruiken, laurierstruiken, mango's cashewbomen. Verder
metershoge bambou, metershoog riet, metershoge reuzenvarens (foto boven)
en alles wat maar bloeien kan, wilde gember, anthurium. Wonderschoon.
De laatste is een Cannonball tree, niet eetbaar, maar O zo leuk voor de
kinderen, die er gevechten mee houden. Ze zijn stevig, maar als ze iemand
raken, spatten ze uit elkaar en stinken. Een soort tropisch sneeuwbalgevecht.


De laatste foto zijn kokosnoten, de noot die wij kennen is de kern van deze
oranje vrucht. Dit zijn jonge, ze worden nog veel groter.
Dan gaan we op weg naar de Trafalgar Springs, 2 enorme watervallen. Ook de
weg hier naar toe gaat slinger slanger over de bergen door het groen.

Ook hier weer een hele klauterpartij, het is warm, vochtig, het zweet loopt
echt in stralen van je af, maar het is zeer zeker de moeite waard. Dan een
tussenstop in een restaurantje om een hapje te eten en dan gaan we weer.
Naar het vulkaangebied, naar de Sulphur Springs, een hete zwavelbron. De
stank van rotte eieren komt je al tegemoet. Het borrelt en blubt, stinkt en is
kokend heet. Volgende stop de botanische tuin, waar ik verbijsterd naar een
supergrote palmboom sta te kijken.
Dan weer verder over de bergen, stops bij de diverse uitzichtpunten, waarvan
deze natuurlijk de leukste is, als we onze eigen boot op zee zien liggen.

En dan gaan we weer op huis aan, nog een tochtje met de speedboot naar
onze ankerplaats en dan vallen we doodmoe neer in de kuip. Een prachttocht!
Vrijdag oeroesen we wat aan. We hebben doodvermoeide benen. De foto's
bekijken, met de rubberboot Roderick naar de wal brengen, die brood gaat
halen, hem weer ophalen, even zwemmen en even schildpad speuren.
Zaterdag, 26 maart 2011, Roseau, Dominica.
Vandaag gaan we de stad in, het is om 8.00 uur al meer dan 30 graden.
Stadse kleren aan, op het laatste moment verwissel ik mijn nette bloes met
korte mouwen voor een flinterdun T-shirt. Alle locals dragen hier de meest
sexy kleding, dus dit kan ook wel. In de stad is het een gezellige drukte. Overal
klinkt Calypso en Reggae muziek. Wauw, wat een sfeertje!


De straten zijn niet zo geplaveid als in Nederland, het is dus niet zo heel gek
dat ik af en toe lang uit ga. Dit is nog aan het begin van de dag.
Plotseling begint het te regenen, dat koelt lekker af, maar blijkt niet zo
geslaagd met mijn dunne T-shirt. Dat wordt bijna doorschijnend en heeft een
zeer ophitsend effect op de autochtone bevolking. We gaan eerst schuilen in de
supermarkt, dan proberen we weer een stukje markt, maar nu begint het echt
te plensen. Het water giert door de straten. Alle waren op de kraampjes zijn
afgedekt met dik plastic. We halen de laatste benodigdheden en gaan dan naar
de wachtplaats voor de busjes. Dat gaat ook deze keer weer prima.

Bij Sea Waterworld Guesthouse stappen we weer over in onze rubberboot. Het
regent nog steeds, in de dinghy staat zeker 5 cm water. Maar dat maakt ons
ook niets meer uit, nat zijn we toch al en bij deze temperatuur word je ook
niet koud.

