

Woensdag, 30 november 2011, vertrek Santa Marta (Columbia) naar Puerto
Obaldia, het begin van de San Blas Eilanden (Panama).
Natuurlijk starten we vroeg, het schip is gisteren al bijna helemaal vaarklaar
gemaakt, de zonnetent afgebroken, alles weer netjes zeevast gezet en op z'n
plaats, de gewassen kleding ligt weer keurig in de kast, alle voorraden zijn goed
opgeborgen, kortom we zijn er klaar voor. Alleen nog het probleempje met de
bank oplossen. Nou vergeet het maar, we worden weer uiterst vriendelijk
geholpen, maar uiteindelijk zijn we een uur verder en dus niets opgeschoten. We
worden er alleen maar geagiteerder van. Rodericks creditcard is en blijft
geblokkeerd. We kunnen wel een nieuwe aanvragen, maar die moet dan eerst in
Holland geactiveeerd worden, enz, enz. Die riedel kennen we nu wel. Voordat
iedereen nu denkt, dat Roderick echt stom met zijn code omgaat: Nee, dat is
zeker niet het geval. Hij betaalt de meeste rekeningen, aangezien hij als man
altijd de rekening gepresenteerd krijgt. Geen probleem, voordat hij de pincode
intoetst, controleert hij deze eerst, omdat we al steeds gehannes hebben gehad.
Ik zit er met mijn neus bovenop, dus het kon echt niet fout gegaan zijn. Maar
ineens kregen we een ingeving. Bij de supermarkt moeten de caissieres een veld
invullen, waarbij ze moeten aangeven uit hoeveel cijfers onze pincode bestaat.
Daar zitten ze voortdurend mee te klungelen. Als zo'n meisje per ongeluk in het
verkeerde veld zit, is dat meteen al een foute pincode poging op ons conto. Het
heeft trouwens lang geduurd voordat we door hadden wat ze van ons wilde
weten. Als je bezig bent met een pinbetaling en iemand roept je toe, wat het
nummer is, denk je gewoon, die is gek! Ik ga toch zeker niet mijn pincode door
de winkel heen roepen. Dus we veroorzaakten al een flinke opstopping bij de
kassa. Want iedere keer vroeg ze weer: Cuanto numero?`Eindelijk gesnapt,
vervolgens zet ze een groot pinapparaat midden op de band met een evengroot
toetsenbord zonder afscherming. Ik had het dus inderdaad gewoon hardop
kunnen doorgeven. Maar in ieder geval zitten we weer met hetzelfde probleem.
We gaan nu maar een paar extra Visa kaarten bestellen. We worden zo flauw
van dit gedoe steeds.
Vervolgens gaan we afrekenen bij de marina, Roderick gaat de laatste dingen
doen en ik loop naar de stad voor vers brood. Natuurlijk krijg ik een plensbui op
mijn kop, dus drijfnat kom ik weer terug. Motor starten, buren gedag zeggen, ik
sta nog binnen in de kajuit, heeft onze overijverige behulpzame buurman ons al
losgegooid. Het begint te hozen en te waaien, maar nu zijn we los, dus direct
wegwezen. Nou dat viel in eerste instantie niet mee, zodra we buiten de pieren
van de haven zijn, moeten we er voor knokken. Dikke overslaande golven rollen
de baai in, wij komen vanaf lagerwal. We hotsen, botsen, slieren door de golven
en maar stortregenen en een windvlagen! We hadden eigenlijk onze zeiltocht
iets anders voorgesteld. Eenmaal buiten de branding wordt het beter, alleen nu
moeten we onze koers nu verleggen en liggen we dwars op de golven, dus rollen
we nu van boord tot boord. We varen met gereefde zeilen en gelukkig begint het
om 13.00 uur op te klaren en wordt het uiteindelijk een fijne zeildag.

We blijven een flink eind uit de kust, daar vlak voor loopt namelijk de equatoriale
tegenstroom, die, het woord zegt het al, recht tegen de richting van de passaat
stroom in gaat. Verder uit de kust lopen de stroom en de golven vanuit het
Noord/ Noordoosten, vanwege de Noordoostelijke Passaat winden. Gaan die 2
nu tegen elkaar in, dan krijg je een heel woelige (kruis) zee, met steile golven.
We gaan lekker, draaien onze wachten, slapen om de beurt en houden de vaart
er lekker in. Tijdens mijn nachtwacht barst er wederom noodweer los, zware
windstoten, harde plensbuien, je kunt geen hand voor ogen zien. Geen sterren,
geen maan, onder boven en opzij alleen maar donker en nat. De wind neemt zo
hard toe, dat ik Roderick wakker maak om stand-by te blijven, die ligt er gewoon
lekker doorheen te slapen. De zeilen klein gezet en zo sjeesen we door het
donker. Wat wel vervelend blijft, is dat de nachten hier zo lang zijn. Iedere dag is
het van 18.30 uur tot 6.30 uur stikdonker, 12 uur lang dus. Maar ook hier komt
weer een eind aan en met een beetje mazzel komt de zon ook weer op.
Donderdag, 01 december 2011, onderweg van Santa Marta naar Puerto Obaldia.
Best een lekkere zeildag, af en toe een flinke bui, maar toch ook veel zon. Na het
ontbijt, ga ik onze nieuwe visspullen maar eens inwijden. Roderick maakt op
verzoek metalen voorloopjes, bevestigd kunstinktvisjes enzovoort. Ook moeten
de nieuwe lijnen op de plastic spoel gewonden worden. We zijn buiten lekker
bezig. Ik zet vast een lijn achter de boot en ga aan de slag met de volgende. Nu
blijkt dat de kunstinktvisjesfabrikant een leuk krulletje aan het inktvisje
gemaakt heeft, waardoor hij gaat roteren en net echt lijkt. Aangezien er geen
warteltje aan mijn lijn was bevestigd, (daar had ik tenslotte ook niet om
gevraagd), heb ik binnen de kortste keren een bos in elkaar gedraaide spaghetti
van 35 meter. Dus daar ga ik maar mee aan de slag. Intussen is Roderick met
de andere spoel bezig en die dacht, hee, mijn moppie heeft de lijn binnengehaald,
is daar voorlopig nog wel zoet mee, ik zet mijne uit achter het schip, kunnen
mooi de slagen eruit draaien. Niet te weten, dat er nog een lijn hing. Nou jullie
kunnen het wel raden. We zijn 3 uur bezig geweest om 2 totaal in elkaar en om
zichzelf gedraaide lijnen van 50 meter lengte uit de knoop te halen en toen
konden we weer verder met de eerste lijn. Natuurlijk valt er ook nog een buitje.
Hoezo regen?

's Avonds hebben we worstjes gegeten. De wind bleef lekker aan en we konden
de hele nacht doorzeilen.
Vrijdag, 02 december 2011, onderweg van Santa Marta naar Puerto Obaldia.
Toen het licht werd, zag het er niet zo hoopvol uit. Overal om ons heen dikke
regen- en onweerswolken. Welke zullen we krijgen? Nou allemaal dus! Zo varen
we nog in een stukje open lucht, zo is het een enorme bui geworden, waar we
voorlopig niet meer uit komen. Wat een hoeveelheid water. We zijn zeiknat,
binnen is ook alles nat. We moeten toch het logboek invullen, af en toe iets te
drinken pakken en het water druipt uit onze zeilpakken. We begonnen gewoon
met T-shirt en korte broek, maar de regen is zo hard en zo koud, het doet
gewoon zeer. Het houdt maar niet op. De kust is gehuld in dikke wolken, alle
pittoreske eilandjes die we passeren zijn verborgen achter een dik regengordijn.


De wind valt weg, de regen blijft. De hele verdere dag op de motor gevaren. Tijd
om de vlaggen te verwisselen. De gastlandvlag van Columbia eraf en die van
Panama samen met de gele vlag erop. De gele vlag (de quarantainevlag) is het
teken, dat je nog niet ingeklaard bent en dus nog langs de douane en de
immigratie moet. De San Blas eilanden horen bij de republiek Panama.

Vrijdag om 14.00 uur lopen we op Puerto Obaldia aan. Het is bijna niet te zien
waar we heen moeten. Obaldia is een stadje op de grens van Columbia en
Panama, waar we moeten inklaren. We zien alleen maar bergen in de mist en
later een paar huisjes. Volgens de pilot (Panama guide) kun je hier ook lekker
eten in de restaurantjes, allemaal gezellige mensen, maar we zien helemaal
niets. Alleen ondoorzichtig vies bruin modderwater waar we midden in zitten met
drijvende boomstammen, takken en zooi. Waar kunnen we hier ankeren? De
coordinaten die opgegeven zijn kloppen van geen kanten met de electronische
kaart die we gebruiken. De ankerplaats ligt op het land.

Het is doodeng varen, steeds dichter naar de kust, een kaart die niet klopt,
volkomen ondoorzichtig bruin modderwater, branding, een visnet overdwars.
Het anker houdt gelukkig. We liggen te hotsen en te botsen.


Dan gaat Roderick de rubberboot klaarmaken, die ligt nog opgevouwen op het
voordek. Ondertussen staat er al een man in uniform op de steiger te fluiten.
Waarschijnlijk geeft hij aan, dat wij ons moeten melden. Hij blijft fluiten, we
zwaaien maar eens terug. We zullen toch ons bootje eerst vaarklaar moeten
maken. Het oppompen is niet zo'n probleem, het te water laten gaat al
moeilijker. We hijsen hem eerst recht overeind aan een val in de mast om hem
dan over de reling te tillen en in het water te laten zakken. Maar het waait als
een gek en we kunnen hem nauwelijks houden. Daarna naar achteren brengen,
achter het zwemplateau van het grote schip vastleggen om de buitenboord
motor erop te laten zakken. Dat was geen sinecure, door de golfslag kan
Roderick bijna niet eens er in stappen. Hij wordt met rubberboot en al op het
zwemplateau gekwakt, waardoor hij er bijna uitvalt, daarna moest hij oppassen
dat het grote schip niet boven op hem stuitert. En ondertussen blijft de beambte
maar fluiten, waar hij blijft. Nou daar gaat hij... eerst nog die hoge steiger
opklauteren, de politieman staat nog steeds te wachten en vergezelt hem op de
steiger.

