

Hallo familie, vrienden en bekenden,
Voor ieder, die het leuk vindt om onze belevenissen tijdens
onze vakantie te volgen, wie niet geïnteresseerd is gooit dit
maar bij het oud papier!
Ineens hebben we zomaar een aantal vakantiedagen, dinsdag
besloten we dat we op vakantie konden, donderdag
25 augustus voor het laatst gewerkt en donderdag
8 september willen we weer terug zijn.
Natuurlijk hebben we ons de laatste dagen suf gewerkt
om alles netjes achter te laten, we zijn dan ook goed moe.
Daarom besluiten we om donderdagavond thuis te blijven,
kunnen we ook nog een was draaien, de laatste spullen
uitzoeken etc. We willen een overtocht naar Engeland maken,
naar Lowestoft om precies te zijn. De nacht van donderdag
op vrijdag ging niet geheel volgens planning, tot 3 keer toe
ging het brandalarm van de Bioscoop af en moest Roderick
er naar toe, loos alarm dat wel, maar dat weet je nooit zeker.
We hebben hier nog nooit eerder problemen mee gehad.
Doodmoe vertrekken we vrijdag naar de boot.
We maken de boot zeeklaar en houden het verder voor gezien.

Zaterdag varen we af naar Den Helder, vandaar willen wij
vertrekken. Lelystad naar Den Helder is zo´n 10 uur varen.
Een heel fijne zeildag gehad, het was erg druk op het
IJsselmeer, want de 24 uur van Medemblik was bezig,
er deden hier 650 zeilboten aan mee. Al deze boten geef je
dus voorrang, want die doen mee aan een race.
Lastig hoor! Tegen 18.00 uur kwamen we in de sluis van
Den Oever, vandaar moet je nog 2 uur over de Waddenzee
om naar Den Helder te komen. Wind pal tegen, dus op de motor.
Om 20.15 uur kwamen we aan in de Marine jachtclub.
Daar hebben we meteen Anita en Rolf, mijn zuster en zwager
uit Duitsland, gebeld, die waren net een dag ervoor in hun huis
in Julianadorp gearriveerd. Die kwamen meteen een glaasje
drinken om ons te begroeten. Dat we naar Den Helder varen
vinden ze heel leuk en goed van ons, dat we naar Engeland
willen, daar zijn ze niet zo van gecharmeerd.
Zondag komen Fred en Henny, samen met Anita en Rolf ook
nog gedag zeggen. Gezellig! De wind neemt steeds meer toe,
op dit moment 6 Beaufort, recht tegen voor onze trip.
We wachten nog een dagje.
Sonja, Sylvia en kleine Cristo komen ook nog even gedag zeggen.
Zo hebben we bijna de hele familie gehad.
Zo zien we nog eens iemand. In de jachthaven van Den Helder
liggen is trouwens geen straf, er is heel veel te zien.
Het water is heel helder, grote vissen springen ´s nachts uit
het water, bij laag water kun je krabben langs de damwanden
zien rennen, zee anemonen, kleine visjes enz., een paar keer
kwam een grote kwal voorbij zwemmen.
Verder ligt de haven van de marine er direct naast,
als die grote schepen uitvaren is dat een heel spektakel,
de haven wordt afgesloten, overal cirkelen patrouilleboten,
een nietsvermoedende zeilboot werd opgebracht en
gedwongen verder te varen.
Reddingsboten hielden oefeningen, echt gaaf allemaal.
De trip naar Lowestoft is 121 Nautische mijl,
een mijl is 1,851 kilometer. Een zeilschip gaat gemiddeld
zo´n 5 Nm per uur, dus dat is ongeveer 24 uur doorvaren.
Een dag en een nacht dus.
Nu staat de wind pal tegen, en dat is iets wat met een
zeilboot problemen geeft, we kunnen veel, maar niet tegen
de wind in. We moeten dus opkruisen, daardoor wordt de
tocht 38 uur varen. Daarom wijzigen wij onze vertrektijd om
zoveel mogelijk tijd overdag te varen. We vertrekken in de
nacht van maandag op dinsdag, 3.00 uur opstaan, 4.00 uur
vertrek uit Den Helder. Het is echt stikdonker, geen maan,
we vragen aan het Trafficcontrol Den Helder toestemming
om de haven uit te varen, deze waarschuwt ons nog voor 2
vrachtschepen, die wij tegenkomen in het Marsdiep en wenst
ons goede vaart. Om de kop van Noord Holland varen we via
het Marsdiep en het Schulpengat de Noordzee op. In het
donker zoek je dan je weg tussen de boeien, deze tonen
allemaal een verschillend lichtkarakter, dus goed opletten dat
je de juiste eruit pikt. Allemaal gelukt dus. Om halfzeven
wordt het licht, dan wordt het varen een stuk makkelijker.
De wind draait oostelijk, dus onze hele uitgezette koers
kunnen we weggooien en opnieuw aan het rekenen.
De temperatuur is heel aangenaam. Vanaf de TX1 gaat de
overtocht echt beginnen, koers Engeland.