Aan boord gekomen vinden we het tijd voor Happy Hour, dan nemen we
samen een grote rum cola met ijs buiten in de kuip. Gezellig! We zien een erg
grote schildpad langszwemmen, helaas duikt hij snel weer onder. Onderhand
komen er nieuwe schepen aan de moorings afmeren. Altijd leuk om te zien. Wij
liggen vlak tegenover een steiger van een duikschool, we hadden al gekeken of
we hier niet makkelijk aan land konden, maar ons leek het niet haalbaar.
De mensen van de buurboot hebben daar wel hun dinghy aangelegd en komen
nu weer terug. Met de verrekijker kijk ik hoe zij van die steiger in de
rubberboot klimmen, letterlijk halsbrekende toeren, maar ze komen allevier
veilig in de dinghy. Dan willen ze wegvaren, maar ze krijgen de lijn niet los van
de steiger, 1 persoon klimt weer omhoog om de knoop los te maken, er schiet
iets los en 3 dikke steigerplanken inclusief een opstap en wat balken donderen
samen met de man 2 meter naar beneden boven op de rubberboot en de
bemanning. De rubberboot slaat om, de mensen drijven in het water, hun
rugzakken ook, die gooien ze weer op de steiger, de rubberboot is lekgeslagen
en verder onbruikbaar en de buitenboordmotor is koppie onder gegaan in het
zeewater. Als dat gebeurt moet de buitenboordmotor binnen een uur uit
elkaar gehaald worden en met zoet water gespoeld, anders kun je hem
weggooien. Roderick in onze dinghy er naar toe om hulp te bieden. De mensen
hebben nu geen vervoer meer naar hun schip, zijn allemaal drijfnat en weten
zich geen raad wat te doen. Hartstikke zielig natuurlijk, maar het had
honderdmaal slechter af kunnen lopen. Een ongeluk zit dus duidelijk echt in het
kleine hoekje.
Maandag, 28 maart 2011, Roseau Dominica.
Ook wij doen het af en toe rustig aan, hoewel rustig? Gisteren en vandaag
lekker snorkelen en vervolgens uren lang onder de boot duiken met een
plamuurmes om de centimetersdikke laag aangegroeide kokerwormen,
schelpen en algen te verwijderen. Het zwemmen gaat mij steeds beter af, ik
durf steeds verder onder water onder de boot. Afkoelen, beetje trainen, goed
voor mijn conditie. Alleen de kiel blijft voorlopig nog een oerwoud. Als je onder
de boot duikt (sowieso al een beetje eng) moet je altijd goed oppassen dat
het schip niet boven op je terecht komt door de golfbeweging. Verder speur ik
ook om me heen voor errug grote vissen, niet dat ik daar iets tegen in te
brengen heb. Maar ik kan al aardig mijn adem inhouden, wie had dat een paar
jaar terug gedacht! Het gaat hartstikke lekker totdat die ene rotkwal
langskwam, een Box Jellyfish. Ik droeg mijn bikini met een T-shirt erover, en
precies waar de mouw ophield nam hij mij te pakken. Dat deed gemeen zeer.
Direct het water uit, azijn erop deppen, grote blazen. Terwijl Roderick de azijn
pakte, spoelde ik direct met zoet water, dat mag dus niet. Waarom niet, geen
idee, maar mijn gevaarlijke beestenboek zegt dat. Vervolgens een anti
histamine tablet geslikt en Roderick geinstrueerd, waar hij op moet letten. Ook
weer goed afgelopen!
Nog even over de vliegende vissen, die hebben dus extra grote borstvinnen,
als zij achtervolgd worden maken ze vaart en zwemmen met de vinnen plat
langszij naar de oppervlakte met een snelheid van 32 km per uur. Vervolgens
schiet hij uit het water opent zijn vinnen als vleugels en maakt een lange
glijvlucht. De snelheid kan oplopen tot 65 km per uur. Meestal vliegen zij zo'n
50 meter, maar wij hebben zelf veel langere vluchten gezien.
Als een straal zilver schieten ze uit het water. De onderstaande plaatjes ter
verduidelijking zijn uit het boek:1000 Wonderen van de Natuur van Readers
Digest. Een leuk boek met allerhande wetenswaardigheden.
Dinsdag, 29 maart 2011, van Roseau naar Prince Rupert Bay.
We gaan weer een stapje verder naar Prince Rupert Bay in het noorden van
Dominica,.15.34 N x 061.27 W, 21 Nmijl varen. Om half 7 gaan we al ankerop,
ten afscheid komt er nog een joekel van een schildpad langszwemmen, zeker
1 meter. Helaas kunnen ze lang onder water blijven, als ze eenmaal weer
onder gedoken zijn, heb ik geen idee, waar en wanneer ze weer boven zullen
komen. Maar leuk blijft het. We varen vlak langs de kust, het is werkelijk een
schitterend eiland. Zulke mooie bergen.