Ondertussen regel ik de rest op het schip, controleer of het anker houd, de
stroom en de branding zijn tegengesteld, we draaien tegen de richting in. Ik ga
vast proberen wat koffie te zetten voor als Roderick terugkomt. Koffiepot in de
gootsteen, filter vasthouden, maar dan komt er ineens een 6 meter lange
boomstam op het schip afdrijven, geen krokodil, maar een massief dikke stam
met uitsteeksels. Die wil ik toch wel proberen af te houden. Ik houd hem goed in
de gaten, hoor veel lawaai, visspoel van de plank gezwiept op de koffiefilter,
koffieprut alom in de keuken. Hallelujah! Alles weer opgeruimd, boomstam is
netjes langs ons heen gegaan, maar waar blijft Roderick. Hij had nog zo beloofd
niet op geitenjacht te gaan.... Het wordt al bijna donker. Eindelijk komt hij terug,
zeiknat en behoorlijk in mineur, bij alle "kantoren" moet eerst de chef opgehaald
worden, bij de immigratie, bij de douane, bij de politie, ze spreken alleen maar
Spaans, en willen allemaal geld. Voor de inklaring, om te ankeren, bijdrage voor
de boeien en lichten (waarvan we er geen een van gezien hebben), voor de
zarpe. 107,50 USDollar lichter komt hij weer aan boord. En nu hebben we nog
geen cruising permit, want daar had hij geen geld meer voor. Dus in Colon
mogen we overnieuw en dus ook weer betalen. We liggen hier in ons eentje in
het stikdonker, geen verlichting in het dorp, alleen 5 lichten bij het politiebureau,
maar die gaan ook uit. We hebben leukere dingen gedaan.
Zaterdag, 03 december 2011, van Obaldia naar Soskantupu.
Ik ben er met het krieken van de dag uit en laat Roderick nog even lekker liggen.
Ik start vast met ontbijt maken, ga dan alvast de lierhendels en andere
benodigdheden weer buiten op hun plaats brengen. Voor de nacht halen we alle
losse onderdelen binnen. Terwijl ik bezig ben, breekt er een golf in de kuip.
Binnen 10 minuten nog twee maal een golf achter in het schip. Roderick
klaarmaken, we gaan direct weg. Dag Obaldia, jou zullen we zeker niet missen.
We gaan op weg naar de volgende ankerplaats. Het is een tocht door een
prachtige omgeving, alleen zien we er niet veel van. Alles zit dik in de nevel en
het regent ook telkens weer. Ineens zien we het einde van een regenboog, vlak
bij ons. Jammer we hebben de pot met goud niet gevonden, hadden we best
kunnen gebruiken.

We varen dwars door grote wiervelden, waar allerhande troepjes in zijn blijven
steken. Alles wat aan de overzijde van de Oceaan in het water valt, drijft vanzelf
deze kant op.

We zijjn bijna bij onze bestemming aangekomen, Soskantupu, een van de bijna
300 San Blas eilanden, Kuna Yala, in de eigen taal van de Indianen die er wonen.
Het wordt weer heel lastig manoeuvreren, er zijn hier grote riffen en banken
vlak onder water en ook hier klopt er niets van de electronische kaart. Heel
voorzichtig varen we vanuit zee tussen de eilanden en rotsen door.

We moeten het voornamelijk met "eyeball-navigation" doen. Gewoon heel goed
uitkijken en proberen de riffen onder water te zien, voordat je er op zit. Helaas
begint het ook weer te regenen. En niet zomaar een bui, nee wel tien
wolkbreuken tegelijk.

We zien nog net een boomstamkano voorbij racen en daarna niets meer. We
sluipen heel voorzichtig verder. Dit is heel spannend. Onze kaart is nu helemaal
niet meer te gebruiken, we varen hierop dwars over het eiland. Ik ga boven op
het dak staan om beter te kunnen zien en zie een rare golf in het water, dat is
niet goed. Daar zou wel eens een rif kunnen zijn. En ja hoor een langgerekt rif,
dwars over, waar we recht op afgaan. Als de sodemieterij bakboord uit, ook
weer okay. Het klaart gelukkig op, zodat we kunnen zien wat we doen. En dan
gooien we ons anker uit op een paradijselijk plekje. Maar we zijn wel helemaal
alleen, enerzijds fantastisch, anderzijds toch wel een beetje eng. Vooral
vannacht. Maar wat je niet kan veranderen, moeten we gewoon maar nemen.
En eng of niet, ik heb me toch heerlijk geslapen!

Tijd voor het zoveelste stel droge kleren en dan lekker even genieten.


En Fred, je ziet iedere dag denkt Roderick aan je. Per dag mag hij een zakje
lekkers, Tozinetas Fred, hmm lekker!
Zondag, 04 december 2011, Soskantupu, 08.56'.475N, 077.43'.965W.
Het is licht, yeah, ik gluur door de gordijntjes en zie dat er 4 boomstamkano's
(ulu's) om ons heen liggen. Tja, wat doe ik nu, eerst maar even niets. Af en toe
nog maar eens door de gordijntjes gluren. Ja ze drijven er nog steeds, komen
niet dichterbij, zijn waarschijnlijk net zo nieuwsgierig naar ons als wij naar hen.
Vanuit het keukenraampje kan ik onopgemerkt wat foto's maken.


Enerzijds is het heel speciaal om daar helemaal alleen te liggen, anderszijds is
het toch wel spannend. Ik wil best contact met die mensen maken, maar dan
heb ik straks misschien 20 kano's rond het schip hangen en wat als ze aan boord
klimmen? Kan maar zo. Ook zou ik best graag in hun dorpje rond willen kijken,
maar dan ligt ons schip helemaal onbeheerd in de bush. En als enige paar
blanken tussen de "ïnboorlingen" te lopen, daar zijn we nog even niet aan toe.
Het is duidelijk dat hier bijna nooit vreemden langskomen. Voorlopig houden we
het maar op rondkijken en zwaaien we vriendelijk naar iedere passerende kano.
En meestal beginnen ze dan ook uitbundig terug te zwaaien. We gaan hier niet
zwemmen, er komt hier veel rivierwater met modder van de bergen naar
beneden, waardoor ik niet kan zien wat er onder zit. In dit gebied zitten ook
kaaimannen, maar of dat hier is? We gaan ook niet aan land, Kuna Indianen
leven volgens strikte regels. Je mag zeker geen kokosnoten verzamelen, iedere
boom heeft een eigenaar, door overerving. En per slot van rekening liggen wij
zomaar in hun achtertuin, dus wij blijven overal van af.
Als het even een uurtje droog is, gaan we met ons volgende project van start.
Tot onze schrik zagen wij gisteren dat er een scheur boven in het grootzeil zat.
Het blijkt gelukkig alleen het stiksel te zijn. Door de UV straling verteren de
draden. Zeil dus uit de mast trekken, opbinden en dan kan Roderick aan de slag.

En precies achter ons blijkt een landingsstrip te zijn voor kleine vliegtuigen. Twee
maal per dag landt er een vliegtuigje. Dan komen de "watertaxis",
gemotoriseerde boomstamkano's om passagiers te halen en te brengen.


En dit was dan meteen het laatste beetje zon voor de komende dagen, want nu
barst de regen pas goed los. Je kunt je er geen voorstelling van maken, hoeveel
regen er in een keer uit de lucht valt en het houdt maar niet op.


We vangen emmers vol water op. Roderick gaat een filmpje op de computer
kijken, horen we ineens plof, heeft een van onze automatische zwemvesten
zichzelf opgeblazen. We hebben binnen op dit moment 82% vocht. Volgende
karwei. Nieuwe gaspatroon opzoeken en erin, nieuwe zoutpatroon erin, hele
handel weer netjes in elkaar vouwen. Verder doen we niets anders dan
schoonmaken en poetsen, want de schimmel tiert welig.
We dachten dat het haast niet kon, maar het begint nog harder te
regenen. Onvoorstelbaar! Verder lezen we alles wat los en vast zit over deze
eilanden. De pilots zijn allemaal in het engels. Daar weten we over het algemeen
wel raad mee, maar nu komen er zulke rare woorden tussen als ze over de
stamgebruiken beginnen. Lang leve onze rij woordenboeken. Blij dat ik ze
aangeschaft en meegenomen heb. Frans, Duits, Engels, Spaans en Portugees.
Iedere dag worden ze gebruikt.

Dinsdag, 06 december 2011, Soskantupu
's Nachts begint het ook nog eens hard te waaien. Het is pikdonker, er is
werkelijk niet een lichtje. Als je naar buiten kijkt, vraag ik mezelf af of ik mijn
ogen wel open heb. Je kunt echt helemaal niets onderscheiden. We liggen hier al
twee en een halve dag, dus het zal wel goed gaan. NIET DUS. Zodra het ligt
wordt, sta ik op, kijk dan eerst eens goed om me heen. Altijd lastig orienteren,
omdat het schip om het anker roteert. Maar dit klopt helemaal niet! We zijn
vannacht van het anker geslagen en bijna naar de overkant van de baai
gedreven. Gelukkig geen enkel rif onderweg tegengekomen. Door de hevige
regenval kun je het ook nog slecht zien. Roderick kom direct, we driften!
We halen in de stromende regen het anker op en varen dan heel voorzichtig
terug naar onze ankerplek. We hebben geluk gehad!
Nu willen we wel echt weg, het schip is vaarklaar, de thermoskan met koffie is
klaar, dus we kunnen. Maar door de regen kunnen we met geen mogelijkheid de
riffen zien, die we moeten ontwijken. Dus afwachten en nog langer wachten,
eens zal het toch wel eens ophouden. We hebben besloten om bij eerste
mogelijkheid hier tussen de riffen uit te gaan en dan de zee op. We zien dan wel
wat nog haalbaar is, anders blijven we vannacht gewoon op zee, maar dat is met
dit weer ook geen pretje.

