

Dinsdag 3 mei 2011, voor anker in de baai van Rodney Bay.
Zoals steeds giet het van de regen. Maar nu gaan we gewoon door met wat we
moeten doen. We hebben een druk programma vandaag. Om te beginnen een
lading boodschappen doen met de rubberboot. De rubberboot moeten we
uiteraard eerst leeghozen, dan naar het winkelcentrum, daar sjezen we alle
winkels door, dan terug door de modder met een volle winkelkar, alles weer in
de rubberboot, waar onderhand al bijna 10 cm water in staat. Alle tasjes
regenen ook nog doornat, dan alles weer uitladen, laten drogen en wegbergen.
Onderhand gaat Roderick afrekenen en uitklaren bij de douane van Rodney
Bay. Voor 12 uur moeten we de haven verlaten, anders moeten we weer een
dag betalen. Dus we moeten nog voortmaken. Dan in de stromende regen alle
lijnen losmaken en opruimen en dan gaan we. Het volgende doel is het
fuelstation, daar gaan we de dieseltanks volgooien en omdat we uitgeklaard
zijn, hoeven we geen BTW te betalen, dat scheelt weer. We zijn er weer een
flinke tijd mee bezig en maar regenen! Dan gaan we naar de baai, waar we
vanmiddag nog voor anker gaan en morgenochtend vroeg vertrekken we echt.
We staan allebei buiten, Roderick voorop om het anker te laten zakken en ik
achter het roer. Nat Nat Nat. He, he we liggen. Eerst koffie. Buiten in de baai is
het natuurlijk net zo nat als in de haven, maar hier kun je tenminste nog kijken
naar de grote Fregatvogels die langs duiken en de Jan van Genten. Eind van de
middag wordt het zowaar droog, ik ga gauw nog even snorkelen. Het water is
wat troebel, maar er zijn weer ongelooflijk veel verschillende soorten
gekleurde visjes. Dan verder het schip vaarklaar maken voor morgen.
Saint Vincent
Woensdag, 4 mei 2011, van Rodney Bay naar Wallilaboubay op St Vincent.
13.07N,061.12W
Om 6.00 uur varen we al en raad eens: het is droog! Lekker!
We hebben 10 uur varen voor de boeg, in de vroege morgenuren langs het
eiland St Lucia profiteren we van de landwind, die optreedt omdat het land 's
nachts sneller afkoelt dan het water.
Cruiseschip voor Castries Laatste blik op de Pitons van Saint Lucia

Om 11.00 uur zijn we ter hoogte van de Pitons en valt de wind helemaal weg,
dus gaat de motor aan, nog geen 10 minuten later is de wind van West naar
Oost gedraaid en kunnen we de rest van de tocht alleen op zeil afleggen. We
schieten lekker op en gaan af en toe zelfs 8,5 en 9 knopen over de grond.
Een heerlijke zeiltocht.

Saint Vincent is helaas helemaal in wolken gehuld. We moeten tot voorbij de
helft van het eiland. Intussen worden het nu dikke regenwolken, in de gietende
regen leggen we het laatste stuk af. We willen naar Wallilaboubay om daar een
mooring op te pikken. Direct komt er een hele kudde boatboys om ons heen
zwermen. De een wil vuilnis ophalen, de ander fruit verkopen, weer een ander
heeft kettinkjes en zo, ondertussen zijn we met de andere boatboys bezig om
af te meren. De boeg wordt afgemeerd aan een mooring, aan de achterkant
wordt een lange lijn naar de kant vastgemaakt. Dan peddelt er ook nog een in
een oud bootje, grote gele regenjas aan, die ook nog aanwijzingen begint te
roepen. Met hem blijken we te moeten afrekenen, het geld gaat in een plastic
emmertje. Het is een gekrioel van je welste, we worden er eigenlijk wel zat
van. De mooring is spotgoedkoop 20 ECD, eenzelfde bedrag betalen we aan de
boatboys voor hun hulp.

De baai ziet er wonderschoon uit, hier is een groot deel van de film Pirates of
the Caribbean opgenomen en dat kun je duidelijk herkennen. Hier komen ons
vorige leven in de bioscoop en ons huidige zeilersbestaan bij elkaar, de kring is
rond. Dubbelleuk voor ons dus.

Alleen is het hier behoorlijk crimineel wordt er gezegd, we beginnen dus met
eerst alles wat los aan dek ligt naar binnen te slepen. Hier en daar dan nog wat
extra sloten en dan maar hopen, dat het morgenochtend meevalt. We hebben
pech dat het net nieuwe maan is, het is stikdonker in de baai. Lekker aan
boord gegeten en om 20.00 uur ligt Roderick al te knorren.
Donderdag, 5 mei 2011, Wallilaboubay, St. Vincent.
Alles is dus nog aan boord! Om 7.00 uur lig ik al in het water om de zeebodem
te verkennen. Roderick gaat ons eerst inklaren, de customs (douane) zit hier
in de baai, maar hij moet ook naar Immigration en dat zit een dorp verderop,
om precies te zijn in Barrouallie, dat gewoon wordt uitgesproken als Barrelly.
Ik breng hem roeiend naar de kant en hij gaat lekker wandelen daar naar toe.
Maar eerst gaan we de filmset van Pirates of the Caribbean bekijken.

de handtekeningen van de Crew
Een deel is nog in dezelfde staat, ze hebben een stukje "museum" gemaakt
met allemaal filmfoto's. In een deel van de gebouwen is een hotel gemaakt en
een stukje wordt gebruikt door de customs. Het is natuurlijk allemaal
decorbouw. In de entree van de customs zie je nog de bouwnummers staan.
Het restaurant staat vol requisieten. Erg leuk en erg herkenbaar.


