

Vrijdag, 04 maart 2011, Baie Le Marin, Martinique. 14.27' NB 060.52' WL
Na een superlekkere zeiltocht arriveren we om 12.30 uur in Martinique. De
gele quarantaine vlag moet dan weer gehesen, ten teken dat wij nog moeten
inklaren, dit is toestemming/ goedkeuring van douane en immigratie krijgen
om hier te verblijven. De eerste indruk: mooie omgeving, veel palmen, veel
groen en een zee met alle kleuren blauw.

Alle kleuren blauw van het water heeft te maken met de ondieptes
veroorzaakt door de koraalriffen, erg goed oppassen dus, hierboven een foto
van een zeilboot die al eerder op het rif gelopen is. Verder ligt het overige
water van de baai helemaal vol met voor anker liggende schepen. Tjeetje
Mina, wat is het hiet druk!!!

We willen eerst een dagje in de haven, die roepen we op, maar niemand
neemt de oproep aan. Dan gaan we op zoek naar een meldsteiger, die er niet
is, dan gaan we informeren bij de dieselpomp, daar zit een soort bewaker in
een hokje, die ons vertelt dat we het om 15.00 uur nog maar eens moeten
proberen. Oh ja, dit is Frankrijk, lunch tot 15.00 uur. De haven ligt ook hutje
mutje vol. Door de ankerlijnen, de moorings en de ondieptes kun je bijna geen
kant op, dus gaan we maar op zoek naar een ankerplekje. Uiteindelijk liggen
we eigenlijk best, nog vrij ver voorin de baai, goed beschut, maar daardoor ook
wel erg heet. We zijn nog niet onverdeeld enthousiast. Dan de rubberboot in
het water hijsen, motor erop monteren dan kan Roderick op zoek naar de
douane om in te klaren. Ik mag officieel niet van boord. Na een uur komt
Roderick terug, douana was gesloten, havenkantoor gesloten. Weet je wat, we
blijven hier liggen en ik ga gewoon even mee in het stadje rondkijken.
Zoals tot nu toe alle Caribische eilanden, leuke pittoreske plekjes, armoedige
stukken, veel plantengroei, kokospalmen, bloeiende struiken en overal prachtig
water en bergen.

Maar wat een sociale verschillen met Saint Lucia, hemelsbreed op 40 km
afstand. In St Lucia spreekt iedereen ook Engels, het verkeer rijdt links, de
mensen zijn erg open en vriendelijk en lachen je toe. Martinique is Franser dan
Frankrijk, de mensen spreken werkelijk geen woord Engels, zijn dat niet van
plan ook, over het algemeen wat nors kijkend en afstandelijk. De locale
bevolking heeft ook heel andere raskenmerken. Als wij iemand iets vragen,
wekken ze al gauw de indruk van Oh Jee, moet je mij hebben? Ze verstaan
ons niet, zelfs als ik gedeeltelijk Frans spreek. Als Roderick naar een toilet
vraagt, kunnen ze daar geen verband leggen met het franse toilettes.
Vriendelijk toeknikken kennen ze hier niet. De winkels verkopen hier kaarten,
maar overal hangt een briefje: wij hebben geen postzegels. Als je dan naar
een postkantoor vraagt, snappen ze je niet. Leg je uit dat je postzegels nodig
hebt, wijsen ze op het briefje, dat zij die niet verkopen. Het internet systeem
hier brengt onze beide computers overstuur, iedere keer taat de hele boel op
tilt. Onze Inter-Caribische telefoonkaart werkt hier niet. Het verkeer rijdt hier
weer rechts, dat is voor mij wel fijn, want ik blijf in de linksrijdende landen
levensgevaarlijk oversteken. Over geconditioneerd gedrag gesproken! Overal
in de maritieme wereld is Engels de voertaal, behalve in Franse gebieden dus.
Zelfs het computer toetsenbord bij de douane heeft de letters op een andere
plaats staan. Geen Qwerty, dus Roderick heeft ongelooflijk veel moeite om
onze douanepapieren ingevuld te krijgen. Veel mensen zijn snipverkouden of
grieperig, want het is hier winter. Natuurlijk niet alleen narigheid, ze hebben
hier natuurlijk overheerlijke baguettes, croissantjes, appels per kilo in plaats
van per stuk voor goud geld. En natuurlijk camembert en brie voor een zacht
prijsje. En natuurlijk ook weer van die schattige zwarte kindjes.

Zaterdag, 05 maart 2011. Baie Le Marin, Martinique.
Sowieso vanochtend eerst inklaren. Ik ga met Roderick mee de stad in, even
wat winkeltjes langs, geld pinnen, hier gebruiken ze euro's, die hebben we niet
meer. Dan langs het havencomplex en een echte supermarkt. Hele andere
spullen verkopen ze hier weer. Dat is altijd weer leuk om te ontdekken. We
laden onze kar vol, de rubberboot ligt een end verderop. Als we bij de kassa
staan, krijg ik een acute aanval van diarree, dus ik ren de winkel uit, roep naar
Roderick dat ik naar de boot ga, o jee, dit gaat helemaal mis. Naar het
toiletgebouw, redden wat er te redden valt. Dan maak ik vast de rubberboot
klaar om Roderick op te halen. Die stakker staat met een kar vol
boodschappen, op dit eiland krijg je natuurlijk juist geen enkel tasje, zijn
wereldpas wordt niet geaccepteerd, zijn creditcard nemen ze niet aan,
niemand helpt even met de boodschappen, een man rijdt met zijn kar tegen
hem aan, er scheuren daardoor 2 knopen van zijn overhemd, dat daardoor
helemaal openhangt en er kan nog geen excuusje van af. Onderhand ben ik
helemaal omgevaren om bij dicht bij de supermarkt te komen en is Roderick
helemaal de andere kant opgelopen met zijn boodschappen in een vuilniszak,
die dan ook nog scheurt. Oh wat zijn we heden blij!!! Uiteindelijk vinden we
elkaar en varen terug naar het schip. Weet je wat we doen, we gaan gewoon
lekker even naar bed en op de bank. Zo gezegd zo gedaan.
's Middags nieuwe ronde, nieuwe winnaars. Opnieuw naar de wal, het is hier
carnavalstijd. De winkels gaan vroeg dicht, vanmiddag is de hoedenparade.
Nou dat willen we dan wel zien. Roderick staat nog in een winkel, moet ik weer
zo nodig naar de wc. Ren naar buiten en val languit over een onzichtbaar
afstapje, waar Roderick me al 10 keer voor gewaarschuwd heeft, kortom ik
maak een doodsmak. Nu dus 2 zere enkels, 2 zere knieen, 2 zere armen en
een verrekte nek. Bezorgde omstanders rapen me op en zijn erg lief voor me.
Roderick komt niets vermoedend de trap af en iedereen stormt op hem af in
het Frans aanroepend. Even bijkomen, dan gaan we het nog maar eens
proberen.
De hoeden parade is een soort modeshowtje van inlandse dames met eigen
ontworpen strooien/ palmbladeren hoedjes, die ze gestoken in prachtige
kleren showen. Wij hebben een plaatsje op een terrasje bemachtigd, onder de
parasol, colaatje er bij, zo gaat het prima. Door de kleinschaligheid en de
kneuterigheid van het geheel is het eigenlijk hartstikke leuk.