Onderweg heb ik symbolisch afscheid genomen van mijn luchtwegmedicijnen,
vanaf december al niet meer gebruikt en geen kuchje meer!
Het grootste deel hebben we zeilend afgelegd, als we vlak bij de ingang van de
baai zijn, gaat de motor er weer bij. Het laatste stuk moet je tegen de golven
in en heb je last van de valwinden. Laat nu de motor beginnen te protesteren,
vrijwel geen vermogen meer. Dat hadden we al eerder gehad, maar Roderick
dacht dat hij het opgelost had. Al die tijd geen probleem meer mee gehad. Het
invaren wordt hierdoor een stuk lastiger, maar uiteindelijk liggen we om 13.15
uur aan een mooring. Bekaf, heet, eerst een drankje dan de rubberboot van
dek aftakelen, motor erop enz. en dan naar de stad Portsmouth. Een flink stuk
varen voordat we aan land kunnen, onderweg passeren we een aantal
wrakken, grote schepen, die door een hurricane op land gezet zijn. De wrakken
blijven gewoon liggen, ook op anderhalve meter onder water liggen er nog een
paar, niet dat dit door boeien of zo aangegeven staat.

We lopen ons een paar platvoeten, maar het meeste hebben we gevonden.
Morgen weer een dag. Dan weer helemaal terug naar de rubberboot en
daarmee weer naar ons schip. Het is onderhand flink gaan waaien, de stroom
is veranderd en de deining staat recht in de baai. Ons schip rolt van de linker
naar de rechterzijkant met af en toe een huppel door een golf. Het vereist heel
wat moeite om de dinghy erachter te leggen, aan boord te klimmen zonder te
vallen en zonder dat de dinghy geplet wordt door het grote schip. Dan de
motor er weer af voor de nacht, alles weer securen. Bekaf zijn we. Dan tijd
voor ons drankje in de kuip. Nee we zijn geen alcoholisten, maar we hebben
ieder al 2,5 liter water op, 0,5 liter vruchtensap, paar koppen koffie en een
paar glazen frisdrank, dus nu is het tijd voor een Rum Cola. Lekker!
Terwijl we zo lekker zitten te schommelen, springt er een Barracuda (1 meter)
uit het water, plonst er een 6 meter verder weer in, springt weer op, tot wel 5
keer aan toe. Die had haast!
Woensdag, 31 maart 2011, Prince Rupert Bay, Dominica.
Vandaag moet er gewerkt worden. Roderick heeft continue de handleiding van
de motor zitten bestuderen. Wat blijkt: er is een extra waterscheidingsfilter
voor de diesel gemonteerd op onze motor, waarschijnlijk jaren geleden door
de Volvo dealer in Lelystad. Deze staat dus nergens in de boeken, we wisten
niet van het bestaan af, dus is deze ook nog nooit vernieuwd. Maar nu hem
loshalen. Er staat nu een watermaker opgemonteerd en een hele lading zooi
gestapeld. Dus begint Roderick te slopen, eerst alles uit de hut, dan een stuk
uit de ombouw zagen, filter demonteren, (tjee, wat is dat ding smerig), dan
gaan we naar de Marine Budget winkel voor nieuwe filters. Vergeet het maar,
deze maat leveren ze niet; ze kunnen ook sleutels namaken, we hebben een
hele bos bij ons, vergeet het maar, ook deze maten hebben ze niet. Dat schiet
lekker op. Terug naar het schip, Roderick gaat de filters die we in voorraad
hebben vernieuwen, de overige schoonmaken en hergebruiken. Rotklus dus!
Hij is de hele dag in de weer, opgevouwen om, onder en naast de motor. Dan
proberen de motor weer aan de gang te krijgen.... Nou dat gaat zo maar niet.
Na uren zwoegen, doet de motor het nu weer. Roderick is min of meer
gesloopt.
Er zijn onderhand 2 Nederlandse schepen in de baai gearriveerd, de Bess met
Ineke en Lex, en de Rapy met Henk en Barbara. Gezellig, we hebben een tijd
geen Nederlanders gezien. Morgen gaan we samen met hen een excursie
maken over de Indian River.
Vrijdag 1 april 2011, Indian River, Prince Rupert Bay.
Om 8 uur komt de gids Alexis ons oppikken, er gaan ook nog 3 Duitse jongens
mee. Dominica heeft 365 rivieren, maar alleen deze is bevaarbaar. De regering
houdt hier het natuurbeheer streng in de hand. De toeristen moeten toegang
betalen en er mag alleen in boten zonder motor gevaren worden. Dat wordt
dus roeien.