Ons schip ligt er zo ook wel stoer bij. Steeds meer dingen zien we. Maar nu
moet Roderick echt op pad. Intussen wordt er ook druk gewerkt aan de
instandhouding van de landschildpadden.

's Middags peddelen we met de dinghy naar de rotsboog buiten op zee,
eenmaal daar aangekomen doe ik snel mijn zwemvliezen aan en mijn
snorkel op en spring ik er weer in. Wauw, dit is bijzonder. Ik ben op een
verhoogd plateau aangekomen met meters hoge wuivende paarse
koraalvarens, hoog opgeschoten vuurkoraal, grote bollen hersenkoraal. En een
vissen! Als in een sprookje. Ik zwem lekker door en Roderick in de dinghy er
achteraan roeiend. Ineens houdt het plateau op en kijk ik in een loodrechte
peilloze diepte. Dan moet ik toch wel even slikken. Het eerste gevoel is wat
eng om hier te zwemmen, het is zo diep...Dat slaat natuurlijk nergens op, dus
dat kan ik wel overwinnen. Maar tegelijkertijd kan ik nu ook niet meer zien,
wat er onder mij of schuin naast mij zwemt, en dat vind ik wel eng. Je komt
ineens weer een rots tegen en als ik daar overheen zwem, weet ik niet wat ik
daar achter aan zal treffen. En er is een simpele regel: Kleine diepte, kleine
visjes, grote diepte, grote vissen. Ook haaien en tonijnen. Ik heb niets engs
gezien (maar zonder bril kan ik toch niet verder dan 4 meter kijken) en
gelukkig hebben de grote jongens mij ook niet gezien. Maar bijzonder was het!

Daarna roeien we naar de andere kant van de baai om de overige locaties
te bezichtigen. Het leuke is dat je direct de scenes weer voor je ziet. Oh ja,
dat was toen Captain Jack.....

Mijn eigen piraat mag er trouwens ook zijn! Wat gebeurt daar bij mijn boot!

De hele dag komen er boatboys langs. Vanochtend om 6 uur hadden we er al 2
gehad met vers gevangen vis, dan de hele dag door met mango's, bananen,
tochten over het eiland, sieraden, knutselwerkjes, zielige verhalen. We worden
er wel flauw van. Dit keer kwam de geldophaler langszij.

's Avonds natuurlijk uit eten gegaan in het Pirates restaurant. Leuk en lekker.

Vrijdag, 06 mei 2011, Wallilaboubay en Young Island, St. Vincent.
Zoals altijd zijn we al weer vroeg op, we gaan een wandeling naar de waterval
maken. De waterval stelde niet veel voor of we hebben stom gekeken, de
wandeling er naar toe was erg mooi. Het is 8.00 uur en we zijn al meer dan
een half uur onderweg. We hebben het nu al bloedheet. Het is ook nooit goed,
nu schijnt de zon eindelijk weer... Ook hier is het overdadig groen. En overal
mangobomen, bananenplanten, amandelbomen. Ik houd een groot
Breadfruittree blad boven mijn hoofd tegen de zon. Af en toe komen we nog
iemand tegen. Meestal met een grote blanke machete in de hand. Zoals ze in
Nederland met een hark rondlopen, lopen ze hier met een machete rond.

De lasten worden hier toch voornamelijk op het hoofd gedragen. Soms een bak
met wasgoed, een andere keer een kam bananen. We hadden een onrijpe
mango van de boom geplukt en zaten hem nog te bekijken, komt er een oude
rastaman met een machete langs, schilt hem superdun met die 70 cm lange
machete, legt uit, hoe je die onrijpe vrucht in dunne plakjes moet snijden en
dan met wat zout erover op kunt eten. Ik heb een stukje geproefd...Zuur!!!
Er zit van alles tussen het gras: geitjes, oude auto's.

We komen aan de andere kant van de compound weer terug in de baai.

Hier valt het gebouw van gammeligheid bijna uit elkaar. Als we naar de boot
terug willen blijkt er nog een riviertje tussen te zitten en de brug is
onbegaanbaar. Nu kunnen we natuurlijk onze schoenen uit doen en door zee
lopen, maar dat is met mijn enkel niet goed te doen, dus moeten we een stuk
terug en dan bovenlangs. Moe en doornat van het zweet komen we bij het
schip. Uitkleden en eerst een duik nemen. Daarna valt er eerst weer een plens
water uit de lucht, dus alles snel weer naar binnen mikken. Vervolgens gaan
we vaarklaar maken om een stukje verderop te gaan. We hebben het hier erg
naar onze zin gehad. Een erg leuke ervaring. Nog een laatste mooi plaatje uit
Wallilaboubay.

We vertrekken verder richting zuiden, we zien wel waar we stoppen,in de baai
bij Kingstown, St Vincent, of het volgende eiland Bequia. In Bequia is
trouwens de noodtoestand uitgeroepen vanwege de vele overstromingen door
de buitensporige regenval. Uiteindelijk kiezen we een baai uit, voorbij
Kingstown, de Young Island Bay. Aanvankelijk voeren we door deze baai heen,
direct kwam er al een boatboy aanscheuren om een mooring te verhuren,
maar we wilden eerst nog een stukje verder kijken. Stukje verderop ligt hij
dan weer in zijn bootje bij een mooring te wachten, nee, we willen niet. Hij
balen. Wij willen naar de Blue Lagoon. Heel moeilijk invaren vanwege de riffen.
Voorzichtig aan dus. We varen tussen de bakens door en raken al direct de
grond, maar kunnen wel weer doorvaren. Er komt een boatboy aangescheurd:
"Kunnen we hier een mooring voor 1 nacht krijgen, we steken 2 meter diep?"
Geen probleem...10 seconden later zitten we aan de grond. Er komt een 2e
boatboy bij, die zegt, dit lukt nooit, het water staat nu veel te laag. Kan
natuurlijk nooit, want het heeft al weken geregend. Maar als we hem volgen
naar buiten, zal hij ons wel gidsen. De boatboys beginnen te bakkeleien, maar
helpen ons wel om de boeg om te duwen met hun dinghies.
Wij terug, we hebben het hier wel gezien.