Dan komt Le Marin drumband, die met een aantal eigen gemaakte
instrumenten, van onder andere afgezaagde vetvaten, holle boomstammen,
kalebassen enz. een swingend stukje gaat staan drummen. De locals deinen
meteen mee en de kleintjes gaan er springend en dansend achteraan. De
meesten dragen 2 verschillend gekleurde beenwarmers. Een hele leuke sfeer.


Voor donker willen we weer aan boord zijn. Bij de dinghysteiger aangekomen,
blijkt onze bootje helemaal ingesloten door een paar grote erg opdringerige
boten. Kost even wat moeite, maar dan kunnen we weer naar huis, daar
aangekomen ben ik zo afgepeigerd, dat ik direct in bed val.

Zondag, 06 maart 2011, Baie Le Marin, Martinique.
We waren niet van plan om hier te blijven, maar eigenlijk liggen we wel heel
gunstig, vanmiddag is er weer wat carnavalsgebeuren en mijn lijf doet nog
overal zeer, dus even rustig aan.
Ik ga in mijn eentje even op stap met onze dinghy, nogmaals naar de
supermarkt en informeren bij het havenkantoor, waar ik ergens postzegels
kan scoren. Nou dat is simpel, zij hebben een frankeermachine, dus dan moet
ik de kaarten daar naar toe brengen en ze daar laten stempelen. Okay, dat is
dan geregeld. Netty je verjaardagskaart komt dus wat later!
Nog even rondspeuren in de supermarkt. Het is verbazingwekkend, dat de
collecties van supermarkten zo kunnen verschillen. Ik koop allerhande lekkere
dingen, zelfs een pot Rolmops, een verse baguette erbij, hmm.
Vanmiddag weer naar de carnavalsparade, ik denk dat dit de kinderparade
was. Al die verklede kleintjes.
De Le Marin, drumband komt weer opdraven, dit keer ook mooi verkleed (en
warm dat ze het hebben) en iedereen er weer achteraan springen. Leuk hoor.

's Avonds hebben we Caspar en Geertje van de Abel uitgenodigd voor een
drankje. Zij komen uit Julianadorp! We hebben gezellig zitten praten.
Maandag, 07 maart 2011, Baie Le Marin, Martinique.
Ook vanmiddag is er weer iets carnavalesk. Nu we er toch zijn, wil ik dat ook
nog wel meemaken. Carnaval op de eilanden wordt overal op een ander tijdstip
gevierd. Trinidad heeft een enorm groots carnaval, daar moet je lang van te
voren plaatsen voor reserveren, de andere eilanden doen het ieder op zijn
eigen tijd en wijze. De een na de oogsttijd, de andere rond Independance Day
of gerelateerd aan de feesten uit de slaventijd. Dus nu er hier gevierd wordt, is
het leuk om dat mee te maken. De optocht hebben we gemist, morgen weer
een herkansing, dan is de parade van de duivels. De winkels zijn allemaal heel
vroeg gesloten.

We gaan even ergens een drankje halen, daar lopen alle meiden in de
bediening verkleed als mannen, compleet met snorren, pruiken en stoere
kleren. Ze lopen ook wijdbeens, doen af en toe hun zak even goed en een lol
dat ze hebben. Eind van de middag gaan we nog even met de rubberboot een
stukje de baai verkennen. Wederom ligt ook hier weer een superjacht en ook
weer een Opa Jan boot, iemand die alles mee z'n hol insleept, omdat hij daar
altijd nog wel iets van eens kan gebruiken. Het eind van het liedje is dat het
schip zo overladen is, dat het door de hoeveelheid meuk niet eens meer kan
varen, dus dan worden er een paar oude bijbootjes tegenaan gehangen,
waardoor hij nog meer spullen kan opslaan. Ook dit komen we geregeld tegen.
Mensen die dan gewoon op zo'n plaats blijven hangen.

Het eind van de baai gaat over in mangrovemoeras. Op een uitstekende punt
komen iedere avond honderden witte vogels nestelen. Het zijn Koereigers.
We varen er voorzichtig om heen.
Daarna varen we een stuk het mangrove gebied in. Heel bijzonder. Roderick
stuurt supergeconcentreerd, overal staan er boomwortels boven water, maar
ook hangen meterslange lianen vanuit de bomen naar beneden. Beetje eng
ook, je weet nooit wat er uit kan komen vallen, aan slangen of spinnen of zo.
Het is heel nauw, maar heel speciaal.



Dinsdag, 08 maart 2011, Baie Le Marin, Martinique
Vandaag is de parade van de Rode Duivels. Als we vanochtend met de
computer naar een restaurant gaan om Internet Access te krijgen, lopen de
meiden nu allemaal als Rode Duivels.
We hadden trouwens heel wat moeite om Internet access te krijgen. De
computer was zo overstuur, dat hij helemaal geen Internet toegang meer
toestond. Grrr, en iedereen om ons heen zat lekker te internetten. We hebben
er bijna 2 uur op gezwoegd, alle instellingen gecontroleerd, duizend schermen
doorgelopen en uiteindelijk kregen we gelukkig weer verbinding, dus nu zijn
jullie weer op de hoogte. Vanmiddag natuurlijk even bij de parade kijken.
Vandaag is iedereen in het rood, met of zonder hoorntjes of staart.
Opstellen bij het Place de Fete, direct voor de begraafplaats. Daar komt
natuurlijk ook weer de Le Marin Drumband.

Met z'n allen achter de vrachtwagen aan dansen op schetterende muziek,
rondje na rondje door het dorp.