We zijn net goed en wel op de rivier, begint het te spetteren, dan te regenen,
dan te plensen en dan te hozen. We schuilen wat onder de palmen, maar op
een gegeven moment gaan we toch door. Drijfnat zijn we allemaal. Het is een
wonderschone tocht. Het is heel stil, alleen de vogels hoor je. Alexis vertelt
tijdens het roeien veel interessante weetjes. De oevers zijn weelderig
begroeid en zoveel kleuren groen. Het kan niet op hier.


Hier kijkt Roderick nog blij, we dachten dat het een heel relaxt tochtje zou
worden, lekker zitten en kijken, maar we gaan nog een flinke wandeling over
een plantage maken. Hartstikke leuk natuurlijk, ook hier groeit er van alles.
Maar we moeten glibberen bergop. Als ik dit had geweten, had ik zeker mijn
bergschoenen aangedaan. Ook Roderick heeft behoorlijk last van zijn knie.
Onderweg komen we ananasplanten tegen, bananenbomen, overal liggen
kokosnoten, Alexis slacht er een paar, zodat we de kokosmelk kunnen drinken
en de rest lekker opknabbelen.


De laatste foto is de bloesem van een avocadoboom. Daar zullen dit jaar heel
wat vruchten aankomen. Het blijft regenen, het pad naar boven is een
glibberige modderzooi, vanaf de top kunnen we over de baai kijken en onze
schepen zien liggen.

Dan uiteraard weer naar beneden, ik ben supervoorzichtig met mijn enkel. Aan
het eind wacht ons een bar midden in de bush, waar we een heerlijke
rumpunch kunnen kopen. We zijn compleet doorweekt. Dan weer terug in de
boot.

Onderweg zien we een landkrab, Alexis stopt onmiddellijk de boot, roeit terug
en plukt hem zo van de boomstam. Hij is in het bos opgegroeid en weet hoe
deze op te pakken.

Uiteindelijk gaan we met de speedboot weer terug naar onze ankerplaats.
Een supergeslaagde tour. 's Avonds hebben we Henk en Barbara en Lex en
Ineke uitgenodigd voor een drankje bij ons aan boord. Gezellig!

Zaterdag, 2 april 2011, Prince Rupert Bay, Dominica
Vannacht hadden we het zwaar, het is hard gaan waaien en de golven staan
recht de baai in. Wij liggen ongunstig, we liggen als een gek van links naar
rechts te rollen en tegelijkertijd van voor naar achter. Alles valt om, alles trilt
en hotst. Er komt niet veel van slapen, maar af en toe dommelen we toch wat
weg. Het gaat steeds harder waaien, ik ga buiten controleren, begint het schip
naast ons met een zaklantaarn te schijnen en te roepen, dat we de fenders uit
moeten doen, omdat we zo dichtbij liggen. Pardon? Wij lagen hier al en zij zijn
veel te dicht bij ons voor anker gegaan. Het is ook echt tricky. Normaal
gesproken draai je allemaal dezelfde kant op door de wind en de stroom. Maar
wij liggen net op een punt dat de stroom anders loopt en draaien af en toe
tegendraads. Dat maakt dat we elkaar zomaar zouden kunnen raken. De
mevrouw blijft maar naar ons roepen, maar wij kunnen haar niet verstaan,
omdat ze tegen de gierende wind in roept. Roderick gaat naar buiten met de
zaklamp en de marifoon. Maar ze snapt het niet. Intussen is een ander
zeilschip van zijn anker geslagen en drift met een behoorlijke vaart naar ons
toe. Nu lopen we zeker het risico op een flinke schade. Midden in de nacht
zitten we dus samen in ons ondergoed op de voorpunt, ieder met een grote
stootwill in ons handen. Het schip drift op minder dan een halve meter voor ons
langs. Phoe, dat is mazzel, we hadden er niet veel tegen kunnen beginnen. Ik
blijf nog een paar uur lang op om de boel in de gaten te houden.
We houden ons overdag verder rustig, kijken of we wat boodschappen kunnen
doen, eten een hapje bij Big Papa, en varen dan weer terug. Hier in de baai
vliegen heel veel Fregatvogels. Grote zwarte vogels die zich op de thermiek
laten drijven. Als de vissers binnen komen varen, zijn ze direct van de partij.