Als we net heel moeizaam en voorzichtig tussen de riffen doorscharrelen, horen
we ineens de Boto op de marifoon. Hee dat is leuk, die zijn ook in de buurt. Die
zijn net aangekomen 5 Nmijl van van ons vandaan. Dat is leuk. Nou dan gaan
we toch daar naar toe. Zij hadden ons ook niet hier verwacht.

En nu liggen we dus voor anker bij Isla de Pinos, Tupbak volgens de Kuna, dat
walvis betekent, omdat het eiland uit de verte de vorm van een walvis heeft.
Dit eiland was een toevluchtsoord voor zeevaarders, in goede en slechte zin.
De makkelijk te bereiken ankerplaats maakte het een perfecte plaats voor
zeerovers om de Spaanse vloot met hun goudtransporten op te wachten. Later
stopten hier de New England schoeners om kokosnoten te kopen.
Even later kwam La luna ook nog aanvaren. We liggen hier nu met 5 boten, die
we allemaal min of meer kennen. Leuk!

En daar komt de gemeenteambtenaar geld ophalen. 10 USdollar voor de
gemeente kas. Ik overhandig hem de biljetten en doe er meteen een klein flesje
coca cola bij. Dat viel zeker in goede aarde.

Na een paar uurtjes geslapen te hebben, de Boto en La Luna kwamen net uit
Columbia, komt Vicky langs met Chula, die ook al blij staat te kwispelen. We
gaan haar samen even uitlaten op het eiland. Het is maar een klein hondje, maar
zij wordt helemaal wild van de kokosnoten die daar liggen. Daar loopt ze mee te
slepen en vist ze uit het water. Vicky vindt nog een "Sea Bean"op het strandje.
Heel zeldzaam als je die vindt. Het is een soort glimmend zaad, net een platte
kastanje. Ik zal het eens opzoeken, als ik weer Internet heb. Ze heeft hem mij
gegeven.

Er drijven hier enorme boomstammen in het water, deze op de foto is zeker 1
meter doorsnee. Altijd spannend of hij ons gaat raken of niet.

De volgende middag gaan we naar het dorp Pinoa, samen met Etienne en
Denise. We worden eerst voorgesteld aan de Sahila, de Chief, die ligt in zijn
hangmat in zijn hut. We mogen het dorp bekijken en foto's maken, mits hij een
paar afdrukjes krijgt. We hebben een klein printertje aan boord, dus dat kan
geregeld worden. David, die engels spreekt, leidt ons rond.
Uiteraard brengt hij ons eerst naar zijn eigen hut, met vrouw en kinderen. Altijd
voordelig natuurlijk. Hij is onlangs van hen gescheiden, want hij heeft steeds
toeristen vriendinnen, die van alles en nog wat voor hem betalen. De eerste keer
scheiden kost niets, de tweede keer moest hij 150 betalen en de derde keer 500
dollar. De chief heeft nu besloten, dat het maar eens afgelopen moest zijn.

Dan worden we weer bij de Sahila geroepen, hij heeft zich helemaal opgedoft om
op de foto te gaan, zijn dochter komt er ook nog bij. Zij is gekleed in de originele
Kuna dracht. Een bloesje met een Mola er op, een mooie rok, prachtige
"beenwarmers" kettingen en tattoo's.

Terwijl wij daar rondkijken begint het weer ongelooflijk te hozen.


Er is een groot houten huis, het is het huis van de man, die een pakket drugs op
het strand gevonden had en dit weer aan de Columbianen terug verkocht heeft
voor 40.000 dollar. Hij heeft dus een luxe huis met t.v, schotelantenne enz.

Donderdag, 08 december 2011, Isla de Pinos. Vandaag gaan we in het
restaurant van David eten. Kuna eten. Als we in het dorp aankomen, gaan we
eerst langs de Sahila om zijn foto's te brengen en een mooie pet. Hij liep
namelijk trots met een Chiquita petje. Dat kunnen wij beter. Dan wachten op het
eten. Natuurlijk hebben we ook kadootjes voor de kinderen bij ons.



Dan is het tijd om te eten. Heet water met brokken Yam, stukje vis uit blik, want
door de regen kon er geen vis gevangen worden, een in het vuur gepofte
plantana. Het vuurtje is dus gewoon in de hut op de grond. Eigenlijk was het niet
te eten, maar het was wel een ervaring.


Met gepaste tegenzin hebben we zoveel mogelijk opgegeten. In een hoekje
staan de Nuchus Gewoon in een plastic kratje. Ieder popje behoort bij iemand,
heeft ook een eigen karakter. Als iemand ziek is, brengen ze zijn Nuchu naar de
Nele, de medicijnman. Die kan dan proberen de boze geest uit te bannen.
Daarna gaan we weer op huis aan.

Vrijdag, 09 december 2011, Achutupu, 09.11'.668N, 077.59'.327W. San Blas.
Zaterdag, 10 december 2011
Tijd om een eilandje verder te gaan. Nog steeds veel regen, tussen de buien
door maken we klaar om te vertrekken. We hebben van iemand Bauhaus
kaarten gekregen, die accuraat zijn. Daarop bekijken we de route en zetten dan
de waypoints in ons eigen systeem. De hele weg gaan we op de motor.
Aanvaren vanaf zee naar Achuputu is een crime, de ene na de andere ondiepte,
riffen, rotsen, eilandjes. We sluipen slinger slanger dichterbij en gooien het anker
uit achter een dicht bewoond eiland. Er is druk verkeer op het water, het stikt
van de boomstamkano's. Moeders met kinderen in klederdracht, vissers, met of
zonder zeiltje. We worden niet lastig gevallen. Bij de meeste dorpen hebben de
Chiefs verboden om naar de yachten te varen. Wel mogen wij naar het dorp om
daar spullen te kopen. Meestal moeten we dan 5 of 10 dollar betalen voor de
gemeenschaps kas. Meerendeels van de dag zitten we nog steeds in de gietende
regen, maar als de zon dan even doorkomt...


We laten de dinghy te water en gaan eerst een eilandje om ter verkenning.
Chula de hond en Vicky gaan ook mee. De huisjes staan direct tegen elkaar aan,
het is een drukke bedoening. Grote aantallen kinderen, die enthousiast terug
roepen en zwaaien. Er is duidelijk meer welvaart in dit dorp.


Als er een vrachtschip met goederen onder grote zwarte rookwolken naar het
dorp komt varen, komen van alle kanten mensen in kano's aanpeddelen.


We kijken het tussen de buien door eens rustig aan. Vanavond eten we macaroni
met boomtomaten. Qua smaak een kruising tussen een tomaat en een
passievrucht.

Zondag, 11 december 2011, San Ignacio de Tulipe, 09.17'.408N, 078.09'233W.
We hebben voor vandaag een mooie route uitgezet, tussen de eilanden en riffen
door naar San Ignacio de Tulipe. La Luna vertrekt wat eerder dan wij. Wij zien ze
vastlopen op een zandbank, waar ze wel weer af komen, en kijken hoe zij
scharrelen tussen de ondiepten. Daar moeten wij dus niet zijn. Weet je wat, we
veranderen de route en gaan buitenom verder op zee. De route moet
nauwkeurig geplot worden op ons systeem, dus dat duurt even. Dan vertrekken
wij ook. Binnen 10 minuten zitten wij ook op een ondiepte, het lukt ons er van af
te komen, maar dan lopen we vast op de volgende zandbank. Dit is heftiger. Met
de motor vol gas voor en achteruit proberen we los te komen. De dorpelingen
vinden het prachtig. We zijn omringd door boomstamkano's. Later komen Vicky
en Ed ook to the rescue, die proberen met hun rubberboot de boeg een zetje in
de goede richting te geven. Na veel gezwoeg zijn we eindelijk los en bijna drie
kwartier verder. Wat doen we nu? De weg buitenom is dus niet haalbaar op deze
manier, terug zoals we een paar dagen geleden aangekomen zijn, kan natuurlijk
wel, maar eerst moeten we dan weer die zelfde ondieptes zien te passeren. Dan
toch maar binnendoor. Voor we bij ons eerste waypoint zijn raken we nog een
paar keer de grond, maar dan wordt het allengs dieper. We krijgen een prachtige
tocht langs de kust met aan de ene kant schitterend groene bergen en aan de
zeekant overal Bounty eilandjes, riffen en rotsen. Je kunt bijna van iedere foto
een behangwandje laten maken, wat we in de jaren 70 allemaal hadden.
Schitterend mooi! Hier een impressie.



En dan te bedenken dat al deze foto's met zwaar bewolkt weer zijn gemaakt.
Onderweg moet er ook nog wat aan het eten gedaan worden...

Om 16.30 laten we het anker zakken in 11 meter diep water, op een flinke
afstand van het eiland en van de kust. Het is weer gedaan met het mooie weer,
het begint weer te hozen en het houdt ook niet meer op. Emmers met water
vangen we op. De watertanks zijn vol, alle kleren gewassen (maar nog lang niet
droog), we douchen nog eens lekker. De hele avond, nacht en volgende morgen
blijft het aan een stuk door gieten.
Maandag, 12 december 2011, San Ignacio de Tulipe.
Zodra het even minder gaat regenen, gaan we de rubberboot klaarmaken om
naar de kant te gaan. Ook hier staat weer een laag water van zeker 10 cm in.
Ja, het is even droog, gauw naar de kant. Etienne en Denise staan ook al op de
wal. Met ons vieren gaan we het dorp verkennen. Het ziet er goed uit, ondanks
alle modderplassen. Er zijn zelfs houten huizen met 2 verdiepingen, er is een
kerkje, maar de meeste mensen wonen toch gewoon in hutten. Maar er zelfs
wat kleine perkjes met bloeiende hibiscus, er hangen kerstversierings lampjes.
De oudere dames zijn traditioneel gekleed, met mola's, een kleurige rok en
blouse, beenversiering, gouden ring door de neus en een sjaaltje om. Ze willen
duidelijk niet gefotografeerd worden. Kindertjes hebben veelal westerse T shirts
aan, bruine peutertjes lopen in hun nakie door de regen en de modder. Kleine
meisjes beginnen angstig te huilen en kruipen weg achter hun moeder met 4 van
die enge witte mensen in de buurt. Op de eerste foto sprong een vrouw ineens in
zee, er dreven namelijk allemaal bananen voorbij, die zij direct op het land wierp.