Tot laat in de avond kunnen we nog meegenieten van de "muziek"

Woensdag, 09 maart 2011, Voor anker bij Pointe Borgnese
Vanochtend om 05.30 uur start de muziek met rondjes door het dorp, de
pyama parade. Deze dag loopt iedereen in zwart of wit. We vinden het nu wel
mooi geweest, we gaan proberen wat boodschappen te scoren, de winkels
gaan deze dagen iedere keer heel vroeg dicht en worden nauwelijks
bevoorraad. Roderick gaat met de rubberboot naar de ene winkel, daarna ga ik
ergens anders. Dan nog een derde trip naar de wal om vuilnis weg te gooien en
dan zijn we klaar voor vertrek. Anker op wordt nog lastig, onze buurboot ligt
recht op ons anker. Maar we doen heel voorzichtig aan en blijven nog net een
halve meter van elkaar verwijderd. Dan weer sla-om om de riffen de baai uit.
Net om de hoek is een prachtige snorkelplaats. Superhelder water. Weet je
wat, we gaan hier meteen voor anker. We varen zo ver mogelijk door tot we
nog maar 2 meter onder de kiel hebben. Er komt ter verwelkoming een echt
grote schildpad voorbij zwemmen. Ik denk zo'n 70 cm doorsnee, helaas duikt
hij snel weer onder. We liggen prachtig, de vissen kun je zo onder het schip
zien zwemmen. Binnen 5 minuten liggen we alletwee in het water.
Overal koraal, waaierkoraal, vuurkoraal, hersenkoraal, rotsen en zoveel
verschillende felgekleurde vissen. Roderick heeft Nemo gezien, ik Dora (een
heleboel). Wat een wondere wereld toch.
De vissenfoto's heb ik uit een boek gefotografeerd, als ik ook nog een
fotocamera onder water mee neem, raak ik helemaal overwerkt. Nu plons ik
erin, blijf hangen en kijken, zwem een stukje verder en laat me weer
verrassen. Klim er weer uit, warm even op en mag dan weer overnieuw.

Helemaal fantastisch natuurlijk! Maar er is ook nog een andere kant aan de
medaille. Afgelopen weekend had mijn zusje Netty groot feest, de hele familie
was weer verzameld en we vonden het heel jammer dat we daar niet bij
konden zijn. Tegelijkertijd vind ik het ook heel jammer, dat niemand van de
familie/vrienden nu bij ons is en al die mooie dingen mee kan beleven en zien.
Juist op zulke hele mooie plaatsen telt dat mee. Maar wees maar blij, dat er
juist deze dag niemand bij ons was. We liggen dus voor anker, het is erg
ondiep en er zijn overal om ons heen riffen vlak onder water. Het is dus erg
voorzichtig varen geboden, koraalriffen zijn loeischerp en kunnen je boot
makkelijk openhalen. Dus alleen bij daglicht kunnen we hier, als de zon de
juiste stand heeft, weer weg. Donkerblauw water is diep, lichtblauw water is
ondiep, lichtgroen is heel ondiep, lichtbruin wat door het water heen schemert
is een rif. Een bruin puntje wat je ziet kan de volgende dingen zijn: een
schildpad, een puntje van het rif net boven water, een puntje van een rots, die
verder onder water doorloopt, een aangegroeide plastic fles, waar een heel
visnet aanhangt of een drijvende kokosnoot.
Kortom dicht bij de kant en naar een de ankerplaats is het stressvol navigeren.
We liggen hier heerlijk met een paar andere schepen. We krijgen als toetje een
schoonheid van een zonsondergang over Le Rocher de Diamant. Diamond Rocks.

Net voordat het donker is, vertrekken alle andere boten tegelijk. Shit. Nu
liggen we hier ineens helemaal alleen. Dat vind ik vooral nu niet prettig, gezien
de feesten, de thema's van het zich afzetten tegen de slavernij en de rijke
blanke plantagehouders, het gebruik van veel drank en nu liggen wij hier rijk te
wezen....Hm niet zo geslaagd. Daarbij liggen we in de slagschaduw van een
hoge berg, het sikkeltje van de maan schijnt maar 3 uur en het is dus echt
stikdonker en alles en iedereen is ver weg. Marifoon kanaal 16 wordt vaak niet
eens uitgeluisterd, daarbij vertikt iedereen het hier om maar 1 woord Engels te
spreken. Dat wordt een lange nacht. Ik ben niet echt blij. Door het kenteren
van het tij draait de boot om zijn anker en daardoor is deze keer de anker-
ketting om een stuk rots gedraaid, ter verhoging van de feestvreugde komen
er ook gierende valwinden van de berg af razen, waardoor het schip een
zwieper krijgt. Dan begint de ankerketting over de rots heen te krijsen, blijft
hangen, houdt het schip abrupt in zijn beweging tegen en klapt de boeg tegen
de ketting aan. Kraak, Gier, Klabam, Dreun, Krijs. En natuurlijk niets te zien in
het donker. En zo uren door, weg kunnen we niet. Ik krijg er de zenuwen van.
We besluiten ankerwacht te houden, maar ik heb het deze keer echt te kwaad.
We installeren ons op de kuipbanken buiten. En ja hoor, midden in de nacht
hoor ik dan ook nog een buitenboord motor aankomen. Geen schip waar deze
bij hoort, stikdonker, geen enkel lichtje erop." Roderick let op, er is iemand in
de buurt." We maken wat extra licht, laten ons duidelijk zien. Het bootje gaat
naar de kant in de mangroven, waarschijnlijk een stroper of zo. Maar nu heb ik
het helemaal niet meer. Op een gegeven moment vaart hij weer verder. Nou
niks coole verstandige Yvonne, dit keer bleef ik er bijna in...
Donderdag, 10 maart 2011, Van de baai bij Pointe Borgnese naar de
ankerplaats in de Anse de Marigot.
De volgende ochtend is het weer een heel ander verhaal. Weliswaar zijn we
geradbraakt door een slapeloze nacht, maar de zon komt op, de baai is gehuld
in roze licht en we liggen dus heel idyllisch alleen in een helder blauwe zee en
zien de vissen onder ons door zwemmen. Aan de overkant kunnen we St. Lucia
zien liggen. Hoe mooi wil je het hebben.

We gaan met de dinghy naar de kant, varen hem het strand op. Tja, zo stel je
je dus een verblijf in de Caribische Archipel voor.