En nu liggen we dus in de Young Island Bay. We liggen hier heel leuk tussen het
vasteland en het eiland, recht voor een mooi resort. Het water is superhelder,
dus eerst even snorkelen. Het zit stikvol vissen. Gaaf. Eenmaal weer aan boord
kunnen we zo vanaf de boeg een hele school Sergeant Majoor visjes, geel en
zwart gestreept, 25 cm, zien.
Roderick bouwt de zonnetent op en verder houden we ons gemak. We zijn
eigenlijk wel flink moe na deze dag. De hele avond wordt er op de kant live
muziek gespeeld. Klinkt goed.
Bequia, 13.00N, 061.14W
Zaterdag, 07 mei 2011, van St Vincent naar Bequia.
We varen eerst nog met de rubberboot naar de kant, even rondkijken e
proberen een bakker te vinden. Het ziet er best wel mooi uit, maar het zijn
voornamelijk resorts en grote hotels. Dus mooi aangelegde parken en
dergelijke, maar allemaal met hoge hekken er om heen. Het kan ons niet echt
bekoren en aan zoiets simpels als gewone winkels doen ze hier niet. Terug aan
boord dus, waar we een half uur later vertrekken op weg naar Bequia (spreek
uit Bekwee), op de 1e foto te zien vanaf St Vincent. De hele weg de motor plus
de zeilen op, er was weinig wind, maar nu zijn de accu's ook weer vol. 3 uur
later laten we het anker zakken in de mooie Admirality Bay voor het strand
van Lower Beach.


Die kleuren zijn echt onvoorstelbaar en het water is zo helder! Gelukkig mag ik
altijd direct controleren of het anker goed ingegraven is, dus ik duik er altijd
meteen in. Heerlijk. Daarna maak ik een ronde door de baai met de
rubberboot om de boel een beetje te verkennen en om te zien wie er verder
allemaal liggen. Vrijwel gelijk met ons komt er nog een Nederlands schip aan:
de Bodyguard met Dennis en Anke. Die komen even later aangezwommen om
even een praatje te maken.
Zondag, 08 mei 2011, Admirality Bay, Bequia.
Tja, wat doe je op zo'n dag. Nu het bijna niet meer regent, is het meteen ook
weer bloedheet. Dus als je iets wilt doen, moet dat echt vroeg in de ochtend.
We gaan met de dinghy naar de stad Port Elisabeth en laten de dinghy achter
aan het dinghydock, een speciale steiger om met de rubberboot af te kunnen
meren. Heel slim natuurlijk, hoe makkelijker de bootjesmensen aan wal
kunnen komen, des te meer valt er te verdienen. Ook deze voorzieningen zijn
weer aangelegd met Europees geld. Bij ieder waterfront staat wel een bordje:
gerealiseerd met behulp van geld van de Europese Gemeenschap.


Het ziet er erg leuk uit. Een wandelpad langs de baai. Mooi verzorgd, kleurrijk,
pittoresk, leuke restaurantjes, terrasjes, winkeltjes. Weer heel verschillend
van de andere eilanden. Je krijgt er gewoon een vakantiegevoel van. En Bart,
we hebben toch een leuk T-shirt voor je gekocht! Ook dat is altijd weer een
hele onderneming, je spreekt de verkoopster aan, maar die hoort er niet bij,
maar bemoeit zich wel overal mee, je vraagt de prijs, je moet onderhandelen,
iedereen komt er verder bij om te vertellen dat zij ook mooie T-shirts en
houtsnijwerkjes verkopen, dan ga je uiteindelijk betalen, dan heeft de
verkoopster geen wisselgeld, die gaat bij iedereen proberen geld te wisselen,
wat niet lukt, enz, enz. Na een poosje rondgelopen te hebben, ben je
uitgedroogd, drijfnat van het zweet en bekaf. We tanken dus eerst bij op een
schaduwrijk terrasje en daarna gaan we weer terug naar ons eigen stekkie.
Dan is het onderhand al te warm om nog iets te gaan doen. Ja, zwemmen
natuurlijk wel. Ik kan er geen genoeg van krijgen.
Om 16.00 uur wordt de temperatuur weer wat dragelijker. Als je dan nog iets
wilt doen, moet je snel zijn, om 1815 uur gaat de zon onder en een kwartiertje
later is het pikkedonker. Dan gaan we eten, nog een uurtje buiten zitten en
vaak ligt Roderick al om 20.00 uur in bed, ik ga dan een uur of 2 aan de
website en de email en dan duik ik er ook in.
Maandag, 08 mei 2011, Admirality Bay, Bequia.
Slow start vandaag, we zijn een beetje moeiig. Dennis en Anke komen
langszwemmen, die kunnen meteen aanschuiven aan de verse koffie. Daarna
toch nog even de wal op, vers brood kopen, fruit op het marktje, kaarten
zoeken, postkantoor zoeken. Dan is de energie al weer bijna op. Geen wonder
dat de mensen hier zo'n relaxed tempo hebben, het is anders gewoon niet vol
te houden. Er is hier een bar gemaakt van een rib van een walvis en de
barkrukken zijn gemaakt van de wervels van een walvis. Deze prachtige
papaya is 's avonds door de rijst gegaan. Hij woog anderhalve kilo. Hmmm.