De daken van de hutten zijn van een speciaal soort palmbladeren, mooi
afwaterend gelegd en daardoor waterdicht. Hier in dit dorp hebben ze echt een
beetje verscheidenheid in de hutten, met een erkertje, sommige met een
raamopening. Gekookt wordt er op een vuurtje in de hut.

Een eigen kerkje met allemaal plastic tuinstoelen. 's Avonds klonk hun gezang
over het water. Nu werd er met een kindergroep geoefend. Een standbeeld van
de oprichter van het dorp, direct daaronder een paar telefooncellen.


Natuurlijk had ik weer wat kadootjes in de rugzak. Moeilijk om het juiste
moment uit te kiezen. Er zijn hier zoveel kinderen en ik wil niet met snoepjes
rondstrooien.

Een keurig verzorgd plaatsje met naast de deur een grote rasp voor de yams en
de cocos. Er hangt hier aan vele hutten ook de bast van kokosnoten, die worden
onder andere als brandstof gebruikt. En natuurlijk overal uitbottende
kokosnoten.
Dinsdag 13 december 2011, van San Ignacio de Tulipe naar Kanildup
We vertrekken vroeg, we hebben 35 Nmijl voor de boeg. Het is zowaar droog,
dus gauw weg. We vertrekken met prachtig licht. Een mooie voorspoedige tocht
en we houden het de hele weg droog! Dat mag echt wel in de krant.




Onderweg passeren we rakelings langs de riffen de eilanden, de een nog mooier
dan de ander. Ook wordt er nog hard aan de website gewerkt. Nu de motor
loopt, hebben wij energie genoeg om ook de computer te gebruiken. Ondanks de
regen is het volkomen windstil, dus onze windgenerator levert geen energie, ook
is het bijna iedere dag zwaarbewolkt, dus onze solarcellen leveren ook maar een
fractie van normaal. De temperatuur echter blijft 30 graden, dus de koelkast
moet er heftig aan trekken en we hebben continue ventilatoren aan. De
accubank raakt dus snel leeg en om energie te genereren laten we dus
regelmatig de motor lopen. Daar hebben we niet altijd zin in, dus we zijn uiterst
zuinig met ons energiegebruik. Maar nu we toch onderweg op de motor zijn,
kunnen we het nuttige met het aangename verenigen. En mooi dat het is
onderweg! De palmbomen verdringen elkaar om een plekje.



We zijn er bijna, het is nu ook weer afgelopen met het mooie weer. De regen
komt van alle kanten aanzetten. Om 15.00 uur proberen we te ankeren bij
Kanildup, the Green Island, dat kost nog al wat moeite. We zoeken naar een
gunstig plekje, niet te diep, niet te ondiep, we moeten om het anker kunnen
draaien en dan toch niet op een rif verzeild raken, niet te dicht bij de andere
schepen, zodat we elkaar niet kunnen raken enz. We raken tot 4 maal toe een
rif, maar komen alle keren weer los. Hier word je niet vrolijk van. Uiteindelijk
laten we gewoon het anker zakken. het regent onderhand pijpenstelen, dus daar
wordt de omgeving ook niet mooier van. Kanildup is een prachtig groen eiland,
maar er is dus echt niets te beleven. Morgen vertrekken we gewoon weer.
Woensdag 14 december 2011, van Kanildup naar Nargana
Het is aan een stuk door blijven hozen. Onvoorstelbare hoeveelheden water
komen er naar beneden. In een uur kun je bijna 5 emmers water in de tank
gooien. Voorlopig doen we helemaal niets.

Ook de inlanders hebben problemen genoeg als ze met hun kano door het
noodweer moeten. De visvangst en de kreeftenvangst ligt bijna helemaal stil.
Als het eindelijk weer opklaart strijkt er een hele troep pelikanen vlak bij de boot
neer.


Het is een feest om naar te kijken. Gino van de Miauw komt nog even gezellig
een praatje maken, een boomstamkano komt nog langszij, hij had een groot
blok ijs bij zich, gewoon open op de bodem liggend. Dat hebben we direct
gekocht voor in de koelkast samen met een paar pakken wijn. Het laatste wat
we hier verwacht hadden. Daarna gaan we ankerop, op weg naar Nargana bij de
Rio Diablo, een tamelijk grote "stad". We scharrelen weer heel voorzichtig langs
de eilanden en de riffen. Doordat het weer bewolkt is, kun je de riffen onder
water niet onderscheiden. Ze lopen waanzinnig ver door onder water. Het blijft
spannend. Eenmaal afgemeerd, laten we direct de dinghy te water en varen naar
de stad, er is hier een restaurantje met een aanlegsteiger voor dinghy's. Als we
aankomen zien we Etienne, Denise, Vicky en Ed daar ook zitten. Okay dan blijven
wij ook. Lekker een ijskoud Balboa biertje, uitzicht op de boten, een gezellig
zuid amerikaans muziekje op de achtergrond. We besluiten om ook direct wat te
eten te bestellen. Daarna weer terug naar het schip. Het dorp heeft electra via
een grote generator, daar liggen wij vlak voor, je hoort hem continue brommen,
maar de regen overstemt het geluid. Dus no problema.

Donderdag15 december 2011, Nargana 09.26'N, 078.38'W en el Corazon de
Jesus.
Natuurlijk zijn we vroeg op, tenslotte liggen we vaak al om 20.00 uur in bed, dan
is het al 2 uur pikdonker, we zijn moe van iedere dag 3 talen spreken, Spaans
met de Kuna, Engels met de anderen, alles uitvogelen, Vaarwijzers nalezen,
kaarten bestuderen en zoals vandaag proberen wat boodschappen te doen.
We beginnen bij de bakker in Nargana, daar hebben we gisteren al broodjes
besteld, Hmm, ze zijn heerlijk, dan wandelen we eerst eens wat rond. Dit is een
tamelijk grote "stad", er zijn huizen van beton met 2 verdiepingen, daar tegen
aan geplakt de gebruikelijke boomstam hutten met palmdaken. De straten zijn
hier wat breder, wat voor ons erg plezierig is, je hoeft dan niet zo dicht langs de
hutten. Het voelt toch altijd wat als "aapjeskijken".

We wandelen het dorp door naar de brug die het dorp (eiland) Nargana met het
dorp (eiland) El Corazon de Jesus verbindt. De bevolking van beide dorpen zijn
veelal goedgekleed, de hutten zijn wat ruimer, maar nog steeds hangen er alleen
een paar hangmatten in voor ieder en is er een stookplaats op de grond. Bij een
gluurden we naar binnen en zagen een grote flatscreen TV. Dus de vooruitgang
heeft hier ook zijn intrede gedaan. Als we het dorp Corazon de Jesus betreden
lopen we eerst tegen een grote kinderspeeltoestel onder de beschermende
handen van Jezus. De kinderen hebben net zo'n lol als bij ons en doen overal een
schepje bovenop als wij langskomen, zodat we ze goed zien.

Dan weer terug over de brug naar Nargana.
We gaan eerst naar de bank, hier kunnen we 20 dollar biljetten omwisselen voor
kleine coupures, zodat je bij de Kuna inkopen kan doen. Heel slim! Er staat een
bewaker voor de deur, we mogen nog niet naar binnen, daar is het te vol. Dus
een half uur buiten op een steen zitten wachten, ondertussen gaat Roderick bij
een ander winkeltje kijken. Stiekem nog een stukje Kuna dame op de foto
kunnen zetten. Ze dragen allemaal dit soort bloesjes met om hun middel de Mola
en daaronder een meestal zwart met groene rok, veel armbanden, gouden
oorringen, gouden neusring, hoofddoekje en een beenversiering van allemaal
kralenbandjes in patroon.

De bank is gelukt, dan gaan we naar het dorpsplein, daar staat het obligate
standbeeld van een of ander belangrijk iemand, wederom omringd door een paar
telefooncellen. Daar gaan we proberen een telefoonkaart voor Panama te kopen.
De dorpskerstboom staat al en er klinken kerstliedjes uit de luidsprekers.

Het voelt vreemd om in een huttendorp op zoek te gaan naar een telefoonkaart,
maar de Kuna's lopen allemaal met een mobieltje. We kopen een Simkaart en
beltegoed, maar hoe gaat het toestel open? Roderick krijgt het met geen
mogelijkheid voor elkaar. Een Kuna Indiaan brengt uitkomst.

Dan het volgende project: wat levensmiddelen. Ik sta daar in een winkeltje,
tienda, gewoon een boomstamhut en kijk eerst maar eens toe hoe het gaat.
Rauwe kip gaat zo op de weegschaal, vervolgens de zakjes met druiven. Verder
ziet het er best goed uit. Achter de toonbank zit een dame met een
rekenmachientje, de medewerkers roepen haar toe, hoeveel en wat. Ik ga er
brutaal tussen staan neuzen en pak wat ik nodig heb. Ik vraag of ze misschien
koteletten hebben, ik heb hier en daar een zelfreinigend varkenshok boven het
water zien staan. Gewoon van stammetjes met een palmdak, op palen, de
uitwerpselen vallen dus zo in het water. Op de foto zie je juist ons schip er
tussen door piepen.

En ja hoor, er staat een diepvries en ik kan koteletten kopen. Daar ben ik wel blij
mee, we hebben al dagen geen vlees meer gehad. Dan gaan we eerst weer
terug aan boord i.v.m. het vlees.