Er is voor de komende dagen nog veel meer wind voorspeld en we vragen of
we een mooring kunnen krijgen, die wat dichter onder de kust ligt. Dat is okay,
dus we gaan direct verkassen. Natuurlijk hebben we nog steeds de beweging
van de zee, maar het ligt een stuk rustiger. Henk komt vragen of we vanavond
een visje komen eten aan boord van de Rapy, nou daar zeggen we geen nee
tegen. We draaien gauw nog een grote kan Sangria met vruchten in elkaar, die
we zonder knoeien met de rubberboot overvaren naar de Rapy. Lex en Ineke
komen met een heerlijke fruitsalade aan, Barbara had ook nog een grote pan
nasi gemaakt. Kortom we hebben zitten smikkelen.
Zondag, 3 april 2011, Prince Rupert Bay, Dominica.
Als we wakker worden stortregent het, dit blijft zo de hele ochtend, met
bakken valt het uit de hemel. Kunnen we mooi onze internet zaken regelen.
's Middags gaan we snorkelen om de boot en voor wie het niet geloofd, hier de
meting van Passage Weather van de watertemperatuur. Minimaal 28 graden is
het water hier. Dominica is het 2e eiland van onder.

's Avonds is er een grote strandbarbecue georganiseerd voor de boten in de
baai. Van de opbrengst wordt dan weer de bewaking betaald, die 's nachts echt
rondvaart om te controleren. Lijkt ons wel wat. Dus om 18.30 uur stappen we
in onze dinghy en varen naar het strand voor de Purple Turtle. Daar staan de
barbecues al te gloeien en de rasta's te bakken, tafels te dekken, schalen te
vullen. Dat ziet er een stuk beter uit, dan we verwachtten. Het is hartstikke
leuk, de opvarenden van de andere boten komen allemaal aanzetten in hun
dinghy of met de watertaxi. We maken kennis met iedereen, onder andere met
Mary en Bruce, Engelsen, die ons na het kennismaken een Goedenavond
wensen, zij hebben vier jaar in Nederland gewoond en vooral Mary spreekt
keurig Nederlands. Vervolgens maken we kennis met Harmony en John, een
Amerikaans stel, zij hebben een poosje in Utrecht gewoond. Dan een paar
Engelsen: Ja ik was in het leger en heb een poos in Nederland gediend in
Brunssum. Zo grappig. Tot slot maken we kennis met Joop uit Den Haag en
Susanne, hij is van oorsprong Nederlands, maar spreekt de taal totaal niet
meer. Ze zijn beide 78 en hebben 9 jaar over hun wereldomzeiling gedaan en
zeilen nog steeds. Het is heerlijk om met al die gelijkgestemde mensen te
praten. De rumpunch gaat rijkelijk rond, er is kip, vis en porc van de barbecue,
lekkere rauwkostsalade en rijst. De Caribische muziek schalt luidt, de tafels
worden aan de kant gezet en er kan gedanst worden in het zand. Nu heb ik
natuurlijk een manke poot, maar als een Caribische Rasta me uitnodigt om te
dansen, grijp ik natuurlijk mijn kans. de Rasta natuurlijk ook, die houdt die
blanke Babe dicht tegen zich aan.
Het werd een swingende avond. Ook nog even flitsend staan swingen met
Henk van de Rapy. Als we terug naar de steiger lopen met een paar andere
mensen, begint er net weer een lekker nummer. Ik loop direct al weer te
zingen en te swingen, de anderen beginnen mee te doen, een Rasta begint
ook op de steiger te dansen.
Wauw, wat leuk allemaal! Terug naar het schip en naar bed.