Eenmaal weer terug, wilde ik zo graag nog even naar het strandje. Wij
beachen met de dinghy, nou dat liep maar net goed af, het strand loopt heel
steil op en de golven hebben daardoor heel veel zuiging.

En waarom wilde ik daar nu zo graag naar toe? Omdat ik zo nieuwsgierig was
wat er in de grotten te zien was. En dat kan alleen bij laag water en dat lukte
steeds niet. Nu alles er voor opzij gezet en wat was er te zien? Niets!
Wel op het strand, op de bomen hingen bordjes dat dit Machineeltrees zijn, die
heel giftig zijn en grote pijnlijke blaren veroorzaken. In de toeristenbrochure
stond ook al een waarschuwing, dat je er bij regen niet onder mag schuilen
omdat je dan ook met het gif in aanraking kan komen. Er stond alleen geen
plaatje bij, hoe die bomen eruit zien. Nu zo dus. Als een heel onschuldige boom.
Overal hier op de eilanden staan vruchtbomen, dus het had zo maar gekund,
dat we hier ook eens een vruchtje van af zouden plukken om het eens beter te
bekijken of een stukje te proeven. Gelukkig doen we ons huiswerk.

Natuurlijk had ik ook mijn zwemvliezen en mijn snorkel in de boot, dan kon ik
meteen even bij de rotsen koekeloeren. Ik dacht ik doe slim hier al mijn
zwemvliezen aan, dan sta ik straks in zee niet te hannesen, omdat ik toch niet
zo stevig op mijn voeten sta. Ik voorzichtig op mijn zwemvliezen de zee
ingelopen, komt er een grote golf, die met enorme zuiging terugtrekt. Staan
mijn hele flippers dubbelgeklapt omhoog. Daar zijn ze niet beter van
geworden. Niet zo'n slimme zet dus, daarbij was er door de warreling van het
zand totaal niets te zien, dus we hadden ons deze hele onderneming kunnen
besparen. Maar ik weet nu wel, dat ik niets gemist heb.


Morgen, 11 mei, vertrekken we naar Mustique, het rijkeluiseiland. Prive bezit
van onder andere Mick Jagger, David Bowie, de kinderen van Prinses Margaret,
Elton John, Toni Hilfinger etc. Daar horen wij natuurlijk ook bij. Doeggg
Het werd iets ingewikkelder. We zijn dinsdagavond eerst nog uit eten geweest
in de Devils Table in Port Elisabeth. Een beeldschoon restaurant, in scheepsstijl
ingericht, direct boven het water, de zee klotst tegen de vensterbank. We
hebben daar zo fantastisch gegeten. Het duurste gerecht van de kaart ( tja,
we zijn nu eenmaal brassers) Angus Beef met geroerbakte groenten en
aardappelgratin. Ik had een bolletje ijs toe en Roderick een soort
truffelbavarois met een glaasje oude rum ernaast, inclusief 3 biertjes waren
we in totaal nog geen 80 euro kwijt. Maar het meest fantastische eten sinds
tijden. Prachtig opgemaakte borden en overheerlijk. Natuurlijk hadden we de
laptop ook mee om nog even de mail op te halen.

Na afloop weer met de rubberboot de hele baai door in het stikdonker, met de
computertas in een vuilniszak gewikkeld tegen het opspattende water. Bij ons
schip aangekomen moet je dan in het donker overstappen, computer niet in
het water laten vallen, eenmaal aan boord moeten de losse spullen uit de
dinghy en klimt Roderick weer in de dinghy om de buitenboordmotor los te
koppelen, die ik dan via een katrol aan boord hijs. Dan het veiligheidsslot op de
BBmotor en de dinghy wordt met een lang hangslot aan het grote schip
vastgezet. We moeten er wat voor over hebben. Als je zo de site kijkt, lijkt het
alsof we bijna iedere dag uit eten zijn, maar meerendeels eten we gewoon aan
boord. Wel pakken we vaak een drankje ergens, omdat je binnen no time
uitgedroogd bent en natuurlijk ook omdat het gewoon gezellig is.
Mustique, 12.52N, 061.11W
Woensdag, 11 mei 2011, van Bequia naar Mustique
Midden in de nacht wordt Roderick doodziek wakker, overgeven, overgeven,
overgeven. Ik snap er niets van, ik had hetzelfde gerecht, maar wacht
eens...het toetje. Hij hangt midden in de nacht over de reling. Hondsziek. Tot
overmaat van ramp is er bij de motor ergens een lek opgetreden en het hele
schip begint naar diesel te meuren. Je wordt er op voorhand al doodziek van.
We hebben dus een deel van de nacht buiten gezeten, omdat Roderick zo
beroerd was en ik hem in het donker daar niet alleen laat in deze toestand. Om
6.00 uur start ik meteen met diesel opdeppen in de motorruimte, echt niet
mijn meest favoriete bezigheid zo 's ochtendsvroeg. Roderick probeert naar de
motor te kijken, maar gaat steeds bijna over zijn nek. Alles stinkt en de halve
hut moet leeggemaakt worden om erbij te kunnen. Ik ga alvast met de dinghy
naar de stad om vuilnis weg te brengen en brood te kopen. Als ik weer terug
ben heeft hij, denkt hij, het euvel verholpen. Zullen we niet nog een dagje
blijven? Nee niet nodig het gaat wel. Onderweg wordt hij opnieuw
doodberoerd. We hoeven niet zo ver, maar een paar uur, maar wel over open
zee tussen de eilanden door en tegen de golven in. Uiteindelijk gaat hij naar
bed en vaar ik naar de overkant. De diesellekkage is weer begonnen en de
boot stinkt opnieuw als een beerput. Aangekomen in Brittannia Bay op
Mustique nemen we een mooring. We weten al wat het kost, dus we slaan niet
steil achterover. 75 US dollar om 1 nacht een touwtje vast te leggen, maar je
mag dan ook 3 dagen blijven, dat doen wij natuurlijk, maar niet iedereen weet
dat. We liggen lekker, het water is glashelder. De sergeant majoor visjes
zwemmen in grote getale om de boot.
Ik duik lekker in het water, tjonge wat is het hier mooi. Het stikt hier van de
vissen, grote paarse, geel gestreepte, zwarte met gele vinnen, blauwe, ik
amuseer me prima in mijn eigen aquarium. De lol is nog niet op er komt een
rog voorbij en iedere keer gaat een roofvis er bovenop zwemmen en drukt
hem naar de bodem, niet een keer, maar iedere keer overnieuw. Dan komt
voor vandaag de topattractie onder me door zwemmen: een 70 cm grote
schildpad. Ik ben al die tijd met hem meegezwommen. Mijn dag kon niet meer
stuk. Onderhand is Roderick toch maar weer aan de motor begonnen, dat
moet wel, want het begint weer enorm te stinken naar de diesel, het is binnen
35 graden. Hij weet nu waar het zit, maar nog niet of het goed gelukt is. Dus
weer alle diesel eruit deppen, proberen met wasbenzine de restjes op te
lossen, het meurt verschrikkelijk. Daarna duikt hij even de zee in, ik offer me
op en ga ook nog maar een keertje. Dit keer drijf ik in een wolk van wel een
miljoen piepkleine visjes, overal om me heen paars fluoriserende streepjes. Ze
blijven maar om me heen bewegen, zo gaaf.