Het gaat allemaal fantastisch, we zijn in onze nopjes, een
lekkere kop koffie en een broodje, lekker zonnetje, alleen
wat weinig wind. Dus het schiet niet zo erg op.
Een lege zee, plotseling uit het niets komt een groot zeeschip,
okay zo gaat dat dus.
We hebben de marifoon continue stand-by op kanaal 16, dan
kun je alle oproepen van het zeegaande verkeer volgen en
weet je een beetje wat er staat te gebeuren. We horen een
noodoproep voor de kustwacht, er staat een zeiljacht in brand,
verder een noodoproep voor een zwemmer, die in een visnet
vastzit en het water komt al tot borsthoogte. Verder allerhande
scheepsberichten. Verder vangen we nog de vertwijfelde
oproep op van “All fishermen are idiots” Uiteindelijk komen
we bij de Shippinglane, dit vinden we best wel spannend.
Een Shippinglane is in feite een grote voorrangsweg voor
zeeschepen, heel druk, iedereen heeft voorrang en je mag
alleen loodrecht oversteken, okay, dat gaan we dus doen.
5 minuten later zitten we in potdichte mist, dit is niet echt leuk.
Roderick zit met zijn neus op het radarscherm en ik houd het
roer. We zetten ook onze nieuw geïnstalleerde misthoorn aan,
die iedere minuut een enorm hard signaal geeft.
Aangezien we gefixeerd zijn op het geluid van de misthoorn
van andere schepen, springen we de eerste paar keer van
schrik op, als onze eigen hoorn begint te loeien.
Je kunt echt geen 10 meter vooruit zien, achteruit ook
niet trouwens.
Spannend en vermoeiend, maar we hebben het er erg goed
vanaf gebracht, we zijn trots op onszelf.