We eten een paar broodjes en varen dan weer terug naar het dorp voor de rest.
Er moet hier een winkeltje zijn waar je rum kunt kopen. Dat zou leuk zijn met de
Kerstdagen in het verschiet. We ontdekken een winkeltje en vragen of we rum
kunnen kopen, maar dat verkocht hij niet, wel fluisterde hij dat hij wijn verkocht
onder de toonbank, goedkoper als die ander en dat mochten we natuurlijk aan
niemand vertellen. Dus wij eerst rum kopen, dan weer terug naar de 1e meneer,
hem een plastic tas gegeven, die hij achter heimelijk vulde, ouwe sjacheraar!
Met de zware tassen weer terug. Nogmaals in het restaurantje gegeten. Leuk
uitzicht, muziekje erbij. De dochtertjes hadden zich als Hula meisjes omgekleed
en kwamen dat giechelend aan ons showen.

Van La luna gehoord dat zij een krokodil ( 2 meter) om de boot hadden. Wij bij
het restaurant gevraagd, Ja hij is altijd hier, dat is dus precies waar wij ons
rubberbootje aanleggen om op de kant te gaan. We doen nu nog voorzichtiger.
Bij het koken blijkt de gasfles leeg. Shit nu al? We hebben nu 2 lege flessen en
alleen nog een klein campinggaz.

Vrijdag, 16 december 2011, Nargana, San Blas.
Eerst proberen gas te regelen. Dat gaat mooi niet lukken. Hier vullen ze niet,
maar ruilen om. Een maat die wij niet kunnen gebruiken. Eens rondgevraagd
naar gasflessen op de cruisersmanier. 1 fles hoog en warm, 1 fles laag en koud,
regulator onklaar maken en d.m.v. de zwaartekracht je eigen fles vullen. Benno
wil ons wel helpen. Nu een gasfles zien te scoren, die we weer mogen inleveren.
Nou vergeet het maar. Via de SSB aan het cruisersnet het probleem voorgelegd.
Op de westelijk Cayos Limones eilanden is een Duitser, Yoki genaamd, die dat
wel kan regelen. Nou dan gaan we die richting op om dat te proberen. Daarna
met de laptop naar het dorp. Bij de school kun je internetten. We hebben pech,
vandaag is net de vakantie begonnen, de school is 2,5 maanden dicht en internet
afgesloten. Balen! Dan nog maar wat aardappelen kopen en hete pepers.
Lekker! Weer aan boord komen Benno en Marlene langs om te vragen hoe het
met het gas afgelopen is. Niet dus, ik vertel dat er ook geen Internet meer is.
Zegt Marlene: Ik kom er net vandaan, er zijn een paar studenten daar bezig.
Roderick dus weer in de dinghy met z'n computer en weer naar het dorp. Hij
gaat proberen de website te publiceren en wat andere zaken na te kijken. Hij
blijft maar weg. Intussen is het stikdonker geworden. Op het water kun je geen
hand voor ogen zien en hij heeft geen licht meegenomen. Na 2,5 uur komt hij
eindelijk terug. Hij heeft al die tijd op een trap buiten bij de school gezeten met
de laptop op z'n knie-en, maar de website staat er op. Verder kreeg hij nergens
toegang. Maar nu moet hij nog naar huis. Eerst in het pikdonker met zijn laptop
in de rubberboot stappen en losgooien, terwijl je weet dat daar een krokodil
woont, dan nog 20 minuten varen. Ik ben blij dat hij weer veilig thuis is.

Zaterdag, 17 december 2011, Coco Bandera, Orduptarboat, 09.31'N,078.38'W.
Yes het is vanochtend droog en lichtbewolkt. We gaan meteen ankerop. We
hebben besloten om eerst nog een stop te maken op West Coco Bandera. Het
water is heel rustig en er is prachtig licht. We varen rustig aan op de motor, want
er is geen zuchtje wind. We laten een eigen spoor na in het water. Eerst de route
terug naar Kanildup, die staat nog in onze computer en dan door naar
Orduptarboat. De eilanden hebben onuitspreekbare namen, ook worden er
verschillendenamengebruikt in de boeken en op de kaarten. Het is steeds een
hele uitzoekerij. We hebben een heerlijk tochtje.

Bij dit heldere weer kun je de riffen goed zien onder water. Je kunt je geen
voorstelling maken hoe ver die riffen doorlopen. Aan een piepklein eilandje kan
zomaar een rif vastzitten van meer dan 50 meter lengte. Het laatste stuk is
weer heel tricky. We hebben ogen op steeltjes. Er is een ankerplaats achter het
eiland Orduptarboat tussen 2 andere riffen in. Het is er beeldschoon. Wat mij
betreft het mooiste plekje.

Door de palmbomen heen zie je de oceaangolven op de andere kant beuken. Het
is wel een risicoplek, dus we besteden er eerst 2 uur aan om een veilige route in
de plotter te zetten, zodat we in geval van nood weten hoe we weg kunnen
varen. We liggen net vast, komt er al een kano langszij met langostines te koop.
Ik heb me er al een tijdlang mentaal op voorbereid om eens levende kreeften of
langousten klaar te maken, dus nu ga ik er voor. Twee niet zo grote langostines,
compleet met veel poten, ogen op steeltjes en superlange voelsprieten rennen
door mijn emmer. Nu moedig zijn. Grote pan zeewater op het vuur, dan moeten
ze zo het kokende water in, dan zijn ze direct dood. Hellup! Roderick wil het wel
van me overnemen, maar dat vind ik ook niet eerlijk. Wie A zegt...

Grote ovenwanten aan (daar worden ze dus voor gebruikt, Mona) met een schep
de langostine in de pan. Ik denk dat hij het niet echt leuk vond, maar such is life.


Na 6 minuten heb ik dus 2 prachtig roodgekookte schaaldieren in mijn pan, die
zager er al veel minder eng uit. We hebben ze lekker opgesmikkeld. Schalen en
sprieten overboord en klaar is Kees.

Na 6 minuten heb ik dus 2 prachtig roodgekookte schaaldieren in mijn pan, die
zager er al veel minder eng uit. We hebben ze lekker opgesmikkeld. Schalen en
sprieten overboord en klaar is Kees.

Dan hoog tijd om te zwemmen, zwemvliezen en snorkel aan en dan even
slikken. Hier zover in zee in principe geen krokodillen maar wel weer haaien.
Moet er weer even doorheen. Ik zwem naar het eiland, eerst zie ik niets, het is
nog veel te diep. Beetje eng. Dan ineens zie ik een rog onder me en dan kom ik
boven het koraalrif. Dan is er weer zoveel te zien, dat je vergeet om bang te
zijn. Ik schrik wel keer op keer van bewegende boomstammen en palmtakken
onder water. Er drijft ook een hoop troep. Ik duik een paar hele mooie
conchschelpen op. Mooi gaaf en glanzend parelmoer, 15 cm groot. Met de
schelpen in mijn Tshirt gerold, zwem ik terug naar de boot.


Dan met de rubberboot naar het eiland. Enorme boomstammen zijn er
aangespoeld. De golven hebben zoveel kracht.


Roderick scoort een kokosnoot, dat mag eigenlijk niet. Iedere kokospalm heeft
een eigenaar. Maar geen kano te zien, dus alla! Ik zwem nog wat langs het
eiland. Hele grote conchschelpen liggen er, van zeker 60 cm lang, 40cm breed en
40 cm hoog. Zo groot heb ik ze nog nooit gezien. Ook liggen er talloze
aangespoelde schoenen en slippers.


Aan boord kokosnoot geslacht, dat valt niet mee, de buitenbast is zo taai. Een
vol glas sap vangen we op. Niet te drinken! Overboord ermee. Achter het kleine
eilandje naast ons zie je nog net een wrak van een vrachtschip, dat op een rif
gelopen is.

's Nachts krijgen we onweer en veel wind. We draaien alle kanten uit om het
anker. Binnen 5 minuten een hele ronde om. De ankerwacht geeft voortdurend
alarm. Dat moet ook. Roderick blijft op, we moeten in nood direct ingrijpen, want
we liggen omringd door riffen en ondieptes. Later kom ik eruit en gaat Roderick
wat slapen. Je kunt niets zien, alleen de ankerlichten van een paar andere boten,
die het ene moment voor ons liggen, dan links, dan weer rechts. Omdat we zo
draaien in het pikdonker ben je voortdurend je orientatie kwijt. Het onweer
komt steeds weer terug. Het is een lange nacht.
Zondag, 18 december 2011, van Coco Bandera naar West Cayos Limones
Bij daglicht ziet het er weer schitterend uit. Hier kun je het effect van een rif op
de zee zien. Alle plaatsen waar rare golven zijn, moeten we dus ruim omzeilen
en dat valt niet altijd mee. We vertrekken, want de weersvoorspelling geeft
ineens wind. Lekker om te zeilen, niet lekker om vannacht hier te liggen.

We gaan naar de westelijke Cayos Limones om te proberen de gasfles te laten
vullen. We gaan met een rustig gangetje zeilend op weg. De route is grotendeels
over open zee, dat is ook wel eens lekker. De genua uitgeboomd, de Aquagen
sleepgenerator opgehangen, na een uurtje kan de sleepgenerator er weer af, de
wind is op, we dobberen nog wat op ons gemakje, in die tijd kan ik eten koken.
Rijst met ketjapvlees. Daarna gaan we gewoon op de motor door. De lucht trekt
weer helemaal dicht, dat is vervelend, want we zijn onderhand in het Eden Canal
aangekomen en moeten nu heel strak tussen de riffen door, die nu bijna niet
meer zichtbaar zijn. We heel langzaam, maar moeten oppassen dat de golven
ons niet te pakken kunnen nemen. Vlak voor ons is van de week een yacht op
het rif gelopen, dat ligt er nu nog steeds op zijn kant. Niet meer te redden.