Roderick gaat even bijkomen en ik ga met de rubberboot naar de wal.
Mustique is eigenlijk een normaal eiland, alleen vele stukken zijn prive bezit, er
staan paleizen van huizen op de toppen van de bergen, maar helemaal
verscholen in het groen. Er is een prachtig wit strand met palmbomen en er
wonen hier conchslakken met hun enorme schelpen in zee. Ze worden hier door
de vissers opgevist en er liggen hele bergen bij de vissershuisjes. De slakken
worden gegeten, broodje of curry lambi, de schelpen gaan naar de
souvenirindustrie. Ze worden ook als versiering gebruikt in perkjes, in
muurtjes gemetseld en dergelijke.


Donderdag, 12 mei 2011, Brittannia Bay, Mustique.
Vandaag met z'n tweetjes Mustique onveilig maken. We hadden het plan om
een auto te huren, een klein open golfkarretje, een Mule (muilezel) wordt dat
hier genoemd. Lijkt ons leuk om daarmee het eiland rond te gaan. Wij op pad.
1 dag huur kost 75 US dollar, daar kunnen we nog wel mee leven, maar daar
komt nog 25 USD belasting overheen, de brandstof en dan hebben we ook nog
een St Vincent rijbewijs nodig, ad 25 USD, die we dan ook nog eerst moeten
gaan halen bij immigratie op het vliegveld. Daar moet je dan eerst met een
taxi naar toe. Weet je wat, zo graag willen we eigenlijk ook weer niet.
We gaan dus aan de wandel. Het is duidelijk dat er hier geld zit. Het eiland is
nog erg rustiek, je moet niet denken aan winkels achter elkaar, er zijn een
twee boutiques, een supermarktje en een paar gourmet stores. Verder de
beroemde strandbar van Basil. Grote vriend van het Engels Koningshuis.
De rest is groen. Maar aparte hekwerken, toegangspoorten, huizen.
De boutiques ben ik in geweest, mooie spullen hoor, ik zag een leuk kort
broekje van kant, kostte maar 280 USD, een leuke strandbloes 480 USD.
Ik heb ze toch maar laten hangen. Toen op zoek naar een paar ansichtkaarten,
duur natuurlijk, maar dat kan ik me nog wel permitteren, maar dan kun je nog
geen postzegels kopen. Okay, waar is het postkantoor? Boven op de berg. Dus
wij aan de wandel, wat korter over een sluipweggetje, dwars door het groen,
erg steil, maar goed voor de conditie. Inderdaad waren er boven op de berg
een paar huizen, een schooltje, een politiebureau en een hokje Postoffice tegen
het schooltje aangeplakt. Een donkergroen houten schuurtje van 3 meter breed.
Houten lattendeur met een grote gleuf erin. Goed gevonden. Alleen was het
gesloten. Dus wij weer naar beneden. Toch leuk wat gezien, we
kwamen langs heel wat wegen met "Verboden Toegang, Prive Terrein" Mooi
verzorgd weliswaar, maar met de auto zouden we niet veel meer gezien
hebben. Je mag er toch niet inrijden. Wij naar Basils Bar, Roderick ging zich
vast installeren met een biertje en ik ging met de dinghy even naar de boot om
de tas met boodschappen weg te brengen. Even lekker scheuren.
Joehoe, ik ben er weer.


En natuurlijk moet onze bootsticker ook op het bord.
Vrijdag, 13 mei 2011, Mustique.
We wilden een stukje langs het strand gaan fietsen, vroeg op pad in verband
met de hitte, maar bij nader inzien hebben we geen zin de fietsen helemaal uit
de hut te graven, banden oppompen, met de dinghy aan wal te brengen enz.
Dus na het ontbijt gaan we direct aan de wandel.
Er is een trail direct langs de kust met de ene keer een nog idyllischer uitzicht
dan de ander. Kijk en daar ligt de Happy Bird weer mooi te wezen.