Vanaf het strand willen we gaan snorkelen. We hebben onze grote zeeflippers
met schoenen bij ons. Iets makkelijker gezegd dan gedaan. Er liggen grote
ronde keien in zee, heel lastig stappen dus (vooral voor mij), het is moeilijk je
evenwicht te bewaren door de golfslag en onder, naast en tussen de keien
zitten duizenden zee-egels met stekels van wel 30 cm. Maar het is zonder
ongelukken gelukt. Allereerst viel het snorkelen hier tegen. De bodem is hier
begroeit met een grasachtige plant, het lijkt wel een weiland, weinig vis te zien
en helemaal geen koraal. Ineens wijst Roderick wat aan, daar ligt een zeester
van zeker 45 cm doorsnee en 8 cm dik. Knal oranje. Wat gaaf. Zo vinden we
nog een aantal sterren, egels en grondkruipertjes. Terug kan ik bijna niet meer
naar het strand komen, dus Roderick sleept de boot in het water en zo kan ik
comfortabel instappen en weer terug. Nog een rondje om onze boot snorkelen,
waar ik verzeild raak in een enorme school visjes. Dan gaan we anker op naar
een andere baai voor de nacht.

De ene baai na de andere keuren we af en uiteindelijk gooien we het anker uit
in Anse de Marigot, direct naast de Grande Anse de Diamant, met uitzicht op
Le Rocher de Diamant. De aanloop er naar toe vanuit zee moet ook weer heel
voorzichtig, we moeten laveren tussen de riffen en visnetten door. Als er een
visnet in de schroef draait, raakt de motor onklaar. Op onze schroef zit
weliswaar een mes gemonteerd, maar met wat pech draaien we de schroef
toch vast, hetzij in de dikke touwen, hetzij in het nylon net, dat door de hitte
ook nog wat aan elkaar smelt. Er zijn hier veel netten rondom in een grote
cirkel uitgelegd met een diameter van wel meer dan 30 meter. Deze netten
hangen dan aan drijvertjes, die veelal gemaakt zijn van lege cola flessen en
wasmiddel flesjes. Als de etiketten eraf zijn en de flessen raken begroeid met
algen, zijn ze bijna onzichtbaar en zit je erin, voordat je er erg in hebt. Turen
en speuren dus. (op de rechterfoto kun je dat zien) Er liggen nog 2
katamarans in de baai, maar ook deze vertrekken aan het eind van de middag,
dus liggen we weer in ons eentje. Maar dit keer voelt het heel anders. Er staat
wel heel veel stroming, we houden voor de nacht de electronische ankerwacht
aan om in de gaten te houden dat we met het schip binnen een bepaald gebied
blijven, 's nachts gaan we ook om beurten nog controleren. Als hier het anker
los zou gaan, zouden we ongemerkt de oceaan op drijven.
Het is een plek met weer een schitterend uitzicht. De volgende dag blijven we
hier ook nog liggen en doen lekker helemaal niets. Eigenlijk is dat niet helemaal
waar; Ik doe helemaal niets, Roderick sleept de hele dag lekkere dingen en
boekjes aan. Prima verdeling!


Zaterdag, 12 maart 2011, naar de Anse de Trois Ilets.
Als we wakker worden is het dichtbewolkt en miezerd het. Dat hebben we lang
niet gehad. Meestal is het een plensbui en dan weer zon. We gaan weer eens
een baai verder, met de genua uit en de motor bij om de accu's wat extra bij
te laden, varen we heel dicht langs de kust. Al snel zijn we bij de baai, die we in
de Pilot uitgezocht hadden, maar we hebben nog geen zin om al te stoppen.
We varen dicht langs de Diamond Rock. Een echt indrukwekkende rots. Wij
vinden hem trouwens wel wat van Darth Vader hebben, zeker met de zon er
zo op.

Er gaat trouwens een leuk verhaal over deze rots. Gedurende de
Napoleontische oorlogen (Frankrijk en Engeland zijn eigenlijk altijd in oorlog
geweest, vooral ook hier in het Caribisch gebied) bracht de Britse Marine onder
leiding van Admiraal Sam Hood in 1804 honderd marinemensen op de rots aan
land, versterkten deze met kanonnen en registreerden deze rots als een
oorlogsschip, de HMS Diamond Rock, een waarlijk onzinkbaar schip. Er werd
een munitiedepot aangelegd, een dok, een waterreservoir en een hospitaal.
Van hieruit konden de Engelsen al het verkeer in dit gebied onder controle
houden en lukte het hen om gedurende 18 maanden een blokkade van
Martinique te handhaven. De Fransen kregen daar natuurlijk de balen van,
Diamond Rokck was in principe onneembaar. Een slimme Fransman bedacht om
een groot aantal vaten rum daar naartoe te laten drijven. En je begrijpt het al,
om een lang verhaal kort te houden, de Engelsen lieten zich de rum goed
smaken, de Fransen vielen samen met de Spanjaarden de rots aan en
verdreven de Engelsen. Deze vluchtten naar Barbados en werden daar door de
Krijgsraad veroordeeld, omdat ze gedeserteerd waren van hun schip.
En nu heet hij weer Le Rocher Diamant.

We zijn nog een poosje doorgevaren en bij de baai van Fort de France naar
binnen gegaan. Een grote baai met overal weer kleinere baaien en inhammen.
Aan de zuidkant van deze baai zijn we in de baai van Trois Ilets, de naam zegt
het al, een baai met 3 kleine eilandjes, voor anker gegaan. Hier liggen we heel
beschut en rustig. De schepen om ons heen zijn trpuwens allemaal onbemand,
dus we liggen gewoon weer alleen. Geen probleem!

Roderick gaat met de rubberboot op pad naar het dorp op zoek naar een
bakker. Dat kleine stipje op de voorgrond is hem. We hebben voor op de
buitenboord motor een soort kunstof vleugels gekocht. Hij heeft ze vanmiddag
erop gezet. Raar gezicht die grote dingen er achterop. Hierdoor gaat de boot
eerder in plane zeggen ze, maar in ieder geval vaart het heel prettig, het
stuurt nu heel direct. Ook nog een foto van onze nieuwe Doyle Genua. Hij
bevalt uitstekend, echt een heel mooi zeil.