Het is heel spannend. We gaan door in opperste concentratie, Roderick staat
voor op de boeg, we proberen in de uitgesleten geul te blijven. Net op het
gevaarlijkste stuk krijgen we toch een hoosbui. We kunnen bijna niets meer
zien. Het is echt heel eng. We schuiven voorzichtig naar binnen en laten zo snel
mogelijk het anker vallen. Straks zien we wel weer. Het anker houdt, dus even
tijd om diep adem te halen. Dan stap ik naar binnen en zie dat het grote luik nog
openstaat. Alles is zeiknat binnen, wij buiten waren het al, er ligt 3 cm water op
het tafelblad, alle zeekaarten en kussens drijfnat. Onze vaargids is doorweekt,
de inkt helemaal doorgelopen van de komende 50 bladzijden.

Daar kan ik dan toch zo boos over worden, verkopen ze een best wel duur
boek om te gebruiken op een schip, loopt de inkt door. Schande. Het hele schip
meteen gedweild, kleding in de emmer, zeekaarten opgehangen aan de waslijn
binnen, Pilot blaadje voor blaadje afgewisseld met keukenrol. We liggen goed
vast, het blijft maar door gieten, ik heb het helemaal gehad. Ik ga naar bed.
Maandag, 19 december 2011, Cayos Limones. 09.32'N, 078.54W.
Roderick is er vannacht keer op keer uitgeweest om de boel te controleren, het
ging behoorlijk te keer. Ik heb heerlijk geslapen. Vanochtend over het radionet
ons gemeld. Even later werden we opgeroepen door de Gypsy Blues, die ligt op
een ander eiland. Gezellig even met Rene gesproken. Het waait nu ook nog
behoorlijk hard, maar we liggen goed achter het anker en de windgenerator
draait als een tierelier. Dus de accu's zijn helemaal vol en ik kan naar hartelust
met de computer aan de slag.

Iedereen heeft het over de radio steeds over of iemand weet of de Veggieboat
al geweest is. Dat is een groenteboer per kano. Er zijn hier nergens winkels, dus
iedereen zit daar op te wachten. Er liggen hier zeker 50 boten bij dit eiland. Wij
boften, ineens hoorden we geroep en gefluit, lag de Veggieboat langszij. Dus
direct allerlei verse groenten en fruit ingekocht. We hadden eerste keus.

Daarna dan toch de rubberboot te water laten. We hebben gewacht tot de wind
wat minder werd. Hij wordt namelijk met een val in de mast omhoog gehesen
om hem over de zeerailing te kunnen tillen, als het zo hard waait, gaat hij met
mij aan de haal. Dan kan ik hem gewoon niet houden.
Op het eiland hebben ze een hut gebouwd met een barretje er in, een heuse
kerstboom erin. We nemen daar een drankje, er loopt een grote oude lieve
Duitse Herder rond, die steeds even aangehaald wil worden. Iedere keer komt
hij een kokosnoot brengen, die wij hem laten apporteren. Na een poosje is hij
uitgevloerd.

Intussen hebben we de gasflessen van boord gehaald, de Amerikaanse
aansluiting kan hier gevuld worden. De foto's spreken duidelijke taal.

En wij hebben voorlopig weer gas.

De Kuna kindjes die hier wonen. Schatjes zijn het. Tussen 2 palmen hebben ze
ook nog een volleybalnet gespannen. Goed bedacht, er liggen hier op de
ankerplaats wel 50 boten. Ook kun je hier internetten. Te koop per uur. Gaan we
morgen ook proberen. Het water is mooi helder. En ook weer grote
aangespoelde bomen. We zitten duidelijk in de regenwoud zone. De bergen zijn
dichtbegroeid en met die overvloedige regenval, donderen er nog al wat bomen
naar beneden, die door de rivieren naar zee gespoeld worden.

Dag jongen, tot morgen.

Dinsdag, 20 december 2011, Westelijke Cayos Limones, Tiladup.
We liggen nog steeds naast het eiland Tiladup. Enerzijds liggen we eigenlijk wel
prima, maar we willen anderszijds ook naar de Cayos Holandeses vertrekken om
daar Kerst te vieren met La luna, Boto en Gypsy Blues. Maar eerst gaan we
proberen of we via Internet contact kunnen maken met de Rabobank. Nu heeft
Mirella problemen met haar bankpas van onze zakenrekening. Dat schijnen wij
persoonlijk op te moeten lossen. Dus daar gaan we weer met de computer naar
de kant. Bij de bar is een Internetaansluiting, die je rechtstreeks in jouw eigen
computer moet aansluiten. Denk dan niet dat je dan ook snel internet hebt
daardoor, alleen verbinding maken kost al bijna een kwartier, een paar mails
ophalen kost ook zo'n 20 minuten. Je betaalt per uur, er is maar 1 aansluiting
dus de cruisers staan in de rij te wachten, wanneer zij een keertje kunnen. Wij
ook dus, maar er is op die manier altijd wel iemand voor een praatje. Ook de
hond kwam direct weer met een kokosnoot aansjouwen.

Het was een heel gehannes, maar volgens ons is het gelukt en kan Mirel de bank
weer in. Het is al met al te laat geworden om te vertrekken, er is bewolking
gekomen en daardoor kun je de riffen niet meer zien. We gaan nog wat
zwemmen en snorkelen. Er zijn hier hartstikke veel zeesterren. Mooie grote,
vijfarmige, knal oranje, maar ook gele met rode stippels.


Daarna gaan we het onderwaterschip maar eens beet pakken. Er zit ondanks de
nieuwe antifouling zoveel aangroei aan. We zijn uren in het water bezig met onze
snorkel en zwemvliezen aan om de zeepokken er zoveel mogelijk af te steken
met een plastic spatel. Plus dat we zeker een 15 cm lange groene aangroei
hebben. In Nederland deden we 3 jaar met onze antifouling, nu na 8 maanden
wordt het hier al onvoldoende. Roderick gaat vroeg in bed, na een uurtje komt
hij rillend van de kou weer te voorschijn en stapt met een dikke trui en
trainingsbroek aan weer terug in bed. Dat ziet er niet goed uit. 's Nachts heeft hij
bijna 40 graden koorts.
Woensdag, 21 december 2011, Westelijk Cayos Limones, Tiladup.
Nou dat gaat niet lekker met Roderick. Ondanks een hele lading panadol, houdt
hij hoge koorts en is hij hondsziek. We liggen hier met een aantal boten, maar
dus niet in de bewoonde wereld. Hij kan gewoon een virusje opgelopen hebben,
maar hij is ook weer doof, dus zijn oren? Er is hier in de buurt ook kans op
malaria en dengue. Allemaal heel zorgelijk, wat heet wijsheid. We hebben dozen
vol medicijnen, mijn voorkeur gaat uit naar een flinke anti bioticakuur. Maar het
probleem is, dat je dan heel overgevoelig gaat reageren op zonlicht. Nu zitten we
bijna nooit meer in de zon, we zitten hier vlak bij de evenaar en de zon brandt
recht op je hoofd, maar zelfs in de schaduw is de UV straling enorm hoog. En een
overhemd met lange mouwen, een lange broek, sokken en een hoofddoek om is
ook geen optie, het is hier 35 graden en gevoelsmatig mag je er nog 10 graden
bij op tellen.
We kijken het nog maar even aan. Intussen ga ik brood bakken, het worden
weer bakstenen, maar deze keer wel smakelijke. Ter compensatie bak ik dan
ook maar meteen een serie erg goed gelukte koekjes. 's Nachts heeft Roderick
weer heel hoge koorts, hij drijft zijn bed uit. Ik maak me nu echt ongerust. Het is
ook zo moeilijk te beslissen wat te doen. Het is intussen ook weer hard gaan
waaien, dus ik ga er vannacht uit om de boel in de gaten te houden. Er zijn een
paar nieuwkomers vlak bij ons komen liggen, die gemakshalve ook geen
verlichting voeren. Met een zaklantaarn gewapend zit ik een poosje buiten om te
controleren of de schepen elkaar niet raken, wanneer we om het anker draaien.
Verder lees ik nog eens goed het geneeskundig handboek voor de scheepvaart
door. Daar word je ook niet blijer van. Vervolgens pak ik de bijsluiters van de
aanbevolen middelen erbij. Nou wat je nog niet mankeert, krijg je dan nog wel
als je deze middelen gaat gebruiken. Wat ik moet doen, weet ik nog niet, maar in
ieder geval gaan we niet weg, dat is voor Roderick veel te vermoeiend.
Donderdag, 22 december 2011, Westelijk Cayos Limones, Tiladup.
We hebben niet veel geslapen, buiten was het rustig, maar binnen heerste de
onrust. De koorts is nog steeds hoog, maar hij kijkt wat beter uit zijn ogen. Hij
wil zelfs weer wat eten. Pannekoeken had hij in gedachten. Okay, pannekoeken
gaan het worden. Hij begint aan zijn eerste pannekoek, terwijl ik enthousiast de
2e sta te bakken en wordt hij me daar toch misselijk. Ontbijt afgeblazen, hij
weer terug in bed. Eerlijk gezegd, krijg ik er de zenuwen van, want de koorts
blijft hoog. Van ellende ga ik maar de achterhutten leeg halen. Door de
aanhoudende vochtigheid van de afgelopen tijd, begint de schimmel weer de kop
op te steken. Alles naar buiten in het zonnetje. Vervolgens maak ik een lekker
bedje voor Roderick in de kuip, dan kan ons bed even luchten en drogen. Maar
ook dat is geen succes, het is onderhand al weer te heet. Eindelijk in de late
namiddag gaat de koorts wat afnemen. Gelukkig.
Hij komt toch even lekker in de buitenlucht liggen. Hondsmoe, maar dat is niet
verwonderlijk. Er komen nog een paar mensen met de rubberboot voorbij om te
vragen hoe het met Roderick gaat, Sunny en Steven van de Seascape uit British
Columbia. Ik vraag of ze even aan boord komen, want zij zijn net vanaf de
andere kant door het Panamakanaal gekomen en hebben heel veel informatie
voor ons. Zo hadden we gezellig even wat afleiding.
Vrijdag, 23 december 2011, Westelijk Cayos Limones, Tiladup.
Vannacht was het weer goed mis met Roderick. Hij ligt te kreunen en voelt zich
hondsberoerd, maar er zijn nog steeds geen duidelijke symptomen van wat dan
ook. Vanochtend leek hij wat koeler, maar hij ligt dan ook in zijn nakie in de wind
onder het open luik, dus toen ik de koorts opnam, had hij nog steeds 39.8C. Ik
maak me hartstikke bezorgd. Hij blijft de hele dag echt ziek, hij kan geen pap
meer zeggen. Dan hak ik de knoop door: we starten met een antibiotica kuur.
Kijken wat er gebeurt. Nou voorlopig niets, hij blijft hondsziek en hoge koorts
houden, het water straalt van hem af. Nu moeten we gaan oppassen! Ik laat de
dinghy te water en ga bij Yoki, de duitser, die hier alles organiseert, eens vragen
of hij weet of er misschien een dokter is onder de bezoekende schepen. Nee niet
dat hij weet, de dichtsbijzijnde dokter zit op de Carti eilanden. We spreken een
en ander door, hij vraagt of het geen Dengue, knokkelkoorts, kan zijn. Tja, daar
heb ik ook al aan gedacht, maar dat heeft volgens mij duidelijker symptomen,
maar bij Dengue mag Roderick juist geen anti bioticakuur, want dat werkt
averechts. Ook dat houden we in gedachten, de kuur is nu gestart, dus morgen
moet er in ieder geval verbetering in komen, als het aanslaat. Voor nood heb ik
zijn telefoonnummer en mag ik hem bellen, dan regelt hij snel vervoer met een
launchboat, een snelle watertaxi. Hij kent hier iedereen en spreekt goed Spaans.
Dat geeft een beetje gemoedsrust. Dan ga ik terug naar ons schip, maar passeer
onderweg de Pacifica, die hebben we in Aruba ontmoet. Ik ga ze even snel
begroeten, leg de rubberboot langszij en sta op om Alex een hand te geven.
Door de golven deint de rubberboot natuurlijk op en neer en je zal het niet
geloven, ik blijf met mijn oor aan een vishaakje hangen, dat boven mij hangt. De
haak zit echt diep door mijn oor, de lijn er nog aan. Paniek. Alex roept in het
russisch tegen zijn mexicaanse vriendin, dat ze een tang moet halen. Dan knipt
hij de weerhaak eraf en haalt de haak door mijn oor heen. Bloeden! Overal drupt
bloed. Direct een fles ontsmettende alcohol erbij gehaald om de boel te
ontsmetten. Ze vinden het zo erg! Maar zij kunnen er ook niets aan doen.
Ze nodigen me aan boord, maar nee, ik wil naar mijn zieke man. Zij heeft net
soep gekookt van een zelfgevangen vis. Wil ik dan geen soep? Ja hoor, maar dan
neem ik het wel mee, misschien kan Roderick er ook wat van eten. Dus na een
kwartiertje kom ik weer terug, helemaal onder de bloedspetters met een bakje
vissoep. Mijn oor doet behoorlijk zeer, er zit een bloeding in de oorschelp. Verder
valt het allemaal wel mee. De soep was heerlijk! En vanavond begint bij Roderick
de koorts te zakken, hopen dat het zo door blijft gaan.
Zaterdag, 24 december 2011, Westelijke Cayos Limones, Tiladup.
Het begin is er, de koorts is gezakt tot 38,6 C. Nog steeds te veel. Roderick is
uitgeteld. Meerendeels van de dag brengt hij op bed door, in de wind onder het
open luik. Dan komt Yogi langszij, het Kerstbuffet, waarvoor wij ons hadden
opgegeven is in plaats van morgen vanavond. Een misverstand met de Kuna's
die het moeten bereiden. Die zijn vanochtend vroeg al druk aan het koken en
vuurtjes stoken geslagen. Voor ons is dat niet gunstig, maar Roderick wil het
toch graag voor mij proberen, of hij 's avonds nu aan boord buiten zit of op het
eiland. Het is hier 's avonds nog 28 graden. Dus om 17.00 uur gaan we naar de
kant. Daar installeer ik Roderick op een bankje en meng me onder de andere
cruisers. We zijn met zo'n 20 man. Ik vertel dat Roderick ziek is, iedereen vindt
hem zielig en laat hem met rust. Met een koortshoofd is het ook niet
gemakkelijk om in alle talen te converseren. We hebben 25 dollar per persoon
betaald, benieuwd wat we krijgen. Nou dat was niet mis. Er lag een heel
opengevouwen varken boven een houtsvuur, in het donker snijden ze daar met
machetes plakken af, het licht wat je hier op de foto ziet is afkomstig van mijn
flitser. Alle drank was vrij. Voor Roderick 2 cola, daar kwamen ze goed mee weg.