Het is een fantastisch mooie trail, eerst langs de kust en daarna dwars door
het bos, dan langs de zout lagune met mangrove bomen, dan weer langs het
strand. Ook hier zijn weer heel veel giftige Manchineelbomen. Er wordt door
middel van borden gewaarschuwd en op de picknickplekken en dicht langs het
pad zijn ze van rode waarschuwingsstrepen voorzien.
de Bromelia, een parasietplant


Ook staan er overal bordjes met uitleg, waarom deze en andere bomen
belangrijk zijn, waarom het rif voor het eiland zo belangrijk is, namelijk als
bescherming tegen de zee, en hoe ze dit alles ecologisch verantwoord in stand
proberen te houden.

Tijd voor een rustpauze. Het is echt mooi, mooier, mooist.
Er zijn picknick plaatsen aangelegd met schaduwrijke overkapte tafels en
banken, stenen barbecues en overal afvalbakken. Verder wordt het hele
terrein door middel van mankracht aangeharkt. Alle giftige blaadjes en takjes
worden netjes opgeveegd.
Het pad onder langs de rotsen is helemaal gaaf. Alleen slaan de golven er
regelmatig overheen, dus binnen een mum van tijd lopen we te soppen in onze
schoenen. Met mijn drijfnatte bandage om heb ik nog behoorlijk lopen
klauteren. We nemen een kijkje om de hoek van de volgende baai en gaan dan
terug, want als het hoogwater wordt, zou het pad onbegaanbaar worden.
Daarbij hebben we al een flinke tippel achter de rug.

De bewoners van het huis hebben hun eigen kabelbaantje aangelegd,
aangezien de bewoner slecht ter been is/was. Op de top van de berg zie je nog
een puntje van het witte huis van Prinses Margaret. We gaan terug, ik drapeer
een doek over mijn bezwete, blote armen tegen de muskieten en de giftige
bomen. Begint er al wat exotisch uit te zien.

Langs de kust liggen bergen Conchschelpen, koraalbrokken en rotsstenen, die
zijn door de laatste Hurricane op de kust geworpen. Die Conchschelpen zijn zo
ontzettend zwaar en dik. En kijk we zijn bijna thuis, alle andere schepen om
ons heen zijn vertrokken.

En het eerste wat we doen als we thuis komen, is een lekkere verfrissende
duik nemen. Wie zou dat niet willen als je dit water ziet?
Tobago Cays, 12.37N, 061.21W
zaterdag, 15 mei 2011, van Mustique naar de Tobago Cays.
Nog even vers brood scoren, er is hier op Mustique een warme bakker, die echt
heel lekker brood maakt, daar betaal je ook naar, 5 euro voor een brood. Daar
willen we er wel 2 van meenemen , vervolgens het schip weer van woonboot in
zeilboot veranderen en dan gaan we weer. Op naar het eiland Canouan. Het is
heerlijk zeilweer, aardige wind, redelijke golven, we genieten echt van de
tocht. We schieten lekker op en als we bij Canouan zijn aangekomen, vinden
we het zonde om te stoppen en varen direct door naar de Tobago Cays. Een
paar echt kleine eilanden gelegen in de bescherming van het Horseshoe Reef.
Het rif ligt voor de eilanden en breekt de golven van de oceaan. Het laatste
stuk is enerverend varen, zigzag tussen de riffen door. Boven een rif is het niet
alleen ondiep, maar het koraal is loeischerp en kan de boot openhalen. Bij dit
heel heldere water kun je ook slecht onderscheiden hoe diep het nu echt is. Bij
5 meter zie je de bodem, maar bij 2 meter ook. We vinden het best spannend,
maar het is prima gelukt.


En nu liggen we op een van de mooiste plekjes van de wereld. In azuurblauw
water, direct achter het Horseshoe Reef, (het lichtgroene gedeelte op de
rechterfoto) je kijkt dus vooruit recht de Oceaan in, rechts, links en achter
eilandjes met parelwitte strandjes met een paar palmbomen en dan verder
een stuk of 20 zeilboten. Als we het anker laten zakken komt er direct al een
knots van een schildpad voorbij zwemmen. Het heeft een hoog gehalte van:
"Wauw dat we hier mogen zijn".

We liggen nog niet eens vast, komt er al een Rasta in een grote motorboot
voorbij, met een dikke hoge toeter haar en een big smile , hij is de "Floating
Boutique", of we maar een T-shirt willen kopen.
Hier in de Carieb controleren we altijd direct of het anker er goed bij ligt, omdat
de grond bestaat uit zand en rotsen, heb je kans dat het anker nu wel gepakt
heeft, maar dat het bij het wisselen van het tij losraakt, omdat het misschien
ingegraven is in een dun laagje fijn zand boven op een laag rots. Garanties
hebben we natuurlijk nooit, maar even kijken kan geen kwaad. En ik wil wel,
dan kan ik meteen even snorkelen op de nieuwe locatie. En wat voor een! Ik
zwem dus 20 meter voor de boot, kijk naar beneden, schrik me rot, een
enorme rog komt onder mij langs zwemmen. Zeker 1,50 meter breed en met
een staart van misschien wel 3 meter. Zwart, scherpe driehoek, met witte
vlekken. Een adelaarsrog, heb ik later opgezocht. Een bijzondere ervaring,
maar ook een beetje eng. Ik zwem daar in mijn bikini 3 meter boven, dus ik
denk: ik keer liever om. Komen er nog 2 grote paarse sidderroggen op me af.
Moest ik toch even slikken. Maar wat een belevenis! Later nog met de dinghy
de baai rond en een wijntje drinken bij een Noorse buurboot. Nu ben ik wel
moeiig. Er is wat zwaarder weer gekomen, de boot ligt erg te schudden en te
schommelen. Vooral gedurende de nacht bij de kentering van het tij. We gaan
om beurten eens kijken of we er nog goed bij liggen, soms gaan we ook even
buiten zitten, het is tegen volle maan en het ziet er allemaal schitterend uit.