Zondag, 13 maart 2011, Trois Ilets, Martinique.
We liggen hier prima in de baai, nota bene recht voor een golfterrein. De wind
is flink toegenomen, eigenlijk liggen we aan lagerwal, maar het kan geen
kwaad. We gaan even met zijn tweetjes naar het dorp. Door de korte hevige
golfjes ben ik zeiknat, maar na 10 minuten is alles alweer opgedroogd. Er is
een mooi havenfront gebouwd, met schaduwrijke plekken, een podium, een
soort van kleine boulevard, allemaal met behulp van geld van de Europese
Gemeenschap. Dat komen we onderweg steeds tegen. De mooiste pleinen en
boulevards, dat was ook al zo in Spanje en Portugal.
We wandelen wat rond, maar er is niet veel te beleven, het is zondag en
vrijwel alles is gesloten. In een stuk drooggevallen rivieroever zien we allemaal
gaatjes en holletjes, we blijven even kijken en zien dan een gekrioel aan
beweging. Er zitten allemaal kleine krabbetjes in, die hun ene grote schaar (5
mm) naar buiten steken om wat eten te bemachtigen. Even later zien we in
een ander hol hun grote broer.

Maandag, 14 maart 2011, Baie de Trois Ilets naar Anse Mitan.
Het is vanochtend bijna bladstil, we liggen hier heel rustig, maar we gaan toch
maar eens een baai terug, waar wat meer te beleven is. Naast ons ligt een
super trimaran, zo een als ze in de Pacific gebruiken. Hij ziet er echt stoer uit.
We gingen gisterenn eens een kijkje nemen waar hij vandaan komt, uit
Vanuatu, vlak bij Australie, daar willen wij volgend jaar naar toe. Weet je wat,
ga eens een praatje maken en nodig die mensen dan voor vanavond uit voor
een drankje. Roderick er naar toe. De zee is net heel onrustig, terwijl hij
langszij ligt met de dinghy golft de zee zo hoog. Je klopt netjes aan en wacht
dan tot er iemand komt. Roderick staat zowat rodeo rijden te doen, zo springt
de dinghy heen en weer. Uiteindelijk komen de mensen te voorschijn, ze
spreken alleen maar Frans. Ze hebben de trimaran 4 jaar geleden gekocht en
er geen meter meegezeild. Hij is voor anker gelegd hier bij Trois Ilets, waar zij
een huis hebben en werken. Eigenlijk gewoon een woonboot met een vast
plekje. Wat zonde.
Na een ontbijtje met croissants met cocospasta uit Martinique, grape fruit sap
uit St Lucia, boter uit Portugal, pindakaas uit Nederland en koffie uit ergens
onderweg, maak ik nog een snorkeltje op het rif hier vlakbij. Hiet is verbazend
dat ieder rif zijn eigen bewoners heeft, er zijn hier vooral veel Sergeant Majoor
vissen, geel met zwart gestreept en Wrasses en Parrotfish. Geen idee wat de
Hollandse benaming hiervoor is. Dan vertrekken we naar Anse Mitan.

Anse Mitan is maar een half uurtje verderop, het ziet er erg mooi uit, mooi
strand, palmen, restaurants, toeristisch dus, maar ook veel te doen. We gaan
op zoek naar een ankerplaatsje. Maar tjee, wat is het hier ook weer druk. Het
ligt mudvol. Uiteindelijk vinden we nog een plekje aan het uiteinde van de baai
vlak bij het rif. We durven niet samen van boord, want als het anker gaat
krabben liggen we zo met ons kont op het rif. Roderick gaat in zijn eentje de
boel verkennen, op zoek naar de bakker (uiteraard) een supermarkt, een
pinautomaat, een internetcafe. Hij komt onverrichterzake terug, alles is
gesloten, lunchtijd tot drie uur. Wel heeft hij een VVV brochure. In het
Restaurant Bambou, hier op het strand tegenover ons is vanavond een buffet
en daarna een optreden van een folkloristische dansgroep. Dat lijkt me wel
wat. Het schip ligt al uren netjes op zijn plaats, dus dat gaan we doen. Normaal
gaan we nooit in pikdonker aan land of de stad in, maar dit komt mooi uit.
We gaan nog met licht er naar toe, de dinghy ligt vastgeknoopt en met een
hangslot aan een steiger in zee, we kunnen hem precies nog zien en ons grote
schip ook. Goed plan dus. De restaurantprijzen zijn hier in euro's, en maar een
fractie lager dan in Nederland. We zijn nog wat vroeg, hebben de computer
meegenomen, misschien hebben ze Internet. Nee dus, we hebben nog
anderhalf uur voor het buffet open gaat, zullen we nog even met de computer
verderop gaan en dan terugkomen? Ach nee, we gaan nu lekker uit eten, we
nemen een rumcola en blijven lekker lui zitten. Niemand om mee te praten, ze
spreken alleen maar Creools Frans. Terwijl we zitten te genieten, zien we
iemand bij ons laddertje scharrelen, we kijken goed en ja hoor, hij stapt in
onze dinghy. Verdorie! Hij probeert onze dinghy te stelen! Roderick er direct op
af. Het is zeker nog 300 meter lopen, ik zie Roderick steeds groter worden....
en hij zet toch een strot op en loopt er toch imponerend naar toe. Als een haas
rent de dief er vandoor over het strand, bij mij langs, waar ik alleen nog maar
kon uitroepen: Voleur! We hadden al eten besteld, maar echt lekker zitten was
er natuurlijk niet meer bij. Roderick kon maar een kant op kijken en ik kon
bijna niet meer eten van de zenuwen. Het is donker, onze rubberboot gaat
door de golven steeds omhoog en omlaag, dus je kunt nooit goed zien of er
iemand instapt of niet. Continue turen. Toen dan eindelijk de dansgroep kwam
is Roderick gewoon aan de buitenkant blijven zitten loeren en ik ben naar het
optreden wezen kijken.

Het optreden van de dansgroep was super. Folklore, dynamisch, acrobatisch.
Showdansen, slavendansen, moeilijke toeren. Echt gaaf.