Verder schalen met kalkoen, langoustines, gefrituurde stukjes Pulpo (inktvis),
gekruide Conchslakkenragout, uiteraard een grote schaal varkensvlees,
aardappelsalade, vissalade, verse ananas, papaya en meloen. Begeleid door
flessen gekoelde Lambrusco zoveel als je maar wilde. En het smaakte allemaal
heerlijk, Roderick heeft er ook van meegegeten. Blij dat we gegaan zijn.



Het was wel het eerste kerstdiner wat we met onze vingers gegeten hebben. Als
dessert kwamen ze met grote flessen rum langs, die in waterglazen geschonken
werd. Na het eten zijn wij direct terug aan boord gegaan. Ieder uur werden er
een paar vuurpijlen afgeschoten en om 0.00 uur werd Navidad ingeluid middels
alle overige vuurwerk. Konden we mooi uit ons slaapkamerraampje zien.
1e en 2e kerstdag 2011, Westelijke Cayos Limones, Tiladup.

De fut is er volledig uit bij Roderick, maar de koorts zakt steeds verder. Eigenlijk
hebben we geen idee, wat hem nu mankeert. We houden het rustig. Het is
meerendeels droog en zonnig, maar er staat heel veel wind, waardoor de zee
ook onrustig is. Snorkelen of een beetje touren met de rubberboot zit er dus
sowieso niet in, dus we missen niets met nietsdoen.
Natuurlijk hebben ook wij een feestelijk kerstontbijt op het traditionele
kerstkleed van Opa Jan met nu de beeldjes van Ivar en Mirella erbij.

En zowaar een keer eetbare broodjes gebakken! En erwtensoep met een
tropische touch, met Cristophene in plaats van knolselderie, maar met een
Hollandse rookworst uit Curacao. Ook heerlijk bij 32 graden.
Dinsdag, 27 december 2011 gaan we proberen naar Porvenir te varen. Onze
vergunning om in de San Blas rond te varen is bijna verlopen en anders moeten
we opnieuw betalen, terwijl we nu toch echt richting Panamakanaal moeten.
Uiteindelijk zijn we toch niet vertrokken, Roderick is nog erg moe en er staat
behoorlijk veel wind en de golven buiten het rif zijn zo'n 3 meter. In plaats
daarvan ben ik met 2 Duitse dames, Brigitte van de Liesbeth en Susi van de
Anaspasia mee gegaan inkopen doen. Waar? Tja, dat weten we ook niet, maar
we gaan eerst met de boot en daar staat een auto te wachten, die brengt ons
naar een supermarkt. Okay, lijkt me leuk. Om half negen worden we afgehaald
met de launchboat, een platte, open watertaxi met een grote buitenboord
motor. Vol gas sjeesen we over zee naar het vaste land. Eerst zetten we nog 2

andere mensen op de Carti eilanden af, daarna gaan wij weer door. In totaal een
dik uur hard varen, eenmaal in de buurt van de kust, moeten zij ook tussen de
buitenriffen en boomstronken doorscharrelen. Daarna de rivier de Carti op.
Beeldschoon! Jullie zullen het niet geloven, ik had mijn fototoestel niet
meegenomen, tenslotte gingen we naar de supermarkt. Eenmaal op vaste grond
kwam direct al weer een Kuna toegang heffen om daar aan land te gaan.
Weliswaar 1 dollar per persoon, maar toch. Daarna in een four wheel drive met
chauffeur verder. Een smalle weg door de jungle, slinger slanger door de bergen,
langs de toppen van het regenwoud, adelaars vlak boven ons, schitterend. En
steil naar boven en beneden, oef! Heel gaaf, 2 uur lang! Toen we dus bij de
supermarkt aankwamen, waren we dus in Panamacity aangeland. Daar hebben
we voor Brigitte getracht geld te pinnen, die kreeg dezelfde melding als Roderick,
ik vreesde dus voor haar het ergste. We hebben wel 10 verschillende
pinautomaten en banken geprobeerd, ze werd natuurlijk steeds nerveuzer en
toen ging het helemaal mis. Ze heeft nu 2 geblokkeerde pinpassen en geen geld.
Daarna in een echte supermarkt boodschappen gedaan. Wat een luxe! En dan
weer 4,5 uur terug met de auto en de boot. We betraden weer opnieuw Kuna
land, weer 6 dollar.Verder zijn we smerig afgezet door de chauffeur, we moesten
ineens bijna het dubbele betalen, 65 dollar per persoon en dan ook nog eens 30
dollar p.p voor de boot, maar we hebben een fantastische dag gehad, de
natuur in Panama is schitterend, trouwens ook nog een kleine luiaard gezien in
de bomen. En nu hebben we weer wat knabbels en ander lekkers voor de laatste
dagen van het jaar.
Woensdag, 28 december 2011. We stellen het vertrek nog een dagje extra uit,
het waait hard, de golven zijn hoog en Roderick is bekaf.
Donderdag, 29 december 2011. Porvenir en Bahia de Nombre de Dios.
Direct bij zonsopgang klaarmaken voor vertrek, 1e stop de autoriteiten in
Porvenir, om uit te klaren. We varen voorzichtig tussen de riffen weg, Porvenir is
het laatste eiland van de Comarca Kuna Yala en daar moeten we ons officieel
afmelden enzovoort. Na een uurtje varen we al tussen de riffen voor Porvenir.
Overal waar je golven ziet zit er een rif onder water. Met Kerst is er ook weer
een schip op een rif gelopen. Een mooi, goed onderhouden kajuitjacht. Als je
daar eenmaal ligt is er niets meer aan te doen. Daar wordt je toch wel heel stil
van.