De adelaarsrog kan 2,50m breed worden en inclusief staart 5 m lang. Hij heeft 6
gevaarlijk giftige stekels op de staart. Hij komt voor op de lijst bedreigde
diersoorten, dat maakt mijn ontmoeting nog specialer.
Zondag, 15 mei 2011, Tobago Cays.
Another day in Paradise. De Tobago Cays is een Nationaal Park, iedere dag
moeten komen de Parkrangers geld ophalen, per persoon 10 EC dollar. Het is
hier zo mooi en dat terwijl het dichtbewolkt is en waait. De golven breken op
het rif en omdat het daarboven heel ondiep is, kleurt het water zo fel
turquoisblauw afgewisseld met azuurblauw.
kijkje uit het raam waar vind je zo'n uitzicht.


We maken de dinghy klaar, laden alle snorkelspullen in en gaan naar de plaats
waar de schildpadden grazen. We varen het strand op en slepen/sjouwen dan
de dinghy, met buitenboordmotor toch zo'n 70 kilo, buiten de branding het
strand op. Dan zwemvliezen aan, snorkels op en vooruit schildpadden zoeken.
Vanaf het strand is dat hartstikke lastig, het is ondiep, het is heel fijn zand,
overal rots/koraal brokken, sponzen ( die akelig kunnen prikken), plantjes en
brandinggolven, die je uit evenwicht brengen. Eenmaal aan het zwemmen,
moeten we flink tegen de stroom opboksen, door de ondiepte kun je niet even
gaan staan of watertrappen en je moet voortdurend opletten, dat je niet met
je buik ( of zoals ik met je borsten) in de stekels terecht komt. Koraal,
sponzen en wieren hebben allemaal netelcellen. Daarbij geen schildpad te zien.
We gaan terug naar de zanduitloper en zwoegen naar boven. Dan aan de
andere kant proberen. En ja hoor, daar zien we een schildpad grazen, maar
liefst 70 cm groot. Af en toe peddelt hij naar boven om lucht te happen en
komt dan weer vrolijk verder eten. Deze soort heeft een leuke kop, die kijken
niet zo sjacherijnig als de schildpadden op Dominica. Even later komen er nog 2
flinke jongens bij zwemmen. We raken echt vermoeid en moeten weer tegen
de stroom in terug zwemmen. Het was leuk, we hebben er nu 3 gezien, dus de
moeite was niet voor niets. De laatste 100 meter komen we zeker nog 20
schildpadden tegen, allemaal tussen de 60 en 80 cm. Ze gaan gewoon hun
gangetje, als je rustig meezwemt. Verder een paar grote roofvissen, een
aantal grote gepen. Alles is hier net weer een maatje groter.

Maandag, 16 mei 2011, Tobago Cays.
We doen het kalm aan, door de vele bewegingen die het schip maakt, raak je
toch snel vermoeid. Je moet voortdurend je spieren aanspannen om evenwicht
te bewaren. Ook 's nachts in bed blijf je heen en weer schudden. Om 6.00 uur
zitten we al weer buiten te kijken met een kop koffie en een broodje. Wauw!,
ik kan het niet vaak genoeg zeggen. Die kleuren! 's Middags gaan we nogmaals
met de dinghy op zoek naar schildpadden, ik wil er graag een paar foto's van
maken. We zien er genoeg, maar in het gebied waar de schildpadden grazen
hebben we de buitenboordmotor natuurlijk niet aanstaan en moeten we
peddelen. Door de stroom worden we steeds razendsnel weggevoerd. Verder
staan er behoorlijke golven, dus het spat en spet, ik moet mijn fototoestel ook
beschermen. Dus links schildpad, gauw...te laat, kijk rechts...waar is ie n?...Kijk
uit, we drijven naar de rotsen, ...achter....Nee daar een hele grote...
Geen foto dus! Drijvend nat gaan we terug naar het schip.
Lekker boekje lezen in de zon, kijken hoe de nieuwkomers ankeren, hapje
eten. Het is wel vol te houden. Tot slot gelijktijdig aan de ene kant van het
schip een prachtige zonsondergang, aan de andere kant de opkomst van de
bijna volle maan.

Dinsdag 17 mei 2011, Tobago Cays.
Er is slecht weer voorspeld met veel regenbuien, maar het wordt een prachtige
heldere dag, met af en toe een spatje en wel veel wind, waardoor het water erg
onrustig is. Schildpad fotograferen heb ik opgegeven. We gaan een beetje
snorkelen in de buurt van het schip. Die paarse sidderroggen schijnen in de
buurt te wonen, die zie ik bijna elke keer. Het is iedere keer weer spannend, je
kunt wel 5 meter naar beneden kijken, maar opzij zie je veel minder, daar
wordt het water diffuus door de lichtbreking op de algen en zo. Je kunt dus niet
goed zien wat er van opzij aankomt. Ineens is het er. Onder het schip zitten
ook steeds een aantal koffervisjes, of liever gezegd: vissen. Zo groot heb ik ze
nog niet eerder gezien. Grappige driehoekige visjes, 3 dimensionaal, dus 15cm
breed ondervlak en dan naar boven een gelijkzijdige driehoek. En ongeveer 35
cm lang. Ze graven in het zand met hun puntige snuitje en hun borstvinnen
diepe kuiltjes, waar ze gedeeltelijk in kruipen op zoek naar voedsel. Weer aan
boord laat een schildpad zich tot tweemaal toe in volle glorie zien. Pestkop.
Geen foto.