Hierna, midden op de Noordzee, stralend zonnetje,
volkomen lege zee, uren geen schip te zien, heerlijk lui
in de kuip gelegen om weer een beetje bij te tanken,
daarna gaat Roderick een paar uurtjes naar bed.
Echt alleen op de wereld. Het bevalt me wel. We zeilen uren
en uren, eten wat, lezen wat en doen rustig aan,
tenslotte moeten we de nacht nog door,
en wat voor een nacht!
We zeilen nog uren, we hebben zo min mogelijk apparatuur
aan, zodat we in de nacht genoeg power overhebben om op
onze electronische kaarten te varen.
We zetten de motor bij om genoeg stroom op de accu´s te
hebben. Over de marifoon horen we voortdurend een
“pan pan oproep”, dit is een noodoproep, dat een mens
levensgevaarlijk in nood is. De oproep is in het Frans, gericht
aan alle schepen en degene die oproept klinkt diepbedroefd.
Hij blijft maar noodoproepen uitzenden. Het blijkt dat er
een surfer vermist wordt, en iedereen wordt gevraagd naar
hem uit te kijken. Je wordt er stil van.
Dan wordt het echt donker, geen maan, veel meer wind,
hogere golven en stroom van de andere kant, dus we liggen
behoorlijk te stampen. We worden van links naar rechts
gegooid. En toen viel alle electriciteit uit!
Onze kaartplotters, onze stuurautomaat, de GPS, het licht in
het kompas, alleen de marifoon kunnen we nog uitluisteren.
Kort samengevat, vanaf dit moment, 21.00 uur ´s avonds
moeten we handmatig sturen, bij ieder golf wordt je opzij
gezet en moet je onmiddellijk tegensturen, verder komt de
wind in vlagen van verschillende kanten, en ook de ebstroom
speelt nog mee. Je moet je suf sturen. De kompas verlichting
doet het ook niet, de snelheidsmeter is natuurlijk ook uit.
Hier worden we even een beetje misselijk van. Maar we
moeten verder. Roderick gaat kijken of hij kan vinden wat er
aan de hand is, ik stuur verder in de nacht. Ik neem een
paar sterren en probeer daar de koers op te houden, met
de zaklantaarn kunnen we deze op het kompas verifiëren.
Eigenlijk gaat dat heel goed, alleen doodvermoeiend.
We wisselen elkaar af en het went al. De storing is niet op
te lossen. Het roer kun je geen seconde loslaten.
Volgend probleem, ik moet heel nodig plassen, even wachten
tot Roderick kan overnemen, het is dus stikdonker en
onderhand koud. Snel naar binnen in een stampend en
bokkend slingerend schip. Zwemvest uit, harnas met
lijflijnen af, zeiljack uit, zeilbroek met schouderbanden
en bovenstuk uit, spijkerbroek afstropen, je voortdurend
schrap zetten in het stik donker…. Te laat!
Nieuwe kleren bij elkaar zoeken in het donker, wel een
zaklantaarn, maar je moet je met een hand vasthouden
met de andere de kleren uit de kast trekken, je kunt ook
de zaklantaarn niet in je mond houden, dan schiet die in
je strot. De hele handel weer aanwurmen en dan gaan we
weer verder. Er valt geen onvertogen woord, we slaan ons
er heel goed door heen. We hebben nog 1 kleine nood GPS
daarmee kunnen we ieder uur een positie op de kaart zetten,
en we gaan stug door. Nog 5 uur te gaan voordat het licht
wordt. De motor laten we meelopen, want we zijn als de
dood dat de startaccu straks ook niet meer wil, dan hebben
we echt een probleem. De wind en de golven worden een
stuk ruiger, we moeten er echt hard voor werken. We gaan
nog steeds richting Lowestoft
Dan om 3 uur ´s nachts wordt het echt vervelend. Omdat
we onze snelheid niet kunnen controleren en maar af en toe
een peiling kunnen nemen, moeten we zo goed mogelijk
op koers blijven.
We hebben pech, we zien een booreiland en willen daar ruim
om heen varen, we worden opgeroepen per marifoon,
maar kunnen niet antwoorden, omdat de stroom op is.
Wat willen ze van ons; ze roepen ons weer op, maar omdat
we niet reageren op de oproep, komt er een boot op ons af.
We besluiten duidelijk onze koers te verleggen, maar ze
vinden het nog niet goed, we gaan de hele andere kant op
en dan laten ze ons verder met rust. Door de wind en
de stroming worden we weer weggezet die kant op,
prompt begint de marifoon ons schip weer op te roepen,
we moeten dus weer maken dat we wegkomen, en wel
met volle snelheid in het pikdonker.
Eerst maar eens wegwezen, dan komen er van 2 kanten
grote zeeschepen op ons af, we kunnen niet naar het
boorplatform, dus maar 2 rondjes de andere kant op.
We worden van alle kanten opgeroepen, want iedereen
vindt het verdacht, een klein scheepje midden in de nacht,
dat in wezen rondjes vaart. We zijn onze oriëntatie aardig
kwijt en vinden het nu echt niet leuk meer. Wat blijkt de
volgende dag: er werd een boorplatform versleept, door
een aantal sleepboten met kabels van zo´n anderhalve mijl
lang, daar mochten wij dus niet tussen komen, vandaar.
We varen een enorm eind uit de buurt om er omheen te
komen, de wind wordt steeds sterker, de golven hoger,
de ebstroom tegen, het sturen steeds lastiger.
Er komen van alle kanten grote zeeschepen op ons af,
dus we moeten voortdurend maken dat we weg komen.
Dit was absoluut een minder plezierig gedeelte van de reis.
En dan:” Het daget in het Oosten!” Als het licht is, ziet het
leven en de wereld er beslist weer zonniger uit. We zitten
nog steeds midden op zee, de golven hebben echte rollers
van zo’n meter hoog en soms klimmen 3 golven boven op
elkaar. Je probeert dan met het schip van golf op golf te
klimmen en daarna surf je eraf. Dat is zo spectaculair, dat
je niet eens tijd hebt om bang te zijn. We varen nu nog 4
uur volle snelheid voor we de aanloopton naar Lowestoft
bereiken, daarna moeten we nog 2 uur heel goed opletten
om via de juiste tonnen de route om de zandbanken te
volgen. Om 11 uur komen we in Lowestoft aan. Dat hebben
we toch mooi gefixed!

We doen ons verhaal bij de havenmeester, echt een
flegmatieke Engelsman, die zegt ga eerst maar eens
ontbijten en slapen, de rest komt wel. Dat doen we dus.
De volgende dag laten we een monteur van Volvo komen
om te kijken, waarom de accu’s niet geladen worden.
De Alternator, een soort dynamo is stuk. Deze moet
vervangen worden, de nieuwe kunnen ze vrijdag leveren.
Okay dan. Wij gaan Lowestoft bekijken.

Fish and chips eten, de fish was overheerlijk, de chips zijn
eenmaal gefrituurde slappe frites. Een koud glas Guiness
drinken op de pier aan zee. Leuk hoor, het lijkt wel vakantie.
De pier grenst direct aan de haven.
De Royal Norfolk and Suffolk Yachtclub.
Verschil moet er wezen.!