Dan weer terug op huis aan, goed om ons heen kijkend op de donkere steiger,
want je weet nooit. Vervolgens onszelf in een op een neer springende dinghy
laten zakken en terug naar het schip. Je moet er wat voor over hebben!
Wat ik wel heel vervelend vind, nu we terugvaren blijkt dat alle schepen
onbemand zijn, er liggen zeker 60 schepen voor anker, als het er niet meer
zijn.. Alleen aan het andere uiteinde van de baai zijn 2 schepen bemand. Dat is
te vergelijken dat er 2 schepen aan de overkant van het IJ liggen. Dus in
wezen liggen we weer alleen. 's Nachts liggen we door de stroming van links
naar rechts te rollen, een soort op hol geslagen schommelwieg. We vinden het
hier wel mooi geweest. Morgenvroeg ankerop.
Dinsdag, 15 maart 2011, Naar Fort de France.
Direct na het ontbijt gaat Roderick naar de wal om proberen ergens een
Internet aansluiting te krijgen. Dit keer breng ik hem naar de steiger en vaar
dan weer terug. Hij wordt van het kastje naar de muur gestuurd. Uiteindelijk
gaat hij naar een groot hotel, loopt naar de receptie, vraagt daar of ze Internet
access op het terras hebben en of daar dan een drankje gebracht kan worden.
Hij ziet er keurig verzorgd uit, laptop in een schoudertas, lange broek aan, dus
gewoon een hotelgast. Hij krijgt de toegangscode en heeft dan een prima
verbinding. Dankzij deze slimme kerel zijn we weer op de hoogte van het
familienieuws en jullie van onze belevenissen. Na anderhalf uur staat hij weer
te zwaaien op de steiger en start ik de watertaxi. Dan gaan we direct ankerop.
We gaan het aan de overkant proberen in de baai van Fort de France, de
hoofdstad van Martinique.
Je ligt hier bijna altijd voor anker, er zijn vrijwel geen havenplaatsen. Als het
hier ook niet bevalt, gaan we gewoon naar het volgende eiland.

Maar verrassing, we hebben een superleuk ankerplekje, recht voor het
centrum van de stad, we kunnen vrij eenvoudig aan de wal komen en we
liggen hier tussen allemaal "criusers", een internationaal gezelschap van
zeilende reizigers. Hier is er sociale controle, iedereen moet boodschappen
doen met zijn dinghy, dus er liggen overdag telkens wel 10 rubberboten
geparkeerd. Hiermee is de kans aardig gereduceerd dat ze speciaal die van ons
moeten hebben.

Uitzicht op een kleurige stad en als de stroming ons omdraait op Fort Louis.
Het Fort is nog in gebruik als basis voor de Franse Militairen. 's Ochtends om 6
uur hoor je de reveille blazen.
De stad is stikvol echte winkels, lang niet gezien. Heel veel boetiques met
moderne kleding, ook meteen weer erg duur, veel winkeltjes met autochtone
kleding, madras ruiten schorten over witte wijde onderrokken, witte
rimpelblouses met kanten flubbers, leuk maar ondraagbaar in enig andere
omgeving, daarbij staat dat absoluut beter bij goedgevulde pronte zwarte
dames. Veel eethuisjes, restaurants, maar ook een goed gesorteerde drogist
enzovoort. Dat wordt dus sjouwen deze dagen. Tussen het Fort en het
centrum ligt de Savanne, een parkachtig, mooi aangelegd groen gebied dat
doorloopt tot aan het water, met overal bankjes, kinderspeeltuig, mooie paden
en een soort promenade met allemaal kleine stands met nijverheidsproducten,
souvenirs, speciale kleding of versgeperste smoothies. We blijven hier dus een
paar dagen.
Vrijdag, 18 maart 2011, Fort de France en Saint Pierre.
Gistermiddag gingen we op zoek naar een Internetcafe, dus met ons hele
hebben en houden de wal op. Bij het oversteken ziet Roderick een auto van
links niet aankomen en stapt zo de weg op, de auto kan hem niet meer
ontwijken; Roderick loopt er recht tegenaan en de auto rijdt over zijn voet.
Schrikken, pijn, de pest in, hij strompelt door, heeft ook geen zin om met de
chauffeuse in gesprek te gaan. Uiteindelijk is het goed afgelopen, natuurlijk
doet het zeer, maar alles is zo te zien nog heel. Dus wij op weg naar het
internetcafe. 10 minuten later in een andere straat, stopt er een auto:
Monsieur, Monsieur.... is het dezelfde dame van de aanrijding, die kwam
vragen of alles goed met hem ging. Dat is toch wel hartverwarmend en
daarmee is het rotgevoel direct weggenomen.
Vandaag gaan we met de bus naar Saint Pierre, de vroegere hoofdstad van het
eiland, grotendeels verwoest bij de vulkaanuitbarsting van 1902. Toen heeft
maar 1 man het overleefd, die opgesloten zat in de cel. Het is niet goed
duidelijk hoe hier de bussen werken. Maar we vinden een minibusje en gaan
voor 4,40 euro p.p. 35km naar het Noorden, daar doen we bijna 2 uur over.
Een leuke rit hoog over de bergen, uitzicht op de Oceaan. Martinique is een erg
groen eiland. De bus rijdt ook nog kris kras door het stadje, dus een eerste
indruk hebben we al. We gaan eerst wat drinken, we zijn uitgedroogd. (ja
natuurlijk hebben we een grote fles water bij ons). We vinden een super
Creools restaurantje, direct aan zee, mooi verzorgd met een heel lekker
dagmenu, inclusief aperitief met rum natuurlijk. T-Punch, een half glas pure
rum met een stukje citroen en een schep rietsuiker, en voor mij een Planter,
dat is vruchtensap met rum. Dan een voorgerecht van visballetjes, een
krabprutje en Cristophene, daarna een bergje kip/ varken met ragoutsaus
met rijst, Roderick had banane flambee toe, uiteraard drijvend in een laag rum
en ik Goyave ijs en Mango ijs. Het allerlekkerste eten sinds tijden en een heel
vriendelijke bediening. Het was echt genieten.

Maar we kwamen om de stad te zien, dus hup in de benen. Het is onderhand
snikheet. We proberen zo veel mogelijk in de schaduw te wandelen. Op de foto
hieronder kun je zien hoe hier de stoepjes zijn, als ze er al zijn, overal zijn
afwateringsgeulen, al of niet overdekt met een stuk beton, gaten middenin,
stenen er tussen uit of juist gewoon neergegooid, dus zo verwonderlijk is het
niet dat ik af en toe onderuit ga.
.
We gaan op zoek naar een Tourist Information, we willen graag de DePaz rum
distilleerderij bezoeken, maar die ligt 3 km buiten de stad, gaat daar ook een
bus naar toe. Natuurlijk spreken zij geen Engels, uiteindelijk leggen zij ons uit
waar we een taxi kunnen vinden, tja, die hadden we allang gezien, maar
vinden we zonde geld. Terwijl wij daar nog staan, vraagt ze ineens, wanneer
wij willen gaan, er zit namelijk een meneer binnen, die wil ons zo wel even
afzetten. Nou hartstikke leuk natuurlijk. Dus een half uur later, worden we
keurig voor de deur afgezet. Het is qua landschap schitterend gelegen. Alleen
daarvoor al de moeite waard.