We gaan het toch nog maar een keer proberen met de dinghy. Het is eigenlijk
het zelfde liedje, ze duiken aan alle kanten op, maar nog sneller onder.
Onderhand drijven wij door de golven naar de rotsen. Vlak achter ons komt er
een proestend ademhalen, hij zal er wel lol in gehad hebben.

Eindelijk een klein succesje, stukje schildpad op de foto.
Union Island, 12.35 N, 061.24 W
Woensdag, 18 mei 2011, Tobago Cays naar Union Island, Clifton.
We vertrekken van deze idyllische ankerplek, op naar het volgende eiland. De
afstanden hier zijn minimaal. Na een uur komen we al aan bij de zuidoost punt
van Union Island, bij de "stad" Clifton.
Vertrek van ankerplaats Tobago Cays zicht op Tobago Cays vanaf Union Island

De ankerplaats hier ligt achter een ringvormig rif, je ligt dus tamelijk beschut,
terwijl het buiten best wel tekeer gaat. Midden in de baai ligt ook een rif, het
Roundabout Reef (Rotonde Rif)

Het is een klein stadje, we gaan er om de beurt in de dinghy heen om even te
kijken. Het is een echt Antilliaans stadje. Alleen als ik ga is het siesta tijd, bij
de marktkraampjes liggen de verkoopsters bijna allemaal te slapen, kinderen
slapend op hun buik. De mannen hangen voor de huisjes op de bankjes of aan
de bar. Ik ben de enige lopende mens daar en dan ook nog vrouw en
buitenlandse, tijd om terug te gaan dus. 's Middags hebben we Mark en Tania
van de buurboot Blue Diamond op een drankje uitgenodigd. Zij varen onder
Engelse vlag, maar blijken uit Zuid- Afrika te komen. Gezellig en informatief.
Donderdag, 19 mei 2011, Union Island.
We gaan nu met z'n tweetjes de wal op. We leggen de dinghy aan de pontoon
bij het Anchorage Hotel, het is dan wel de bedoeling dat je daar een drankje
neemt. Geen probleem, ze hebben ook wifi, dus we hebben de laptop
meegenomen, dus onder het het genot van een ijskoud drankje, met een glas
vol ijsblokjes, halen we de mail en de weersberichten op en laden we de
website op. Voor het Anchorage Hotel is een poel waar Verpleegstershaaien in
liggen te luieren. Waarschijnlijk worden ze gevoerd met visafval.

De mensen zijn niet echt erg vriendelijk hier, maar op een "Goedemorgen",
krijg je wel antwoord terug. Hun uiterlijk werkt ook niet echt mee. Op dit
eiland wonen duidelijk de nakomelingen van Afrikaanse slaven, ze zien er uit
zoals Captain Bligh vroeger de "Wilden" beschreef. Ze hebben een grof gezicht,
een brede platte neus, hangende oogleden en een dikke hangende onderlip,
een grove huid en zijn pikzwart. Maar in de winkels laten ze je vaak voor joker
staan en gaan druk met hun eigen mensen door. Een beetje vreemde houding.
Op het marktje voeren de vrouwen de winkeltjes, die snappen beter waar hun
voordeel ligt. Dan gaat het van Hi Dear, like to have some fruit? Look also in
the shop of my friend. Dus kopen we bij de een een avocado, bij de volgende 2
kokosnoten en bij de daar op volgende een paar aardappelen en bananen.
Vrijdag, 20 mei 2011, van Union Island naar Carriacou.
Het waait behoorlijk, ook het water is daardoor ruw en onrustig. Eigenlijk
wilden we vandaag een eiland verder. We kijken eerst nog maar eens het
weerbericht door, Ja, het kan wel. Maar dan moeten we eerst naar de wal om
bij de douane en immigrations uit te klaren. Dat schijnt ook in het stadje te
kunnen. Als Roderick bij het bord Customs naar binnen gaat en informeert,
blijkt dat zij dat wel voor hem willen doen, maar dat kost dan 75 USdollar. Ja
we zijn Gekke Gerritje niet, dus wandelen we naar het vliegveld , waar de
Customs en Immigrations zitten, en doen het gewoon zelf net als altijd.
Onderhand zijn dan ook onze kleren weer gedroogd. Dan blijkt trouwens dat
de beambte die de inklaring behandeld heeft, een fout gemaakt heeft. Hij heeft
alleen Roderick ingeklaard en mij niet. Duurt dus even, voordat we beiden
uitgeklaard worden. Weer terug halen we nog wat vers brood en fruit, wat
ansichtkaarten en postzegels en dan stappen we weer in de dinghy. Nu hebben
we wind en golven tegen, dus komen we door en door nat aan bij het schip.
Om 13.00 uur gaan we ankerop. Laat de douane het maar niet horen, want op
de vraag, hoe laat we zouden vertrekken, had Roderick geantwoord: ongeveer
om 14.00 uur, hetgeen deze beambte niet accepteerde, het moest om stipt
14.00 uur en niet op ongeveer, hij had ook een mooi blauw uniform aan met
veel goud.
We gaan verder met het hoofdstuk 2011 Grenada.