De ruimte om te ankeren is heel beperkt. We hebben wat problemen met de
ankerlier en we moeten 4 keer overnieuw ankerop en weer laten zakken. In de
tussentijd goed opletten dat we niet te dicht bij het rif achter, naast of voor je
terecht komt. Roderick is uitgevloerd, dus ga ik met de rubberboot met de
papieren naar de autoriteiten. En ja hoor, direct rinkelt alweer de kassa. 24
dollar betalen voor het betreden van het eiland. Ja maar ik kom niet aan, ik
vertrek en ik ben verplicht hier mijn papieren te laten stempelen. Maar ja, zo zijn
de regels die het Congreso uitgevaardigd heeft. Dan naar de immigratie. Ja u
heeft nu een cruising permit voor Panama nodig, kosten 193 dollar, maar wel
het hele jaar geldig en een papier dat u Kunu Yala verlaat, ook weer 19,50. Ik
krijg er zolangzamerhand een sik van. Na anderhalf uur sta ik weer buiten, dan
moeten we nog de rubberboot aan dek takelen en vastsjorren en dan kunnen we
eindelijk verder. We varen een stuk terug, zodat we verder buitenom over zee
kunnen varen. We hebben een superzeildag. De hele tijd varen we met 6,5
knopen, wel flinke golven, maar echt heerlijk. Alleen hebben we al te veel tijd
verdaan met de autoriteiten, dus de baai waar wij naar toe wilden, is niet meer
haalbaar voor het donker wordt. We besluiten om 10 Nmijl eerder te stoppen, in
de Bahia de Nombre de Dios. Alleen voor de naam zou je daar al een nachtje
willen liggen, de baai van de Naam van God. Net voor donker laten we hier het
anker zakken. We liggen hier helemaal alleen, niet mijn favoriete keuze, maar
een andere mogelijkheid is er niet. Over het cruisers radionet hoorden we dat er
van de week een zeilboot overvallen is in Nargana, 2 dagen nadat wij er lagen.
Er lagen trouwens andere boten om heen. Niet leuk om te horen, maar ook niet
altijd te vermijden. Hetzelfde geldt voor de op de riffen gestrande schepen.
Hopenlijk overkomt het ons niet, in ieder geval passen we goed op.
Vrijdag, 30 december 2011, van Bahia de Nombre de Dios naar Portobelo,
09.33'N, 079.39'W
We hebben vannacht geen oog dichtgedaan, we lagen continue zwaar heen en
weer te rollen, door de deining die in de baai naar binnen liep. Een stikdonkere
nacht, geen hand voor ogen te zien. Direct met het krieken van de dag er weer
vandoor. De zee opvaren door de hoge golven was pittig, maar verder weer een
plezierige zeiltocht. De kust van Panama is schitterend, veel hoge bergen en
overal prachtig groen. Palmen in alle soorten en maten, mangroven, loofbomen,
heel hoge rietgrassen. Alleen niet te fotograferen, omdat wij langs de noordkant
varen en dus altijd tegen de zon inkijken.

We hoeven nu maar 20 Nmijl en om11.00 uur varen we de beeldschone baai van
Portobelo in. De originele Spaanse naam was Puerto Bello, mooie haven.
Nu nog een mooi plekje zoeken om te ankeren, het ligt hier goed vol met
zeilboten. La Luna ligt er ook. Gezellig. De rest van de dag doen we niet veel
meer, Roderick moet nog steeds uit de zon blijven, die ligt binnen wat te
soezen, ik ga met de dinghy een rondje om. Het zier er erg leuk uit. Ruines en
resten van 4 Spaanse kastelen, groene heuvels, gewone huizen en fantastisch
beschilderde autobussen. Etienne komt even gezellig bijpraten.

31 december 2011, Portobelo, Panama.
Op het cruisersnet melden wij ons aan, vertellen dat wij hier nu ook liggen en
stellen de vraag, waar we water kunnen tanken. Onze watermaker heeft een
serieus probleem, er is iets geploft en nu lekt hij en maakt geen water meer.
Natuurlijk hebben we wel garantie, maar er zit in dit gedeelte van de wereld
geen dealer. We hebben het tijdelijk naast ons neergelegd, omdat Roderick zo
ziek was en in het Kuna gebied kun je toch niets regelen. Dit wordt een klus voor
in Colon of Panamacity. Het water raakte op, maar we kregen direct van Laelia
het aanbod om 20 liter bij hen op te komen halen. Afwassen in zeewater,
regenwater opvangen. We hebben ook nog 20 liter in flessen mineraalwater,
maar daar zijn we heel zuinig mee. Op hetzelfde radionet hoorden we dat er een
Oudejaarsfeest georganiseerd wordt in Captain Jack's establishment, daar
hebben we wel zin in. We gaan eerst maar eens een kijkje nemen, hoe dat er uit
ziet. Uiteraard met de dinghy naar de kant, we zijn weer zeiknat, want we
hebben wind en golven tegen. Bij de aanlegsteiger verdringen de jongetjes zich
om het touwtje aan te nemen en op onze dinghy te passen, in de hoop daarmee
een zakcentje te verdienen. We wandelen eerst het stadje door, dat ziet er leuk
uit, kleurige huizen met veranda's, bijna allemaal een grote schotelantenne op
het dak, mensen begroeten ons vriendelijk, pleintjes, wat restaurantjes, een
grote kerk en wel 4 supermarktjes. De kerk is bekend vanwege zijn Zwarte
Jesus Christus. Van binnen heel eenvoudig, veel hout, maar een heel speciale
sfeer. Ook hier weer mensen die zich tot het beeld wenden om hulp, huilend,
vertwijfeld, blij en dankbaar. Ik vind dat toch altijd weer heel indrukwekkend.


Daarna naar Captain Jacks, dat ziet er erg gezellig uit, gaan we doen. Even later
komt Captain Jack zelf kennismaken en stelt zich voor als Captain Jack, waarop
Roderick direct reageert met:"ik ben Captain Roderick". We zijn daar gezellig
blijven praten en hebben direct voor het diner en de avond gereserveerd.
Het is een herberg voor backpackers, een plaats waar cruisers zoals wij naar toe
komen, je kunt er Internetten, informatie uitwisselen, een drankje drinken met
gelijkgestemden, mooi uitzicht op de stad en de baai, kolibri's vliegen om ons
heen, een gekko zit op de suikerpot.


Daarna onze volgende opdracht, een jerrycan benzine zien te kopen. Dat is niet
zo moeilijk, je gaat naar het huis schuin tegenover de Panaderia, daar zitten
mensen buiten op de veranda en daar vraag je om benzine. Dat werkt dus. Er
hangt mooie kerstversiering, een baby speelt op de grond, moeder haalt van
achter een waterfles gevuld met benzine en vader is intussen bezig als kapper.

Daarna een groter project, een tappunt voor drinkwater zien te vinden. Bij het
"towndock" staat inderdaad een kraantje op een plastic buisje. Okay, tijd om de
jerrycans en flessen van boord te halen om ze hier te vullen. Het waait flink, er
vliegt direct een lege waterfles overboord, waar Roderick achterheen moet. Dan
de hele handel aan boord sjouwen en via een trechter met een stuk dubbel
gevouwen muggengordijn als zeef in de tanks schenken. Roderick staat langszij
in de dinghy om de trechter vast te houden, alles wat je even loslaat waait direct
het water in. Zelfs de straal water uit de jerrycan waait weg, die moet je dus 10
cm verderop uitmikken. Maar in ieder geval hebben we weer een volle tank.
Dan gaat Roderick naar bed en ik lekker buiten liggen lezen, tenslotte wordt het
nog een lange avond. Om half zes gaan we weer naar de wal, eerst het schip
extra goed afgesloten, dan de dinghy met veel zorg vastgelegd aan de wal. Dat
is altijd onprettig als je zolang wegblijft in het donker. Bij Captain Jack's hebben
we met een 16 zeilers een verrukkelijke steak New York gegeten, een aantal
ging daarna naar huis, Etienne en Denise en wij bleven en daar kwamen in de
loop van de avond weer andere mensen bij. Met een zeer internationaal
gezelschap hebben we het Nieuwejaar ingeluid. 2 Argentijnen, 4 Duitsers, 3
Zweden, 1 Oostenrijker, 2 Panamezen, 1 Zuid Afrikaanse, 1 Amerikaan, 1
Colombiaanse, 4 Ieren, 2 Engelsen en 4 Hollanders.


Captain Jack pakte zijn gitaar en begon vol vuur "Sitting on the dock of the bay"
te zingen. Nou ik meteen meegalmen natuurlijk, daarna werd de gitaar door
gegeven aan de Ieren, nou er is geen Ier die niet zingen kan, dus daar werd een
puik stuk muziek ten beste gegeven. Daarna ging hij verder van hand tot hand.
Halverwege de avond viel de electriciteit uit, de hele stad zonder licht. Wij
hebben heerlijk doorgehaald bij kaarslicht en toortsen, boven op onze berg met
alleen verlichting van af en toe wat vuurpijlen.


Om twaalf uur iedereen zoenen en dan door de stikdonkere straatjes zonder
verlichting, met alleen onze zaklantaarntjes, terug naar onze dinghy. Dat vond ik
persoonlijk het minst geslaagd, langs afbraakhuizen, op de bankjes zaten
mensen, die we niet konden zien, iedereen heeft al behoorlijk wat gedronken.
Maar we hadden geen enkel probleem, al roepend Feliz Ano, stapten we door de
nacht samen met Etienne en Denise. Dan nog de hele baai over naar de Happy
Bird. We hebben een top avond gehad. Morgen gaan we terug voor Internet, hier
gaan we door met reizen 2012.