De distilleerderij is volop in bedrijf, je mag als bezoeker via een bepaalde route
met een taperecordertje een tour langs het hele bedrijf maken. Dus langs de
bergen gehaxelde suikerrietstengels, die met een shovel op een band
geschoven worden, dan naar de persen, de suikerrietstengels worden geperst,
met stoom behandeld en weer 3 keer geperst, het is net een grote spaghetti
machine, en alles ruikt zoet. De suiker loopt er in stromen uit.

Dan gaat het naar de fermenteervaten, waarin het begint te gisten en
uiteindelijk 6% alcohol bevat. Een soort suikerwijn dus. Vervolgens gaat het
naar de distilleerderij om uiteindelijk als rum met 50% alcohol te voorschijn te
komen. De witte rum wordt direct gebotteld, de bruine rum wordt eerst nog 3
maanden in eikenhouten vaten opgeslagen. Hierdoor wordt deze wat zachter,
aromatischer en krijgt een gouden kleur. Er wordt ook rum voor jaren
opgeslagen, maar dat is net als heel oude cognac voor gewone mensen
onbetaalbaar.

Tot slot mogen we de diverse soorten proeven, hik, natuurlijk kopen wij ook
een fles Rhum Agrigole Dore van Depaz. Iedere middag nemen wij aan boord
tegen 18.00 uur, zonsondergang, een rum cola met ijs, ons eigen Happy Hour
in de kuip. Buiten zijn mooi aangelegde perken, met oude schepraderen, die
gedeeltelijk nog in gebruik zijn.

En nog even wat informatie voor Rene: de afgewerkte suikerrietstengels gaan
als brandstof in een bio energie installatie, waarmee dan weer de stoom
opgewekt wordt om de suiker los te weken.
Zoals vermeld, de omgeving is schitterend. Door de vele regen en zonneschijn
groeien de planten hemelhoog. Er staan ook overal antieke gereedschappen en
distilleerderij benodigdheden opgesteld. Maar het mooist vond ik de reuze
boom op de achtergrond. Het is namelijk gewoon een Ficus. Je weet niet wat
je ziet. Immens wijdvertakt, een enorme omvang en meterslange
luchtwortels. Er kunnen wel 10 grote vrachtwagens onder parkeren.

Daarna moeten we weer terug naar Saint Pierre. Vragen: kan alleen met de
taxi, we hebben nog een aantal mensen aangesproken of we mee konden
rijden, maar niemand moest onze kant op. Weet je wat, we gaan lopen,
bergaf, langs de rand van een smalle, drukke weg, maar Oh wat mooi is het
hier. Zo weelderig begroeid. Gatenplanten van wel 10 meter hoog, immense
broodbomen, bananenbomen, mangobomen, maar ook doorwoekerend.

Deze op het gazon opgeslagen auto's kunnen zo in het decor van een SF film.

Moe maar zeer voldaan komen we bij de bushalte in het dorp terug. Hehe, het
is bijna 16.00 uur, mooi op tijd om terug te gaan. Alleen de bus laat het
afweten, na een uur nog geen bus, na anderhalf uur ook niet. Ook de locals
staan te mopperen. Alleen wij hebben echt een probleem, we moeten nog
helemaal naar Fort de France terug en straks is het donker. En een ding is
zeker: als toerist hoor je hier niet in het donker op straat. Ten einde raad zijn
we op zoek gegaan naar een taxi, wat ook nog niet meeviel en a raison van 60
euro ( na onderhandelen van Roderick) zijn we weer veilig thuis gekomen.
En gelukkig lagen beide boten braaf op ons te wachten. De dinghy aan de
wallekant om ons over te zetten en het grote schip netjes achter zijn anker.
We hebben een hele leuke, zij het kostbare, dag gehad. Soms zit het mee,
soms zit het tegen. Allemaal delen van ons avontuur, in Martinique zit het niet
bepaald mee.... Zaterdag gaat Roderick uitklaren en ik nog wat voorraad
inslaan en zondag vertrekken we naar Dominica.
Zaterdag, 19 maart 2011, Fort de France, Martinique
's Ochtends gaan we meteen naar de wal. Roderick gaat uitklaren bij de
douane, we willen morgenochtend om 6 uur vertrekken, en ik ga vast
boodschappen verzamelen in de supermarkt daar vlakbij. Ze verkopen hier vla
in blik, gewoon lekkere vanillevla en chocoladevla, die je dus ongekoeld kunt
bewaren. Daar sla ik 12 blikjes van in, verder natuurlijk een paar stukken brie,
wat wijn, pinda's. Dit zijn de betaalbare dingen, die op de andere eilanden weer
heel duur waren. Verder is Martinique duur, Nederlandse prijzen. Er groeien op
dit eiland ananassen en meloenen, die dus niet geimporteerd hoeven te
worden, die kosten 3,75 euro per kilo. Nou een kleine ananas is met
bladerkroon en zo al gauw 2 kilo. Dat wordt me te gek. Groente en fruit zijn
bijna onbetaalbaar. Kleding duur, zuivel, vruchtensap duur. Ik was even naar
de kapper, wassen, de punten eraf knippen, binnen 20 minuten stond ik al
weer buiten, 39 euro. Zo gaat het wel hard. Net voordat we de 2e ronde
boodschappen gaan doen, komt er een dinghy langszij, Jan en Killy van de
Marick, Nederlanders, jammer we moeten echt weg, want de winkels sluiten
om 13.00 uur. Geeft niet, zij zijn aan boord, komen jullie gezellig even langs.
In de stad gaan we nog even de Bibliotheque Schoelcher van binnen bekijken.