Vrijdagochtend komt de monteur met de nieuwe alternator,
die wordt getest en in orde bevonden, de accu,s laden weer
mooi bij. 500 Engelse Ponden lichter vertrekken we om
3 uur ’s middags met een stralend zonnetje voor de terugreis.
We testen de apparatuur, de accu’s enz. Alles prima,

heerlijk zeilweer, op naar Holland.
De eerste Shippinglane is beredruk, de radar bewijst goede
dienst. Die kan namelijk berekenen of je op aanvaringskoers
ligt, die meet de snelheid en koers van alle opgevraagde
objecten. Lekker verder. Alles gaat echt super.
Tot de nacht, ineens gebeurt er hetzelfde als op de heenweg.
In no time alle spanning weg.
Het is 2 uur in de nacht, wederom midden op de Noordzee
en weer geen electriciteit meer. We snappen er helemaal
niets van en kunnen het eigenlijk niet geloven dat het
weer gebeurt. De nacht is stikdonker, zonder sterren, de
wind komt weer extra opzetten, het lijkt wel een deja vu.
We gaan met zo’n 7 knopen snelheid door de nacht, niet leuk
dus. We moeten nu ook weer voortdurend sturen, en hebben
gewoon spierpijn in onze benen van het schrap zetten tegen
het slingeren van het schip. Om een lang verhaal kort te
maken, ook deze keer hebben we ons uitstekend staande
gehouden, maar nu zijn we extra bekaf, want we waren nog
moe.
Als het licht wordt, proberen we koers te zetten naar
IJmuiden, maar het is oostenwind, ongeveer 5 of 6 Beaufort,
de golven zijn zo’n 3 meter hoog, voornamelijk deining, met
af en toe een flinke roller. We varen full power met motor en
zeilen, maar na 3 uur zijn we nog niets opgeschoten,
de stroming en de golven zetten ons steeds terug.
We verleggen de koers richting Scheveningen, daar komen
we in de velden olieboortorens terecht en om daaruit te
komen, moeten we weer recht de zee in. De enige gunstige
koers is richting Engeland. We varen nu al 24 uur en zijn
nog steeds uren verwijderd van de Nederlandse kust.
Omdat de wind wat afneemt en ook de golven, gaan we
toch weer op IJmuiden aan, straks krijgen we ook nog
het voordeel van de vloed. Om half acht ‘s avonds komen
we bij de Seaport Marina aan.
Daar is nog de laatste dag van de Hiswa, de haven is mudvol,
iedereen is aan het feestvieren, aan het crossen met jet-ski’s
en rubberboten. Dit wordt helemaal niets.
Shit, shit, shit. We gaan door naar Amsterdam.
Nu voelen we ons pas echt moe, maar niet zeuren, eerst de
sluis door. In het Noordzee kanaal mag je nergens afmeren,
een zijstuk of een inham kunnen we niet proberen,
want we hebben nog steeds geen navigatie apparatuur,
dus ook geen dieptemeter. En aan de grond lopen is nu
niet onze eerste keus. Ik maak onderhand een blik bruine
bonen warm, met gebakken spek en worst. Roderick blijft
aan het roer. We eten buiten in de avondzon, zwanen om
ons heen, lage simpele golfjes, ach we redden het wel.
Zaterdag om kwart over tien ’s avonds komen we aan in de
Sixhaven in Amsterdam. Mudvol zoals altijd.
We krijgen een plekje tegen de meerpalen, dwars voor
alle andere schepen, maar dat kan ons helemaal niets
schelen. Douchen en slapen.
Zondag om half elf vertrekken we weer op weg naar Lelystad.
Het is ongelofelijk druk op het Markermeer. Alles wat kan
varen is op het water, tussen Amsterdam en Marken varen
wel 1000 boten. We moeten zo goed oppassen. Het weer
is heerlijk.
We varen richting Enkhuizen om van daaruit de laatste slag
naar Lelystad te maken.
Ineens begint onze Navtex te ratelen, hiermee kunnen
we scheepvaartberichten, weerberichten en mededelingen
betreffende boeien en lichten ontvangen.
Alle dagen was er geen zinnige mededeling uit te krijgen,
alleen maar sterretjes en andere tekens, net als vloeken in
een stripboek, nu krijgen we meters papier uitgedraaid, met
het weer in Engeland en Nederland en alles wat me maar
moesten weten onderweg. Roderick kan het gewoon niet
geloven. Hij zet de andere apparatuur aan en alles werkt weer.
Te gek voor woorden gewoon.
We varen verder naar Lelystad en meren om 19.30 uur af.
Morgen gaan we naar de dealer, nu willen we alleen nog
maar slapen. Iedereen gemaild dat we er weer zijn en dan
naar bed. Want om met de woorden van Roderick te spreken:
hij kon geen deuk meer in een pakje boter slaan.
Maar kortom, we hebben heel veel geleerd, we hebben
het hartstikke goed gedaan en volgende keer gaan we weer.
Een toast op de goede afloop.
Roderick en Yvonne
September 2005
Naar boven