Maandag, 4 april 2011, Prince Rupert Bay, Dominica.
We waaien vandaag uit ons hemd, zoals reeds voorspeld was. De verkoelende
wind is enerzijds heerlijk op ons warme lijf, anderzijds moeten we met de
dinghy over zee, dat is minder. Roderick gaat ons vanochtend vast uitklaren bij
de douane, woensdag willen we vertrekken. Hij kleedt zich netjes aan, lange
broek, net Poloshirt, maar binnen 5 minuten zijn we zeiknat door de golven.
Ik zet hem halverwege al aan land, dan kan hij zich drooglopen naar de
douane. Hij heeft de handmarifoon bij zich en kan me oproepen als hij weer
opgehaald wil worden. Daarna even Skypen met de zusters en Mirel.
's Middags ga ik alleen de wal op om verse vis te kopen bij de vissers van het
dorp. Dat kan vanaf 16.00 uur. Als ik aankom wordt net de vis aan land
gebracht. En wat voor vis, joekels. En dat allemaal uit net zo'n klein visbootje
als boven bij de Fregatvogels. Ongelooflijk! Het is Mahi Mahi. Buiten in het gras
staat een stenen tafel voor de verkoop. Ze blijven maar vissen aanbrengen
vanuit dat bootje. Je weet niet wat je ziet. Uiteindelijk komt de visser ( in
oliepak op blote voeten), die met een machete de vis voorsnijdt en dan met
een stuk boomstam op de machete ramt om de vis in moten te krijgen. Ik sta
netjes in de rij op het weggetje te wachten tot ik aan de beurt bent Ineens
realiseer ik me, dat er helemaal geen verpakkingsmateriaal ligt. Shit, ik heb nu
ook net geen plastic tasje bij me. Bij het tankstation aan de overkant koop ik
een plastic tasje. Dan de vis bestellen, het gaat met een balans weegschaaltje,
een pond of een kilo, dus hij gooit er een stuk bij. Ik wilde 4 moten, dat bleek
uiteindelijk bijna 2 kilo vis te zijn.


Dan met mijn tas vol druipende vis weer terug, bijna 2,5 km door het dorp.

Nog even bij de supermarkt naar binnen voor een paar flessen drinken en dan
bepakt en bezakt naar de rubberboot. So far, So good. Krijg ik toch het
hangslot niet open, ik heb daar zeker een half uur in de rubberboot zitten
pielen, zak met vis naast me, die warm wordt, Roderick op het grote schip in
de verte. Shit, shit shit! Gelukkig kwam er een boot boy over de steiger, die ik
om hulp gevraagd heb, eindelijk het slot open. Door het zeewater gaat alles
vastzitten. Snel naar huis, Tjee, wat heb ik eigenlijk een ontzettende
hoeveelheid vis. Compleet met vinnen en een enorm dikke huid. En hoe bereid
je eigenlijk Mahi Mahi?
Gewoon slopen, huid er af en de brokken geduldig bakken. En lekker dat het
was! Morgen eten we de rest.

's Avonds kwamen Lex en Ineke van de Bess bij ons klaverjassen. Toppie!
Dinsdag, 5 april 2011, Prince Rupert Bay, Dominica.
Vandaag hadden we een klusdag, Roderick moet de mast in, want de misthoorn
hangt aan het draadje te bungelen. De bevestiging is afgebroken en we willen
niet de kans lopen dat hij morgen tijdens het zeilen op ons hoofd valt. Ik heb een
ander leuk klusje. Er is een pak rijst omgevallen en leeggelopen in de
voorraadkast onder de bank. Het zit overal, tussen de zeekaarten, de DVD's, de
etenswaren. De hele bank moet leeg, wat een bende.

Eind van de middag doen we leukere dingen, voor de laatste keer Skypen met
Anita en Mirel, ons abonnement op Internet loopt vanavond af, daarna gaan
we naar Big Papa om met de andere Nederlanders van de Bess en de Flying
Swan een drankje te drinken. Er komt nog een Rasta langspeddelen met een
zak met fruit voor de verkoop, van alles wat en natuurlijk veel te duur.
Waarschijnlijk heeft hij het net langs de weg of op de plantage verzameld.
Roderick vindt hem zielig, hij moet ook weer helemaal terug peddelen, hij geeft
hem een biertje en in het kader van de ontwikkelingssamenwerking kopen we
de hele zak met fruit. Het ziet er niet uit, maar het smaakt heerlijk.
En dan is deze dag ook weer voorbij.