Gelijk gebouwd met de Eiffeltoren voor de wereldtentoonstelling. Geheel
ontmanteld en naar Martinique verscheept in 1893 en daar weer in originele
staat opgebouwd. De Franse politicus Victor Schoelcher heeft toentertijd
10.000 boeken geschonken onder voorwaarde dat er een openbare bibliotheek
zou komen. En die boeken staan er nog, dat is heel gaaf. Als je binnenkomt is
het onderste gedeelte een gewone bibliotheek in een prachtig monument, op
de bovenste rondgang staan al die oude, in leer gebonden boeken nog. Dat
geeft een heel aparte sfeer. Met de volgende lading voorraden komen we weer
bij het schip, het is warm, de boel moet goed en lastig opgeborgen worden.
Daarvoor moeten de vloeren los en in allerhande kastjes en hoekjes
weggestouwd. We gaan straks naar eilanden, waarvan we geen idee hebben
wat daar te koop is. Weet je wat, we gaan lekker eerst op visite.
Gezellig zitten praten, lekker wijntje en biertje erbij, maar: Kom op Mop, we
moeten op huis aan. Okay, Roderick stapt in de rubberboot, wil het
kontaktsnoertje uit zijn zak halen, springt zo zijn hele sleutelbos uit zijn zak,
overboord de Oceaan in. SHIT, SHIT, SHIT. Alle sleutels zitten eraan, van de
sloten van de buitenboord motor, van onze kluis, van de toegangsdeur. Wat
het probleem nog verergert tot een heel enorm probleem is dat ik mijn
sleutelbos ook al een week kwijt ben. Daar loop ik systematisch naar te
zoeken. Iedere dag 2 of 3 kasten helemaal leeg, maar tot nu toe zonder
resultaat. De buitenboordmotor van de dinghy zit vast met een hangslot, dat
kun je doorzagen, maar een maal aan boord getakeld, zit deze gezekerd met,
een zwaar slot in verband met de verzekering. Dat slot doen we buiten gebruik
dicht, anders stoot je je ongelukkig, maar nu kan dat niet meer open.... Kun je
ook uitboren en zagen, maar dit slot kostte al 90 euro. Dan liggen ook onze
scheepspapieren in de kluis, de paspoorten, onze East Caribbean Dollars,
kunnen we allemaal niet bij. Tjee wat een probleem!!! Waar de Marick ligt is
het 7 meter diep, dus Roderick gaat het proberen met zijn duikuitrusting. We
hebben maar een uur voordat het donker wordt. Hele bed afgebroken,
duikspullen uit alle hoeken en gaten te voorschijn gehaald. Snel alles monteren
en aantrekken en dan daar naar toe. Nou dat wordt dus niets, want Roderick is
nu veel te gestresst, maakt zich ook ongerust over zijn oren, het moet veel te
snel en dan is het al donker. De hele avond tot diep in de nacht hebben we
ieder hoekje, kastje, gat onder de vloer leeggehaald om mijn sleutels te
vinden. Alle logische plaatsen hadden we al gehad, dus nu zijn we bang, dat de
sleutels met het wegbergen van de boodschappen misschien ergens tussen
geraakt zijn. Alles gaat leeg, geen resultaat, we zijn er ziek van. We hebben al
heel lang niet gegeten, het is al 10 uur 's avonds. Ik gooi wat aardappeltjes in
de pan, steak erbij, blik open en klaar. Ineens krijg ik een brainwave, gauw
even kijken, begint het brandalarm te gieren, aardappels verbrand, nou
janken, dit was echt mijn breekpunt. Al die gillende herrie er nog bij.
Zondag, 20 maart 2011, Fort de France, Martinique.
Om 6.00 uur staan we op om direct bij het eerste juiste licht op zoek te gaan
naar de sleutels op de bodem van de Oceaan. Roderick laat zijn pak uit, dat
zorgt voor veel te veel drijfvermogen, helemaal omdat hij nu ook nog 30 kilo
lichter is. Bij de Marick staan ze ons al op te wachtein, we leggen de dinghy
vast, Roderick gaat duiken, ik ga met de snorkel en Jan duikt er ook steeds in.
Het water is heel diffuus, we gaan langer door, totdat Killy roept dat er koffie
is. Lekker met een stuk gebak als troost. Onderhand warmen we op en daarna
duiken we er weer in. Roderick krijgt zodanig last van zijn oren, dat hij moet
stoppen. Ik blijf doorsnorkelen, af en toe zie je iets glinsteren, maar meestal is
dat een visje. Als ik tussen een paar honderd visjes zwem, stop ik ook weer
om even op te warmen. We krijgen weer een lekkere kop koffie, ze zijn echt
met ons begaan. Wanneer de zon hoog staat, proberen we het nog een keer.
Maar dit moeten we echt opgeven, we hebben er alles aan gedaan. Dan terug,
alle duikspullen moeten gespoeld en drogen, de voorraadkasten staan
overhoop, de bedmatrassen moeten er weer af, inclusief de bedbodems, we
worden gek van de troep. We maken nog een tweede zoekronde, letterlijk
alles hebben we in ons handen gehad, maar geen succes. Mijn hersens tollen.
Maandag, 21 maart 2011, Fort de France, Martinique.
Volgende probleem, Roderick moet zich opnieuw in laten klaren bij de douane,
dat gaat hier met een computer, waarop je ons geval niet in kunt vullen.
Officieel zouden we Martinique al verlaten hebben. Van de week werd er nog
een andere zeilboot door de douane geenterd, daar hebben we niet zo'n zin in.
Ook gaat hij op zoek naar hangsloten, vertrekken kunnen we dus wel
vergeten. Ik breng hem naar de wal. Eenmaal terug sta ik tijdens het
afwassen weer van alles te bedenken. Opnieuw kastjes leeg, ze moeten toch
ergens zijn. Ik gooi voor de honderdste keer de kussens van de bank, kijk in
Roderick zijn gereedschapvak, dat ook al helemaal leeg gehaald is, smijt de
deksel er weer op, die wil ook niet meer dicht, ik rag hem weer open, zit het
touwtje van mijn sleutelbos ertussen. Yes, mijn sleutelbos ligt op de
vuilwatertank, die kon ieder moment onder de vloer gezakt zijn. Ik heb hem!!!!
Ik spring in de rubberboot, ren de stad in, dat moet Roderick weten!
Blij en bekaf zijn we nu, uitklaren bij de douane en morgen weg. We hebben
onze buik vol van Martinique. Het is het eiland met de onvriendelijkste
bevolking tot nu toe. In de supermarkt laat Roderick het plasticzakje vallen,
dat bij een andere mevrouw in haar mandje valt, hij pakt het op, begint ze
toch tegen hem te keer te gaan, dus ik vertel haar in keurig Frans, dat ik haar
niet begrijp, vertel wat er gebeurt is (niets dus), maar ze blijft maar
doorschelden. De mensen kijken ook allemaal nors, niemand lacht hier.
Maar wij gaan morgen er lekker vandoor. Killy en Jan bedankt voor jullie steun.
Ziet Roderick het echt helemaal niet meer zitten, Nee hoor, alle lijnen worden
vast opgeschoten en klaargemaakt voor morgenochtend.

We gaan verder met 2011 Dominica